ECLI:NL:RBMNE:2026:2666
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, maar verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist. Nadat verweerder op 9 januari 2026 in gebreke werd gesteld, heeft eiseres op 12 maart 2026 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn een besluit moet nemen. Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, met een maximumtermijn van twee weken na verzending van de uitspraak indien deze termijn al verstreken is.
De rechtbank bepaalt dat verweerder uiterlijk op 18 november 2026 een besluit op bezwaar moet nemen. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en het griffierecht.
De rechtbank sluit zich aan bij het beleid van de rechtspraak en de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak en wijst het beroep toe. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok op 23 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op uiterlijk 18 november 2026 een besluit op bezwaar bekend te maken met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.