ECLI:NL:RBMNE:2026:2677

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
UTR 24/2838 - rectificatie
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet geschonden hoorplicht bij naheffingsaanslag parkeerbelasting

Eiseres kreeg op 26 juli 2023 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zij op 10 juli 2023 een auto parkeerde bij het Maliebaanstation in Utrecht zonder de verschuldigde belasting te voldoen.

Na bezwaar werd dit ongegrond verklaard, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank. Het geschil betrof vooral de vraag of de hoorplicht door de heffingsambtenaar was geschonden, omdat eiseres stelde dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen om gehoord te worden.

De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar meerdere keren uitnodigingen voor een hoorzitting had gestuurd naar het juiste e-mailadres van eiseres, en dat er zelfs een hoorzitting was gepland en gehouden waarbij eiseres niet was verschenen. De rechtbank vond dat de hoorplicht niet was geschonden.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen gelijk kreeg, het griffierecht niet werd teruggegeven en geen proceskostenvergoeding werd toegekend.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard wegens niet geschonden hoorplicht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2838 Rectificatie p. 3.

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

(gemachtigde: J. Pablo)
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans)

Procesverloop

1.1
De heffingsambtenaar heeft op 26 juli 2023 aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiseres heeft tegen de naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.
1.2
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 23 februari 2024 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
1.3
Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 16 april 2026. De gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen

Feiten
2. Eiseres heeft op 10 juli 2023 om 17.16 uur een auto met kenteken [kenteken] geparkeerd op een parkeerplaats bij het Maliebaanstation in Utrecht waar betaald parkeren van toepassing is, zonder dat op dat tijdstip de verschuldigde belasting was voldaan.
Geschil
3. Tussen partijen is in geschil of de hoorplicht is geschonden.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de heffingsambtenaar haar onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld om gehoord te worden. De gemachtigde van eiseres stelt dat er - na mailwisseling met de heffingsambtenaar - was afgesproken dat de hoorzitting op
22 maart 2024 zou plaatsvinden. Om onduidelijke redenen heeft de heffingsambtenaar met dagtekening 27 februari 2024 uitspraak op bezwaar gedaan, zonder dat de hoorzitting hieraan vooraf is gegaan. Eiseres is in haar procesbelang geschaad door het achterwege laten van de hoorzitting, zo stelt zij.
5. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat (de gemachtigde van) eiseres in ruim voldoende mate in de gelegenheid is gesteld om gehoord te worden. De gemachtigde is op 30 november 2023, 12 januari 2024, 2 februari 2024 en 19 februari 2024 uitgenodigd voor een hoorzitting. De gemachtigde van eiseres heeft daar niet op gereageerd. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de heffingsambtenaar screenshots van de e-mails met de uitnodigingen overgelegd. Er is uiteindelijk een hoorzitting gehouden op 22 februari 2024, maar (de gemachtigde van) eiseres is daarbij niet verschenen.
6. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met de overgelegde screenshots van de e-mails van 30 november 2023, 12 januari 2024, 2 februari 2024 en de uitnodiging van 19 februari 2024 aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres voldoende gelegenheid is geboden om deel te nemen aan een hoorzitting. De heffingsambtenaar heeft de hoorplicht dus niet geschonden. De e-mails zijn gestuurd naar het e-mailadres [emailadres] @verkeersboete.nl. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres bevestigd dat dit het juiste e-mailadres is. In de bijlage bij de e-mails is een pdf-document opgenomen met de titel “ [eiseres] ”. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de uitnodigingen voor de hoorzittingen ook op onderhavige zaak betrekking hadden. Uit de door eiseres overgelegde e-mails blijkt daarnaast – in tegenstelling tot wat eiseres stelt – niet dat de hoorzitting pas op 22 maart 2024 zou plaatsvinden. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Eiseres krijgt ook geen vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A.
Schimmel, rechter, in aanwezigheid van
mr.A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.