Eiseres parkeerde haar voertuig op 25 april 2025 aan de Wittevrouwenkade in Utrecht, binnen een gebied waar vanwege Koningsdag een algemeen parkeerverbod met wegsleepregeling gold. Het college van burgemeester en wethouders besloot bestuursdwang toe te passen door het voertuig weg te slepen en de kosten daarvan op eiseres te verhalen.
Eiseres voerde aan dat het parkeerverbod niet duidelijk was, omdat er geen verkeersborden op de locatie stonden en zij als bewoner mocht vertrouwen op de situatie ter plaatse. Ook stelde zij dat bestuursdwang niet noodzakelijk was en dat zij niet was gewaarschuwd. De rechtbank oordeelde dat het parkeerverbod voldoende kenbaar was door zone C1-verkeersborden op toegangswegen en publicaties op gemeentelijke websites en MijnOverheid.
De rechtbank stelde vast dat eiseres zich als bestuurder diende te vergewissen van de geldende regels, zeker op een bijzondere dag als Koningsdag. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het college verplichtten af te zien van bestuursdwang. Ook was het college bevoegd de kosten te verhalen, omdat eiseres verwijtbaar handelde door te parkeren in een gebied met een duidelijk kenbaar parkeerverbod.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard, zij kreeg geen vergoeding van griffierecht of verletkosten. De uitspraak werd gedaan door rechter P.J. Blok op 20 mei 2026.