Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 8 oktober 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden en is op 18 februari 2026 in gebreke gesteld. Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn, uiterlijk 8 april 2027, een besluit moet nemen. Dit volgt uit de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken hanteert bij dergelijke zaken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op €1.442. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€467) en het betaalde griffierecht (€54).