ECLI:NL:RBMNE:2026:2655
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank beveelt tijdige beslissing op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag en legt dwangsom op
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. Na ingebrekestelling op 24 juli 2024 en het verstrijken van meer dan zestig weken na de wettelijke beslistermijn, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken hanteert, waarna een termijn van twee weken geldt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank acht een hogere dwangsom niet nodig vanwege het ontbreken van weigerachtigheid en het belang van eiseres.
Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 467,- en het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier D. van Grootel op 21 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verweerder binnen twee weken een besluit op bezwaar te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.