Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De kern van de zaak
4.De beslissing
- de kosten van betekening als VVBA niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
- de wettelijke rente
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De vakbond VVBA vorderde dat de kantonrechter verklaart dat afspraken uit 2023 tussen VVBA en BENU leiden tot een salarisverhoging van 8% voor BENU-apothekers in 2025 en 2026, en dat BENU wordt verplicht deze verhogingen uit te keren. BENU stelde dat VVBA niet-ontvankelijk is omdat zij geen cao-partij is en geen procesbevoegdheid heeft.
De kantonrechter oordeelde dat VVBA geen procesbevoegdheid ontleent aan de Wet cao, omdat zij niet statutair bevoegd is cao's te sluiten en de afspraken niet als cao kunnen worden aangemerkt. Ook op grond van artikel 3:305a BW is VVBA niet ontvankelijk, omdat zij niet voldeed aan de strenge procedurele eisen, zoals inschrijving in het register.
Het beroep van VVBA op redelijkheid en billijkheid om het wettelijke systeem te doorbreken werd verworpen, omdat individuele apothekers zelf hun loonbelangen kunnen afdwingen. VVBA werd veroordeeld in de proceskosten van BENU.
Uitkomst: VVBA is niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tot loonverhoging en veroordeeld in de proceskosten.