Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2842

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
24 mei 2026
Zaaknummer
11790076 \ LC EXPL 25-1482
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing incassovordering wegens onvoldoende onderbouwing factuur

Eiser vorderde betaling van een factuur van €6.518,80 voor werkzaamheden die hij stelde te hebben verricht voor gedaagde partijen. Gedaagden betwistten de vordering, stelden dat de factuur onjuist was, dat prijzen niet waren overeengekomen en dat het werk niet of slecht was uitgevoerd. Eiser verwees slechts naar een WhatsAppbericht ter onderbouwing, maar dit bericht was onduidelijk en kwam niet overeen met de factuurbedragen.

De kantonrechter oordeelde dat eiser zijn vordering onvoldoende concreet en duidelijk had onderbouwd, waardoor de hoofdsomvordering werd afgewezen. De overige verweren van gedaagden behoefden daardoor geen beoordeling. Een verzoek tot reconventie van gedaagden werd niet in behandeling genomen omdat dit te laat was ingediend.

Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat gedaagden geen gemachtigde hadden ingeschakeld en de procedure schriftelijk verliep. Het vonnis werd uitgesproken door mr. D.A. van Steenbeek op 13 mei 2026.

Uitkomst: De incassovordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de factuur.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11790076 \ LC EXPL 25-1482
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
[eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam],
te [plaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V.,
tegen

1.[gedaagde sub 1] .,

te [plaats] ,
en haar (voormalige) vennoten
2.
[gedaagde sub 2] ,
in [plaats] , en
3.
[gedaagde sub 3] ,
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
allen procederend in persoon.
Partijen zullen hierna respectievelijk [eiser] , de [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] worden genoemd.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2] en (zo begrijpt de kantonrechter) de [gedaagde sub 1] ,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 3] ,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 2] en (zo begrijpt de kantonrechter) de [gedaagde sub 1] ,
- de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 3] ,
- de akte van [eiser] .
1.2
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
Volgens [eiser] heeft hij werkzaamheden uitgevoerd voor de [gedaagde sub 1] en heeft hij daarvoor drie facturen gestuurd. Eén daarvan (zo concludeert de kantonrechter uit het betoog van [eiser] ) heeft de [gedaagde sub 1] volgens [eiser] niet betaald, namelijk de factuur van 6 september 2022 voor € 6.509,80 [1] . [eiser] vordert betaling van € 6.518,80 in hoofdsom, plus nevenvorderingen. De gedaagde partijen zijn het daarmee niet eens. Volgens alle gedaagde partijen is de factuur ongegrond. Volgens de [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn bovendien de bedragen op de factuur onjuist, zijn de daar gestelde prijzen niet overeengekomen en ook niet redelijk, en heeft [eiser] het werk niet afgerond dan wel is het wel geleverde werk van slechte kwaliteit. [gedaagde sub 3] voert aan dat zij niets met een eventuele opdracht aan [eiser] te maken heeft en daar niet aansprakelijk voor kan zijn. Voor zover er al sprake is van een opdracht, moet deze volgens [gedaagde sub 3] betrekking hebben op een overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde sub 2] in privé. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] af.

3.De beoordeling

[eiser] heeft zijn vordering onvoldoende nader onderbouwd
3.1
Gezien de betwisting van de juistheid van de factuur die [eiser] vordert, had het op zijn weg gelegen om duidelijk en concreet te vertellen waarom die factuur wel klopt. Dat doet [eiser] niet of onvoldoende. [eiser] verwijst zonder nadere toelichting alleen naar een WhatsAppbericht [2] van hem aan (kennelijk) [gedaagde sub 2] , waaruit een en ander zou moeten blijken. Maar de in dat bericht genoemde bedragen tellen niet op tot het bedrag op de factuur en de omschrijvingen die [eiser] aan de bedragen geeft komen ook niet met de factuur overeen. De kantonrechter kan geen chocola maken van dat bericht. Omdat [eiser] op geen enkele manier uitlegt hoe dat bericht dan wel gelezen zou moeten worden, heeft [eiser] zijn vordering voor de hoofdsom onvoldoende nader onderbouwd.
3.2
Het voorgaande betekent op zichzelf al dat de vordering voor de hoofdsom wordt afgewezen. Alle overige verweren die de gedaagde partijen hebben aangevoerd, hoeft de kantonrechter daarom niet te beoordelen.
Vordering in reconventie?
3.3
De [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben bij de conclusie van dupliek nog verzocht dat de kantonrechter bepaalt dat de aanbetaling van € 1.500,00 en een reparatienota van een auto van (zo stellen de [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ) van [eiser] van € 2.500,00 moet worden terugontvangen. Dat verzoek is een eis in reconventie, maar daarmee zijn de [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te laat. Eisen in reconventie moeten direct bij het antwoord worden ingediend. De kantonrechter zal het verzoek niet beoordelen.
[eiser] moet de proceskosten betalen
3.4
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat de procedure uitsluitend schriftelijk is verlopen en de gedaagde partijen geen gemachtigde hebben ingeschakeld voor het proces, worden de proceskosten van de gedaagde partijen begroot op nihil.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
wijst de vorderingen van [eiser] af,
4.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van de gedaagde partijen, tot op heen begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
RW1368

Voetnoten

1.Productie 5 van [eiser]
2.Productie 9 van [eiser]