Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2958

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
UTR 25/6755
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 170 Wvw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid college tot bestuursdwang en kostenverhaal bij wegslepen voertuig wegens parkeerverbod tijdens evenement

Eiseres parkeerde haar voertuig op 25 april 2025 aan de Wittevrouwenkade in Utrecht, binnen een gebied waar vanwege Koningsdag een algemeen parkeerverbod met wegsleepregeling gold. Het college van burgemeester en wethouders besloot bestuursdwang toe te passen door het voertuig weg te slepen en de kosten daarvan op eiseres te verhalen.

Eiseres voerde aan dat het parkeerverbod niet duidelijk was, omdat er geen verkeersborden op de locatie stonden en zij als bewoner mocht vertrouwen op de situatie ter plaatse. Ook stelde zij dat bestuursdwang niet noodzakelijk was en dat zij niet was gewaarschuwd. De rechtbank oordeelde dat het parkeerverbod voldoende kenbaar was door zone C1-verkeersborden op toegangswegen en publicaties op gemeentelijke websites en MijnOverheid.

De rechtbank stelde vast dat eiseres zich als bestuurder diende te vergewissen van de geldende regels, zeker op een bijzondere dag als Koningsdag. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het college verplichtten af te zien van bestuursdwang. Ook was het college bevoegd de kosten te verhalen, omdat eiseres verwijtbaar handelde door te parkeren in een gebied met een duidelijk kenbaar parkeerverbod.

Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard, zij kreeg geen vergoeding van griffierecht of verletkosten. De uitspraak werd gedaan door rechter P.J. Blok op 20 mei 2026.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard; het college was bevoegd tot bestuursdwang en mocht de kosten verhalen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6755

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

(gemachtigde: mr. T. Vos).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het wegslepen van de auto van eiseres op 25 april 2025 (bestuursdwang) en de kosten die daarvoor bij eiseres in rekening zijn gebracht (wegsleep- en opslagkosten). Daar is eiseres het niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de auto van eiseres mocht wegslepen, en dat de kosten op eiseres verhaald konden worden
.Eiseres krijgt dus geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Met het bestreden besluit van 16 oktober 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij het besluit van 25 april 2025 tot het toepassen van bestuursdwang gebleven.
4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
5. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
6. De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Inleiding
7. De auto van eiseres stond op 25 april 2025 omstreeks 16:40 uur geparkeerd aan de Wittevrouwenkade in Utrecht. In verband met Koningsdag gold vanaf 25 april 2025 om 15.00 uur tot 26 april 2025 om 23.00 uur een algemeen parkeerverbod met wegsleepregeling vanwege een gepland evenement, de vrijmarkt. Gelet daarop en in verband met het vrijhouden van de aangewezen weggedeelten en wegen, is de auto van eiseres weggesleept.
Het bestreden besluit
8. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het bevoegd was om bestuursdwang toe te passen, omdat eiseres in strijd met het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (het RVV) en het Aanwijzingsbesluit Koningsdag gemeente Utrecht (het Aanwijzingsbesluit) haar auto heeft geparkeerd op een plek aan de Wittevrouwenkade waar zij niet mocht parkeren. Uit het Aanwijzingsbesluit volgt dat het parkeren binnen het vrijmarktgebied, waaronder de Wittevrouwenkade, op dat moment verboden was. Het college stelt dat dit verbod op juiste wijze is bekendgemaakt en dat eiseres hiervan op de hoogte had kunnen en moeten zijn. Verder stelt het college dat geen sprake was van bijzondere omstandigheden op grond waarvan zij van haar bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen had moeten afwijken.
Het standpunt van eiseres in beroep
9. Eiseres voert aan dat het niet duidelijk was dat er een parkeerverbod gold op de Wittevrouwenkade. Eiseres stelt dat zij haar auto heeft geparkeerd op een reguliere vergunninghoudersparkeerplaats aan de Wittevrouwenkade en dat er op dat moment geen verkeersbord aanwezig was dat verwees naar een (aanstaand) parkeerverbod. Daarnaast stelt zij dat het parkeerverbod op geen enkele andere wijze kenbaar is gemaakt. Volgens eiseres is publicatie op officiëlebekendmakingen.nl onvoldoende. Er stonden namelijk geen borden op de locatie, bewoners hoefden in het verleden hiervoor niet deze site te raadplegen en zij als bewoonster mocht vertrouwen op de situatie ter plaatse. Eiseres benadrukt in dit verband dat het college in 2025 zonder duidelijke aankondiging is afgeweken van het beleid, door de Wittevrouwenkade aan te wijzen als onderdeel van het vrijmarktgebied, terwijl zij daar al bijna twintig jaar zonder problemen parkeert. Volgens eiseres was het toepassen van bestuursdwang daarom ongerechtvaardigd, of mochten de kosten daarvan niet worden verhaald. Bovendien was het toepassen van bestuursdwang niet noodzakelijk, omdat er geen acuut gevaar of hinder was. Als zij voorafgaande aan het wegslepen was gewaarschuwd, had zij haar auto zelf op tijd kunnen verplaatsen.
Het oordeel van de rechtbank
10. Tussen partijen is in geschil of het college mocht overgaan tot toepassing van bestuursdwang, omdat het voertuig van eiseres op een parkeerplaats geparkeerd stond waar een wegsleepregeling gold, en of het college de kosten van het toepassen van de bestuursdwang vervolgens mocht verhalen op eiseres.
10. De bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen is neergelegd in artikel 170, eerste lid, van de van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw). Hierin is bepaald dat bestuursdwang kan worden toegepast wanneer met het voertuig een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift wordt overtreden en bovendien – voor zover hier relevant -verwijdering van het voertuig noodzakelijk is voor het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen.
12. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) [1] volgt dat de situatie ter plaatse bepalend is voor het antwoord op de vraag of het parkeerverbod van kracht is. Als uitgangspunt geldt dat elke verkeersdeelnemer zich ervan dient te vergewissen wat de ter plaatse geldende verkeersregels zijn en dat, voor zover hem dat niet direct kenbaar is, hij nader dient te bezien wat op een ter plaatse bevindend verkeersbord is aangegeven. Verder dient een verkeersdeelnemer een verkeersbord dat als zodanig herkenbaar is, in het belang van de rechtszekerheid en de verkeersveiligheid op te volgen, ook al is het verkeersbord niet geplaatst met inachtneming van de daarover geldende (beleids)voorschriften. Beoordeeld moet worden of de verkeersborden in dit geval als zodanig herkenbaar en zichtbaar waren.
Kenbaarheid van het parkeerverbod
13. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat het onduidelijk was dat er een parkeerverbod gold op de Wittevrouwenkade. De rechtbank overweegt dat er op 7 april 2025 rond het vrijmarktgebied onder meer zone C1-verkeersborden (gesloten in beide richtingen) zijn geplaatst. Dit blijkt uit een overzichtskaart en uit foto’s die bij het plaatsen van de verkeersborden zijn gemaakt. Hoewel deze verkeersborden niet direct aan de Wittevrouwenkade zijn geplaatst, stonden ze wel op alle mogelijke toegangsroutes naar het gebied. Op de zitting is besproken langs welke route eiseres naar de Wittevrouwenkade is gereden. Zij moet daarbij ook een van de verkeersborden zijn gepasseerd. Dat betekent dat zij op de hoogte had kunnen zijn van de ter plaatste en op dat moment geldende regels voor toegang en parkeren in het gebied. Gelet hierop leidt de stelling van eiseres tijdens de zitting, dat zij haar voertuig al op 22 april 2025 vóór de inwerkingtreding van het tijdelijke parkeerverbod had geparkeerd, niet tot een ander oordeel. De verkeersborden waren immers reeds op 7 april 2025 geplaatst. Zij had dus ten tijde van het parkeren kunnen weten dat er gedurende de aangegeven periode beperkende regels golden. Daarbij vindt de rechtbank van belang dat eiseres zich als bestuurder van het voertuig moet vergewissen van de situatie ter plaatse. Dit brengt ook met zich mee dat de eigenaar of bestuurder van een voertuig, na aanvang van het parkeren, is gehouden om nadien met enige regelmaat te (laten) controleren of de situatie ter plaatse is gewijzigd of zal wijzigen. Daarbij komt dat sprake was van een bijzondere dag, namelijk Koningsdag, de dag waarop de vrijmarkt plaatsvond in de stad. Op een dergelijk bijzondere dag kunnen andere regels gelden.
14. De rechtbank overweegt verder dat het Aanwijzingsbesluit op de website van de gemeente Utrecht en op de website koningsdaginutrecht.nl heeft gestaan en dat daarover ook is gecommuniceerd via de Berichtenbox van MijnOverheid.nl. Ook hieruit volgt dat eiseres voldoende gelegenheid had om op de hoogte te zijn van het parkeerverbod. De stelling van eiseres tijdens de zitting dat het niet bij haar was opgekomen online informatie te raadplegen, komt voor haar eigen rekening en risico.
15. Het voorgaande brengt met zich mee dat het college bevoegd was om op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wvw tot bestuursdwang te besluiten en het voertuig weg te slepen. Eiseres heeft haar voertuig namelijk geparkeerd op een plek aan de Wittevrouwenkade waar parkeren niet was toegestaan, en het parkeerverbod was daarbij voldoende kenbaar. Tijdens de zitting heeft het college bovendien toegelicht dat het noodzakelijk was om het voertuig weg te slepen, vanwege het vrijhouden van de aangewezen weggedeelten en wegen in verband met de vrijmarkt.
Bijzondere omstandigheden
16. Voor zover eiseres stelt dat het college had moeten afzien van het toepassen van bestuursdwang, wijst de rechtbank op het algemeen belang dat wordt gediend met handhaving. Bij overtreding van een wettelijk voorschrift dient het bevoegde bestuursorgaan in de regel van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang gebruik te maken. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, waardoor in die concrete situatie van optreden moet worden afgezien. Daarvan is in dit geval niet gebleken. Het feit dat eiseres al bijna twintig jaar zonder problemen parkeert in het gebied rondom de Wittevrouwenkade, vormt geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan het college in dit geval had moeten afzien van gebruikmaking van zijn bevoegdheid om het voertuig van eiseres weg te slepen. Het college heeft namelijk onweersproken gesteld dat de Wittevrouwenkade ook in voorgaande jaren deel uitmaakte van het vrijmarktgebied en het daarmee gepaard gaande parkeerverbod. De rechtbank overweegt verder dat het college niet verplicht is om eigenaren van voertuigen te waarschuwen, en dat er geen termijn hoeft te worden gesteld waarbinnen de weggebruiker het wegslepen kan voorkomen door zelf maatregelen te treffen. [2] Dat geen sprake was van acuut gevaar en eiseres daarom ook gewaarschuwd had kunnen worden, vormt dan ook geen bijzondere omstandigheid.
Kostenverhaal
17. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat de uitoefening van bestuursdwang en kostenverhaal als regel samengaan. [3] Voor het maken van een uitzondering hierop kan aanleiding bestaan als de aangeschrevene geen verwijt valt te maken over de ontstane situatie en als bij het ongedaan maken van de strijdige situatie het algemeen belang in die mate is betrokken, dat moet worden geoordeeld dat de kosten in redelijkheid niet of niet geheel voor rekening van de aangeschrevene moeten komen. Ook andere, bijzondere omstandigheden kunnen het bestuursorgaan ertoe dwingen geheel of gedeeltelijk af te zien van het kostenverhaal.
18. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van een situatie waarbij aan eiseres geen of een minder verwijt valt te maken. Het college mocht de kosten van de toepassing van bestuursdwang op eiseres verhalen, omdat haar kan worden verweten dat haar voertuig geparkeerd stond in een zone waar op dat moment een parkeerverbod gold en zij bij het parkeren ervan wist of behoorde te weten dat dit parkeerverbod zou gaan gelden.

Conclusie en gevolgen

19. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar verletkosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2896.
2.Zie de uitspraak van de Afdeling van 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:832 r.o. 6.2.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3390 r.o. 7.