ECLI:NL:RBMNE:2026:2659
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 25 juni 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 17 januari 2026. Het beroep is gegrond verklaard omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen een realistische termijn, uiterlijk 29 december 2026, een besluit op bezwaar moet nemen. Daarbij wordt aangesloten bij een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak die een nadere beslistermijn van zestig weken hanteert. Voor elke dag overschrijding van deze termijn moet verweerder een dwangsom betalen, met een maximum van € 15.000.
Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op € 1.442. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 467) en het betaalde griffierecht (€ 54). De rechtbank wijst erop dat zij geen bevoegdheid heeft om verweerder te verplichten het dossier te verstrekken, omdat dit een feitelijke handeling betreft.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen en een dwangsom te betalen.