ECLI:NL:RBMNE:2026:3185
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na vrijwillig ontslag
Eiseres nam ontslag bij haar werkgever vanwege betere arbeidsvoorwaarden en trad vervolgens in dienst als uitzendkracht bij een andere werkgever met een tijdelijk contract. Het UWV besloot dat zij geen recht had op een WW-uitkering omdat zij verwijtbaar werkloos was geworden. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank overwoog dat een werknemer verwijtbaar werkloos is als hij of zij zonder gegronde reden ontslag neemt terwijl voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs van hem of haar kon worden gevergd. In deze zaak was er geen reëel uitzicht op werk van minimaal 26 weken bij de nieuwe werkgever, mede omdat het contract een duidelijke einddatum bevatte.
De rechtbank concludeerde dat eiseres bewust had gekozen voor het beëindigen van haar eerdere dienstverband en dat het UWV terecht had geoordeeld dat zij verwijtbaar werkloos was geworden. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen recht heeft op een WW-uitkering en ook geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de WW-uitkering geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.