ECLI:NL:RBMNE:2026:2811

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
UTR 24/8332
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 Wlz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wlz-indicatie wegens ontbreken noodzaak voor blijvende 24-uurs zorg in nabijheid

Eiseres, een alleenstaande met diverse lichamelijke en psychische beperkingen, heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft deze aanvraag afgewezen omdat volgens medisch advies geen medische noodzaak bestaat voor blijvende 24-uurs zorg in de nabijheid. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de psychische stoornis als grondslag ten onrechte niet werd erkend en dat er wel degelijk noodzaak is voor intensieve zorg.

De rechtbank heeft het beroep behandeld en uitgebreid medisch advies ingewonnen, waaronder contact met de huisarts en aanvullende rapportages. De medische adviezen concluderen dat de zorgbehoefte planbaar is en dat er geen sprake is van een blijvende noodzaak voor 24-uurs zorg in de nabijheid. De rechtbank stelt vast dat de medische adviezen zorgvuldig en navolgbaar zijn en dat de door eiseres overgelegde stukken geen aanleiding geven tot twijfel aan deze adviezen.

De rechtbank wijst erop dat het CIZ gebonden is aan de beleidsregels en dat de diagnose psychische stoornis volgens de DSM-5 moet worden gesteld door een deskundige, wat in dit geval ontbreekt. Ook het zorgmijdende gedrag van eiseres leidt niet tot een medisch risicovolle situatie die 24-uurs zorg rechtvaardigt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van de Wlz-indicatie.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat eiseres geen recht heeft op een Wlz-indicatie wegens het ontbreken van noodzaak voor blijvende 24-uurs zorg in de nabijheid.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/8332

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S. Wortel),
en

Centrum Indicatiestelling Zorg

(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om haar een indicatie te verlenen op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CIZ de aanvraag van eiser om Wlz zorg terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het primaire besluit van 2 april 2024 heeft het CIZ de aanvraag om zorg op grond van de Wlz afgewezen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 20 november 2024 heeft het CIZ het bezwaar ongegrond verklaard en is bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 17 april 2025 op zitting behandeld. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om eiseres de gelegenheid te geven een andere arts dan haar huidige huisarts te raadplegen en aanvullende medische informatie te overleggen. Op 31 december 2025 heeft de mentor van eiseres het CIZ verzocht contact op te nemen met de huisarts van eiseres. Op 9 januari 2026 heeft de medisch adviseur contact opgenomen met de huisarts en hem enkele vragen voorgelegd. Op 26 januari 2026 heeft de huisarts hier schriftelijk op gereageerd. De medisch adviseur heeft deze reactie verwerkt in het advies van 27 januari 2026. Hierna is het beroep van eiseres op 3 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het CIZ. Ook aanwezig waren de begeleider en de mentor van eiseres, respectievelijk de heer [A] , en de heer [B] .

Beoordeling door de rechtbank

Relevante feiten en totstandkoming van het besluit
3. Eiseres is alleenstaand en ontvangt een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Zij heeft locomotore beperkingen bij neurologische problematiek en klachten van het bewegingsapparaat. Ook is er sprake van verminderde intellectuele capaciteiten, zijn er geheugenklachten en is er sprake van psychische problematiek in de voorgeschiedenis en actueel (mogelijk problematisch) alcoholgebruik. Eiseres ontvangt hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Er is mentorschap en bewind uitgesproken.
4. Met het primaire besluit van 2 april 2024 heeft het CIZ de aanvraag voor zorg op grond van de Wlz afgewezen. Het CIZ heeft zich hierbij gebaseerd op het advies van medisch adviseur Hartman van 29 maart 2024. Het CIZ stelt dat eiseres is aangewezen op planbare zorg, eventueel in combinatie met zorg op afroep. Met het bestreden besluit 20 november 2024 is het CIZ bij dit standpunt gebleven. Het CIZ heeft daarbij het advies van medisch adviseur Cornelissen-Houben van 31 oktober 2024 betrokken. De huidige zorgbehoefte op basis van de grondslagen lichamelijke handicap en somatiek zijn te objectiveren en als planbaar te beschouwen. Eiseres is in staat een telefoon te gebruiken en hiermee om hulp te vragen, maar ze weert regelmatig zorg en wil geen bemoeienis van derden. In het verleden hebben zich volgens de huisarts geen medisch risicovolle situaties voorgedaan. Er is dus geen medische noodzaak vast te stellen voor (levenslange) 24 uurs zorg in de nabijheid. Hierom heeft eiseres geen recht op Wlz-zorg.
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres stelt dat ten onrechte de grondslag psychische stoornis niet is vastgesteld en dat er ten onrechte geen noodzaak voor blijvende 24 uurs zorg in de nabijheid is vastgesteld. Zij wijst er in haar gronden van beroep op dat eerder wel de grondslag psychische stoornis is aangenomen en dat haar psychische klachten nog onverminderd aanwezig zijn. Daarnaast is de medische beoordeling van het Uwv [1] , die menen dat eiseres volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, ten onrechte aan de kant geschoven. Verder stelt eiseres dat er zich wel degelijk medisch risicovolle situaties hebben voorgedaan vanwege haar zorg werende gedrag. De huisarts belemmert en bagatelliseert de situatie van eiseres. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres een brief van haar mentor overgelegd waarin deze stelt dat zijns inziens blijvend hulp nodig is, een mailwisseling met de fysiotherapeut waaruit blijkt eiseres niet gemotiveerd is om te bewegen en dat zij meerdere keren tevergeefs bij eiseres is geweest en een ritformulier waarbij eiseres na een melding van thuiszorg de deur niet opendeed voor politie en ambulance. Eiseres heeft geprobeerd om een nieuwe huisarts te vinden maar dit is niet gelukt.
Wat vindt de rechtbank?
Juridisch kader
6. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het CIZ op goede gronden geweigerd heeft aan eiseres zorg op grond van de Wlz toe te kennen
.De voor de beoordeling van belang zijnde periode in deze zaak loopt van 17 september 2023 (datum aanvraag) tot en met 20 november 2024 (datum bestreden besluit).
7. De rechtbank overweegt dat iemand alleen voor een indicatie op grond van de Wlz in aanmerking komt als aan alle voorwaarden is voldaan. Het CIZ heeft geen mogelijkheid om van deze regels af te wijken. Kort samengevat komt het erop neer dat iemand alleen in aanmerking komt voor een Wlz-indicatie als [2] :
- er een grondslag is; en
- er 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen; en
- deze zorgbehoefte blijvend is.
Omvang geschil
8. De rechtbank stelt voorop dat niet ter discussie staat dat er wordt voldaan aan de eerste voorwaarde. Wel zijn partijen verdeeld over de vraag of (ook) de grondslag psychische stoornis van toepassing is. Verder is in geschil of er (blijvend) 24-uurs zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen.
Grondslag psychische stoornis
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de medisch adviseur afdoende toegelicht dat en waarom een grondslag psychische stoornis op dit moment niet kan worden aangenomen. Hierbij is van belang dat uit de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024 (de Beleidsregels) blijkt dat het CIZ de criteria van de DSM-5 hanteert om de grondslag psychische stoornis toe te kennen en dat de diagnose door een ter zake deskundige moet worden gesteld volgens de binnen de beroepsgroep vigerende richtlijnen. Uit het medisch advies van 29 maart 2024 blijkt dat er, anders dan in het verleden, nu geen actuele DSM diagnosen zijn. Dit blijkt volgens de medisch adviseur uit zowel informatie van de huisarts als de verpleegkundig specialist GGZ. Dit wordt bevestigd in het advies van 31 oktober 2024 als ook in het advies van 27 januari 2026 waarin staat vermeld dat actuele diagnostiek vanuit de GGZ ontbreekt. Nu dit op dit moment een dergelijke diagnose ontbreekt, heeft het CIZ deze grondslag gelet op de Beleidsregels dan ook niet aan hoeven nemen. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.
Blijvende 24 uur zorg in de nabijheid
10. De rechtbank is van oordeel dat het CIZ zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet is komen vast te staan dat voor eiseres blijvende 24 uurs zorg in de nabijheid noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. Het CIZ heeft verschillende keren medisch onderzoek laten verrichten naar de situatie van eiseres. In de besluitvorming heeft het CIZ zich gebaseerd op medische adviezen van 29 maart 2024 en 31 oktober 2024. Ook is er in de beroepsfase nog een medisch advies uitgebracht op 27 januari 2026 en een aanvullend medisch advies op 31 maart 2026. Uit deze medisch adviezen blijkt dat eiseres is aangewezen op zorg; hulp bij ADL en HDL alsmede hulp bij financiën en administratie. Deze zorgbehoefte is volgens de medisch adviseur adequaat te compenseren met planbare zorg. Ernstig nadeel zoals verwoord in de Wlz is hiermee te voorkomen. Er is volgens de medisch adviseur geen medische noodzaak aanwezig voor 24 uur zorg in de nabijheid. Ook de medische noodzaak voor levenslange 24 uur zorg in de nabijheid kan niet worden vastgesteld. Niet is uit te sluiten dat vanuit behandeling van de GGZ de psychische en mogelijk cognitieve klachten van eiseres zullen verminderen, waardoor verbetering in functioneren en zodoende afname van de begeleidingsbehoefte is te verwachten, aldus de medisch adviseur.
10. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) mag het CIZ zich baseren op een medisch advies als dat advies voldoende zorgvuldig tot stand gekomen is en navolgbaar is. Vervolgens ligt het op de weg van de aanvrager om medische stukken te overleggen die aan het medisch advies kunnen doen twijfelen.
10. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanknopingspunten voor twijfel aan het door het CIZ verrichte onderzoek. De adviezen van de medisch adviseur zijn op zorgvuldige wijze tot stand gekomen en zijn navolgbaar. Hierbij is van belang dat de medisch adviseur(s) dossieronderzoek hebben verricht en kennis hebben genomen van de voorhanden zijnde medische informatie van de behandelaars van eiseres. Ook het door eiseres overgelegde ritformulier en de informatie van de fysiotherapeut zijn kenbaar bij het advies van 31 oktober 2024 betrokken en kunnen daarom niet tot twijfel aan de zorgvuldigheid van dit advies leiden. Uit deze stukken blijkt niet dat het zorg mijdende gedrag van eiseres tot een medisch risicovolle situatie heeft geleid. Ook de omstandigheid dat eiseres door het Uwv duurzaam en volledig arbeidsongeschikt wordt geacht, leidt niet tot twijfel aan de juistheid en volledigheid van de medisch adviezen. Hierbij is van belang dat de medische beoordeling in het kader van de WIA een ander doel en een ander wettelijk kader met andere criteria heeft dan een medische beoordeling in het kader van de Wlz.
13. Nu eiseres verder niet met medisch verifieerbare gegevens heeft onderbouwd dat aan de juistheid van de adviezen moet worden getwijfeld, is de rechtbank van oordeel dat het CIZ heeft mogen uitgaan van de juistheid ervan. Daarbij wordt opgemerkt dat de door eiseres in beroep overgelegde informatie van de huisarts van 26 januari 2026 geen aanleiding vormt om tot een andere conclusie te komen. Hij stelt dat de gezondheidstoestand van eiseres niet objectiveerbaar veel veranderd is sinds eind 2024 en benadrukt het belang van (planbare) HDL [3] . De door eiseres overgelegde mail van de huisarts van 29 januari 2026 waarin staat vermeld dat GGZ Centraal heeft geadviseerd intensievere woonbegeleiding in te schakelen, leidt evenmin tot twijfel aan de juistheid van de medische adviezen die ten grondslag liggen aan de besluitvorming. Deze mail is kenbaar betrokken bij het aanvullend medisch advies van 31 maart 2026. Niet is gebleken dat met intensievere woonbegeleiding ook (levenslange) 24 uurs zorg in de nabijheid wordt bedoeld.
14. De rechtbank kan zich goed voorstellen dat de mentor en begeleider zich zorgen maken over eiseres. Het staat immers vast dat sprake is forse problematiek en dat eiseres veel zorg nodig heeft. Hun standpunt dat 24 uur zorg in de nabijheid noodzakelijk is en de huisarts de situatie onderschat, kan echter niet leiden tot gerechtvaardigde twijfel aan de juistheid dan wel volledigheid van de aanwezige medisch adviezen. Deze medische beoordeling valt namelijk niet binnen hun expertise.
15. Gelet op het voorgaande is er geen grond om te oordelen dat de adviezen die aan het bestreden besluit ten grondslag liggen onzorgvuldig en onvolledig zijn. De conclusies van de medisch adviseur zijn goed te volgen. Het CIZ mocht de conclusie dat eiseres niet in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz dan ook baseren op de adviezen van de medisch adviseur.
16. Dit betekent dat het CIZ zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. van Dort, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
2.Zie artikel 3.2.1., eerste en tweede lid, van de Wlz.
3.Hulp bij Dagelijkse Levensverrichtingen (HDL).