ECLI:NL:RBMNE:2026:2662
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 16 juni 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres het beroep tijdig heeft ingediend na ingebrekestelling van verweerder.
De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn realistisch acht. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 18 december 2026 een besluit op bezwaar moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken sinds ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op € 1.442,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
Tot slot merkt de rechtbank op dat zij geen bevoegdheid heeft om verweerder te verplichten het dossier te verstrekken, omdat dit een feitelijke handeling betreft en geen besluit in de zin van de Awb.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op uiterlijk 18 december 2026 een besluit op bezwaar te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.