Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 4 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar
Inleiding
17 oktober 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Beoordeling door de rechtbank
€ 685.500,-. Eiser bepleit in beroep een lagere waarde van € 718.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde .
- [adres 2] , verkocht op 8 juli 2021 voor € 587.500,-;
- [adres 3] , verkocht op 13 januari 2022 voor € 610.500,-;
- [adres 4] , verkocht op 10 juni 2021 voor € 575.500,-;
- [adres 5] , verkocht op 23 juli 2021 voor € 540.950,-;
- [adres 6] , verkocht op 14 maart 2021 voor € 525.000,-.
Conclusie en gevolgen
€ 116,75 aan proceskosten moet vergoeden en de Staat € 116,75. Het griffierecht krijgt eiseres niet terug, omdat de redelijke termijn na 31 mei 2024 is overschreden. [5]
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van € 100,- schadevergoeding aan eiser;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van € 1.400,- schadevergoeding aan eiser;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 116,75 aan proceskosten aan eiser;
- veroordeelt de Staat tot een betaling van € 116,75 aan proceskosten aan eiser;
mr.D. Burggraaf, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026.