Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2907

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
12208510
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 477 Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering achterstallig salaris en wettelijke rente in kort geding

Verzoekster vordert betaling van haar achterstallige salaris over de weken 10 tot en met 37 van 2025, inclusief wettelijke rente en verhoging. Verweerder is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter beoordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoekster geconfronteerd wordt met executoriale verkoop van haar auto en het achterstallige salaris nodig heeft om deze te voorkomen. Tevens is het zeer waarschijnlijk dat de vorderingen in een bodemprocedure worden toegewezen, aangezien vaststaat dat verweerder het ingehouden salaris niet aan de deurwaarder heeft afgedragen.

De loonvordering wordt toegewezen, evenals de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf 22 september 2025 tot volledige betaling. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €814,00. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris, wettelijke verhoging, rente en proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12208510 \ UV EXPL 26-104
Kort geding vonnis van 29 mei 2026
in de zaak van
[verzoekster],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. L.M.L. van Berkel,
tegen
De besloten vennootschap
[verweerder] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:
- de dagvaarding met producties;
- een nader door [verzoekster] toegezonden brief van de deurwaarder van 18 mei 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 15 mei 2026. [verzoekster] is verschenen, vergezeld door haar partner en bijgestaan door haar gemachtigde. [verweerder] is niet verschenen. Door of namens [verzoekster] is haar standpunt toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Na sluiting van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter beslist dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
[verzoekster] wil met deze procedure bereiken dat [verweerder] haar achterstallige salaris over de weken 10 tot en met 37 van het jaar 2025 alsnog betaalt. Hierbij maakt zij ook aanspraak op de wettelijke rente en wettelijke verhoging. De vorderingen worden toegewezen. Hierna zal worden uitgelegd waarom.
3. De beoordeling
Tegen [verweerder] is verstek verleend
3.1.
De mondelinge behandeling vond plaats op 15 mei 2026. [verweerder] was niet aanwezig op de mondelinge behandeling en heeft voorafgaand hieraan ook niet op een andere manier gereageerd. Uit de dagvaarding volgt dat zij wel op een juiste manier is opgeroepen. Daarom is tijdens de mondelinge behandeling tegen [verweerder] verstek verleend. De zaak is dus zonder aanwezigheid of reactie van [verweerder] behandeld.
Betaling van het achterstallige salaris wordt toegewezen
3.2.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening, waarin door de kantonrechter aan de gedaagde partij verstek is verleend. In een dergelijk geval worden de vorderingen door de kantonrechter toegewezen als:
I. sprake is van een spoedeisend belang;
II. het zeer waarschijnlijk is dat de vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen;
III. de vorderingen niet in strijd zijn met de wet en een geldige reden aanwezig is.
3.3.
Met betrekking tot alle vorderingen wordt aan de drie voorwaarden voldaan, zodat ze alle worden toegewezen. Dit zal hieronder worden uitgelegd.
I. Er is sprake van een spoedeisend belang
3.4.
In dit kort geding moet de kantonrechter allereerst beoordelen of [verzoekster] een spoedeisend belang bij haar vordering heeft. Van een spoedeisend belang is sprake als een onmiddellijke voorziening nodig is en van eiseres niet kan worden verlangd dat de uitkomst van een bodemprocedure wordt afgewacht. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een dergelijk spoedeisend belang bij de ingestelde vorderingen, omdat [verzoekster] zich geconfronteerd ziet met de executoriale verkoop van haar auto en zij met het achterstallige salaris haar schuld kan inlossen om deze executoriale verkoop te voorkomen.
II. Het is zeer waarschijnlijk dat alle vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen
3.5.
De kantonrechter moet in dit kort geding vervolgens beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt hierbij dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter hebben alle vorderingen een zodanige kans van slagen dat het treffen van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Dit wordt hierna uitgelegd.
3.6.
Vaststaat dat deurwaarder De Beste & Partners (hierna: de deurwaarder) op 20 januari 2025 ten aanzien van [verzoekster] (loon)beslag heeft gelegd onder [verweerder] . Vanwege dit loonbeslag rust op [verweerder] vanaf die datum de verplichting om de volgens de verklaring verschuldigde geldsommen aan de deurwaarder af te dragen. [1] Uit door [verzoekster] overgelegde mailwisseling met [verweerder] van 29 oktober 2025 volgt dat [verweerder] in de weken 10 tot en met 37 van het jaar 2025 in totaal een bedrag van € 1.705,24 netto op het salaris van [verzoekster] heeft ingehouden, maar dat [verweerder] dit bedrag niet aan de deurwaarder heeft afgedragen. [verweerder] heeft in dezelfde mailwisseling toegezegd het bedrag op 3 november 2025 alsnog aan de deurwaarder over te zullen maken. Uit mailwisseling van [verzoekster] met de deurwaarder van 21 april 2026 volgt dat het bedrag van € 1.705,24 netto nog steeds niet door [verweerder] is afgedragen, ondanks dat daar meerdere malen bij [verweerder] door de deurwaarder om zou zijn verzocht. De deurwaarder is daarom overgegaan tot het leggen van executoriaal beslag op de auto van [verzoekster] .
3.7.
Onweersproken is dat het bedrag van € 1.705,24 netto wel op het aan [verzoekster] verschuldigde loon is ingehouden, maar niet door [verweerder] aan de deurwaarder is afgedragen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat dit salaris nog steeds verschuldigd is. Omdat zowel uit het verhandelde ter zitting als uit een brief van de deurwaarder van 18 mei 2026 volgt dat de deurwaarder het loonbeslag onder [verweerder] ten aanzien van [verzoekster] heeft opgeheven omdat [verzoekster] per 9 december 2025 bij [verweerder] uit dienst is gegaan, staat het loonbeslag in deze procedure niet (meer) aan de loonvordering van [verzoekster] in de weg. [2] De loonvordering zal daarom worden toegewezen.
III. De vorderingen zijn niet in strijd zijn met de wet / er is een geldige reden aanwezig
3.8.
Niet is gebleken dat de voorgaande vordering in strijd is met de wet. Ook is deze niet zonder een geldige reden ingesteld. Dit staat toewijzing daarom niet in de weg.
De wettelijke verhoging en rente worden toegekend
3.9.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om de eveneens onweersproken gevorderde wettelijke verhoging van 50% over het achterstallig salaris te matigen. Deze vordering zal ook worden toegewezen. De door [verzoekster] gevorderde wettelijke rente over de bovenstaande vorderingen zal eveneens worden toegewezen op de wijze zoals deze in de beslissing is vermeld.
[verweerder] moet de proceskosten betalen
3.10.
[verweerder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [verzoekster] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [verweerder] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [verzoekster] worden begroot op:
- griffierecht
93,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
Totaal
814,00
Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard
3.11.
De kantonrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [verweerder] om aan [verzoekster] te betalen een bedrag van € 1.705,24 netto aan achterstallig salaris;
4.2.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het onder 4.1 genoemde salaris;
4.3.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de bedragen als genoemd onder 4.1 en 4.2, met ingang van 22 september 2025, tot de dag van volledige betaling;
4.4.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026.
LHJ/63796

Voetnoten

1.Zie artikel 477 Rechtsvordering Pro.
2.Het opheffen van het loonbeslag is volgens de deurwaarder per post en per e-mail (op [emailadres] .nl) aan [verweerder] kenbaar gemaakt.