ECLI:NL:RBMNE:2026:2658
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Midden-Nederland verklaart beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. Nadat verweerder op 9 februari 2026 in gebreke werd gesteld, stelde eiseres op 26 februari 2026 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn, vastgesteld op uiterlijk 16 maart 2027, een besluit op het bezwaar moet nemen. Dit volgt de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn als realistisch heeft aangemerkt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 467,-) en het betaalde griffierecht (€ 54,-).
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen 16 maart 2027 een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.