ECLI:NL:RBMNE:2026:293

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
UTR 24/3387
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 87 RVVArt. 2 legesverordeningArt. 1.19.1.1.1. legesverordeningECLI:NL:HR:2017:3327
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling legesaanslag voor aanvraag RVV-ontheffing parkeren voertuig marktondernemer

Eiser, een marktondernemer, heeft een ontheffing aangevraagd om zijn voertuig achter zijn standplaats te parkeren. De gemeente Almere legde hiervoor een legesaanslag van €71,40 op, gebaseerd op de legesverordening 2023. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslag, stellende dat de legesverordening geen tarieven voor marktondernemers bevat en dat hij dubbel betaalt vanwege reeds betaalde marktgelden.

De rechtbank overweegt dat leges geheven worden voor het in behandeling nemen van aanvragen en dat de legesverordening van de gemeente Almere het tarief voor een RVV-ontheffing duidelijk regelt. De marktverordening bevat geen bepalingen over leges en kan geen vrijstelling bieden van de RVV-ontheffing. De rechtbank wijst het bezwaar af omdat het om verschillende belastbare feiten gaat: marktgelden voor de standplaats en leges voor de ontheffing van het parkeren van het voertuig.

Eiser is niet verschenen bij de zitting. De rechtbank sluit het onderzoek en doet direct uitspraak. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de legesaanslag blijft in stand. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.

Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag voor de aanvraag van een RVV-ontheffing wordt ongegrond verklaard en de legesaanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Lelystad
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3387
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: mr. T. Klinkhamer)

Inleiding

1. Eiser is [beroep] en heeft een ontheffing op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) [1] aangevraagd om zijn voertuig achter zijn [locatie] te parkeren, waarvoor hij een vergunning heeft. De heffingsambtenaar heeft op 13 juli 2023 aan eiser een legesaanslag van € 71,40,- euro opgelegd in verband met het in behandeling nemen van de aanvraag voor de ontheffing.
2. Tegen de legesaanslag heeft eiser bezwaar gemaakt. Met de uitspraak op bezwaar van 29 maart 2024 heeft de heffingsambtenaar de legesaanslag gehandhaafd. Hiertegen heeft eiser beroep bij de rechtbank ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3. Het beroep is op 20 januari 2026 op een zitting bij de rechtbank behandeld. Aan de zitting heeft de heffingsambtenaar, vergezeld door [A] , deelgenomen. Eiser is niet verschenen.
4. Na afloop van zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering daarvan vermeldt de rechtbank in dit proces-verbaal.

Beslissing

5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

6. Leges worden geheven door de gemeente in verband met het verlenen van diensten op aanvraag of het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit. [2] Ten tijde van het opleggen van de legesaanslag was de “Verordening op de heffing en invordering van leges 2023” van de gemeente Almere (de legesverordening) van toepassing. In deze verordening heeft de gemeenteraad tarieven voor het heffen van leges opgenomen.
7. Het belastbare feit voor de heffing van leges is in het geval van eiser het in behandeling nemen van de door eiser ingediende aanvraag voor een ontheffing. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad is de uitkomst van de aanvraagprocedure in beginsel niet van belang voor het heffen van leges, tenzij blijkt dat voor desbetreffende activiteit geen vergunning of ontheffing nodig is. In dat geval behoeven er na afloop van de aanvraagprocedure geen leges te worden voldaan. [3] De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat eiser leges verschuldigd is als gevolg van het in behandeling nemen van zijn aanvraag om een ontheffing. Er zijn leges geheven op basis van de tarieventabel die behoort bij de legesverordening. Uit de legesverordening volgt dat het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een RVV ontheffing € 71,40,- is, inclusief een voertuigenontheffingskaart. [4]
8. Eiser voert aan dat de gemeente in de legesverordening geen legestarieven hanteert voor marktondernemers. De legesverordening verwijst in hoofdstuk 14 enkel naar de Verordening marktgelden. Ook de Marktverordening 2019 bepaalt niets over legeskosten. Voertuigen moeten volgens deze verordening inpasbaar zijn, maar van legeskosten is volgens eiser geen sprake. Verder voert eiser aan dat hij dubbel betaalt, omdat hij al marktgelden aan de gemeente betaalt.
9. Voor zover eiser aanvoert dat er geen leges in rekening gebracht mogen worden, omdat dit niet uit de Marktverordening volgt, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt met eiser vast dat in de Marktverordening niet is bepaald dat voor aanvragen om voertuigen achter [locatie] te mogen parkeren leges geheven mogen worden. Dat komt omdat de leges geheven worden op grond van de gemeentelijke legesverordening. Daarin is bepaald dat voor het aanvragen van een RVV ontheffing leges in rekening worden gebracht. [5] Voor zover eiser bedoelt dat een ontheffing niet nodig is, omdat dat in de Marktverordening zou staan, overweegt de rechtbank dat in de Marktverordening niet staat dat er voor voertuigen als die van eiser geen ontheffing nodig is. Op grond van de RVV is een ontheffing verplicht en de Marktverordening kan geen vrijstelling daarvan aan marktlieden verlenen.
10. De rechtbank volgt het standpunt van eiser niet dat hij dubbel moet betalen. De marktgelden betaalt eiser voor de standplaats op de markt en het mogen uitoefenen van de markthandel. De leges betaalt eiser om zijn voertuig achter de [locatie] te mogen parkeren. Het gaat dus om verschillende belastbare feiten. Zoals de heffingsambtenaar op de zitting terecht heeft opgemerkt hoeft eiser zijn voertuig niet op de markt te zetten, maar kiest eiser daar zelf voor. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.
11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2026 door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier.
De griffier is verhinderd de uitspraak
te ondertekenen.
de griffier de rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 87 RVV Pro.
2.Artikel 2 van Pro de legesverordening.
3.Uitspraak van de Hoge Raad van 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3327.
4.Artikel 1.19.1.1.1. van de legesverordening.
5.Artikel 1.19.1.1.1. van de legesverordening.