Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3024

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/6309
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 4, eerste lid, onder a, ten eerste, van de TSB-regelingArtikel 4, eerste lid, onder a, ten tweede, van de TSB-regelingProtocol allergische beroepsastma in het kader van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing tegemoetkoming op grond van stoffengerelateerde beroepsziekte wegens onvoldoende bewijs oorzakelijk verband

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB-regeling). Het Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door Gevaarlijke stoffen (ISBG) adviseerde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) de aanvraag af te wijzen, omdat niet aan alle voorwaarden werd voldaan. De Svb wees de aanvraag formeel af en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond.

De kern van het geschil betreft de vraag of het voorshands aannemelijk is dat de astma van eiser is veroorzaakt door beroepsmatige blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Het deskundigenpanel concludeerde dat hoewel eiser astma heeft en blootgesteld is aan allergenen op het werk, er geen bewijs is voor allergische beroepsastma en geen werkgerelateerd patroon kan worden vastgesteld.

De rechtbank oordeelt dat de Svb zich terecht baseerde op het deskundigenpanel, dat zorgvuldig en logisch heeft geredeneerd op basis van het Protocol en medische gegevens. De enkele stelling van eiser dat zijn klachten verergerden tijdens zijn werk in Zeist is onvoldoende om het oorzakelijk verband aan te nemen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen tegemoetkoming ontvangt en geen proceskostenvergoeding krijgt.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het oorzakelijk verband tussen astma en beroepsmatige blootstelling niet voorshands aannemelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6309

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de Svb

(gemachtigde: mr. J.G. Starreveld).

Inleiding

1. Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een tegemoetkoming op basis van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB-regeling).
2. Het Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door Gevaarlijke stoffen (hierna: het ISBG) heeft de Svb op 4 augustus 2025 geadviseerd de tegemoetkoming niet toe te kennen, omdat eiser niet aan alle voorwaarden uit de TSB-regeling voldoet. Hierbij heeft het ISBG zich gebaseerd op het Deskundigenpanel.
3. De Svb heeft met het besluit van 7 augustus 2025 de aanvraag van eiser afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
4. Naar aanleiding van het bezwaar heeft de Svb aanvullende vragen aan het ISBG gesteld. Deze vragen zijn bij brief van 12 september 2025 beantwoord.
5. Daarna heeft de Svb met het besluit van 1 oktober 2025 (het bestreden besluit) het bezwaar ongegrond verklaard.
6. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld. De Svb heeft gereageerd met een verweerschrift.
7. De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld. Eiser was niet aanwezig. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

8. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming op grond van de TSB-regeling, moet sprake zijn van een ernstige aandoening die ten tijde van de aanvraag voor de tegemoetkoming vermeld is op de Lijst beroepsziekten. [1] Daarnaast moet ‘voorshands aannemelijk’ zijn dat deze ernstige aandoening het gevolg is van blootstelling aan één of meer gevaarlijke stoffen bij het verrichten van de arbeid. [2] Het Deskundigenpanel dient dit te beoordelen.
9. Op grond van het Protocol [3] moet het Deskundigenpanel beoordelen of:
- de ziekte aanwezig is;
- sprake is geweest van beroepsmatige blootstelling aan de gevaarlijke stoffen voorafgaand aan het ontstaan van de ziekte;
- het voorshands aannemelijk is dat de ziekte van de aanvrager is veroorzaakt door beroepsmatige blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
10. De Svb heeft in het bestreden besluit en ter zitting toegelicht dat aangenomen wordt dat eiser astma heeft en dat hij is blootgesteld aan allergenen tijdens het werk. Het geschil concentreert zich hiermee op de zogenoemde ‘voorshandsaannemelijkheidstoets’.
11. Eiser stelt dat het ontbreken van ziektehistorie vóór 2000 bewijst dat hij toen niet of nauwelijks klachten had en geen arts heeft bezocht. Pas in Zeist zijn eisers klachten, zonder in contact te komen met de stof (Cidex – Glutaardyaldehyde), steeds erger geworden, waardoor bezoek aan een longarts en onderzoeken noodzakelijk werden. Eiser heeft ruim dertig onderzoeken laten uitvoeren en een second opinion in het UMC Utrecht, maar hier is geen sluitende oorzaak van zijn klachten uit naar voren gekomen.
12. De Svb heeft het bestreden besluit gebaseerd op de bevindingen van het Deskundigenpanel van 1 augustus 2025 en op voormelde brief van 12 september 2025. De deskundigen komen tot het oordeel dat eiser astma heeft en waarschijnlijk in contact is gekomen met allergenen op het werk. Er is echter geen informatie beschikbaar die de diagnose allergische beroepsastma aannemelijk maakt. In de brief van 12 september 2025 is onder meer opgenomen dat er geen bewijs is voor een werkgerelateerd patroon. In het dossier is geen testuitslag aanwezig waaruit blijkt dat eiser overgevoelig is voor de allergenen waaraan hij is blootgesteld tijdens het werk. De deskundigen achten het daarom niet voorshands aannemelijk dat sprake is van allergische beroepsastma in de zin van de TSB-regeling.
13. De rechtbank overweegt dat de Svb zich mocht baseren op het advies van het Deskundigenpanel, omdat dit zorgvuldig tot stand gekomen is en de redenering en conclusies hierin begrijpelijk zijn en logisch op elkaar aansluiten. [4] Er is rekening gehouden met de afwegingskaders die opgesteld zijn in het Protocol en de aanwezige medische gegevens zijn meegewogen. Deze zijn echter onvoldoende bevonden om aannemelijk te achten dat eisers astma is veroorzaakt door beroepsmatige blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Uit de gegevens blijkt niet van een overgevoeligheid voor een stof waaraan eiser in het werk is blootgesteld. Eiser erkent ook dat, ondanks een heel aantal onderzoeken, geen sluitende oorzaak voor zijn klachten naar voren is gekomen. Het enkele argument van eiser dat de klachten erger zijn geworden toen hij in Zeist werkte is niet voldoende om aan te nemen dat de astma is veroorzaakt door beroepsmatige blootstelling aan stoffen. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 4, eerste lid, onder a, ten eerste, van de TSB-regeling.
2.Artikel 4, eerste lid, onder a, ten tweede, van de TSB-regeling.
3.Protocol allergische beroepsastma in het kader van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten.
4.Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 27 februari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:319, r.o. 4.1.