Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] (eiser) en [eiseres] (eiseres), uit [plaats] ,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
30 september 2024 herzien, ingetrokken en teruggevorderd. Deze besluiten staan in rechte vast.
e-mail van 7 april 2025 niet concreet wordt uitgelegd waarop die koppeling is gebaseerd. De commissie heeft daarbij wel gewezen op overeenkomsten in de achtergronden van de gebruikte foto’s op de accounts “ [accountnaam 1] ” en “ [accountnaam 2] ”. De rechtbank stelt vast dat de onderbouwing van de koppeling tussen de accounts en eisers beperkt blijft. Dat betekent echter niet dat eisers daarmee aannemelijk hebben gemaakt dat de eerdere handel was beëindigd. Daarbij weegt mee dat eisers hun ontkenning dat de advertenties van hen zijn niet nader hebben onderbouwd. Ook hebben zij geen objectieve en controleerbare gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de handel daadwerkelijk was gestopt, terwijl het aan eisers is om aannemelijk te makkelijk dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden ten opzichte van de eerder vastgestelde situatie. De omstandigheid dat eerder voorraad in beslag is genomen, is daarvoor onvoldoende.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 26 augustus 2025 voor zover daarbij het bezwaar van eiseres tegen de primaire besluiten van 7 januari 2025 ontvankelijk is verklaard;
- verklaart het bezwaar van eiseres tegen de primaire besluiten van 7 januari 2025 alsnog niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats komt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat het bestreden besluit voor het overige in stand blijft;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 53,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eisers.