ECLI:NL:RBMNE:2026:3425

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
UTR 26/5401
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening tegen verkeersbesluit N234 Soestdijkerweg niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang

Bij besluit van 18 mei 2026 heeft Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht een verkeersbesluit genomen tot verlaging van de maximumsnelheid op de N234 Soestdijkerweg naar 60 km/h en een wegaanpassing ter hoogte van hectometerpaal 9.5. Verzoekster, wonende op 1,8 kilometer afstand van deze locatie, heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de uitvoering van de werkzaamheden te voorkomen.

De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of verzoekster belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit vereist een objectief bepaalbaar, persoonlijk en voldoende actueel belang dat zich onderscheidt van dat van andere weggebruikers. Verzoekster stelde dat zij dagelijks gebruikmaakt van het betreffende weggedeelte en daardoor in haar fysieke veiligheid wordt geraakt.

De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoekster niet in onmiddellijke nabijheid woont en haar belang zich niet voldoende onderscheidt van dat van andere weggebruikers. Daarom is zij geen belanghebbende bij het verkeersbesluit en is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder inhoudelijke beoordeling afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoekster geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/5401

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

en

Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht, verweerder

(gemachtigde: mr. D. van Wakeren).

Waar gaat deze zaak over?

Bij besluit van 18 mei 2026 heeft verweerder een verkeerbesluit genomen over de aanpassing van de N234 Soestdijkerweg, over verlaging van de maximumsnelheid naar 60 km/h. De werkzaamheden aan de N234, Soesterdijkerweg, ter uitvoering van het verkeersbesluit zullen plaatsvinden in de week van 15 juni 2026 tot en met 21 juni 2026.
Een onderdeel van deze werkzaamheden is dat ter hoogte van hectometerpaal 9.5 een wegaanpassing wordt uitgevoerd. Een doorgetrokken streep wordt een onderbroken streep om een in-/uitrit naar [locatie] te faciliteren. Verzoekster is het daar niet mee eens en heeft een voorlopige voorziening ingediend om te voorkomen dat de werkzaamheden worden uitgevoerd.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. De voorzieningenrechter ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of verzoekster belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daaruit volgt dat iemand belanghebbende moet zijn om een rechtsmiddel in te kunnen stellen tegen het verkeersbesluit.
2. Verzoekster voert aan dat zij in de directe nabijheid woont van de in-/uitrit bij [locatie] . Dagelijks maakt verzoekster gebruik van dit specifieke weggedeelte ter hoogte van hectometerpaal 9.5 om via de oprit/parkeerstrook het bos te betreden. Daarmee onderscheidt haar belang zich wezenlijk van andere reguliere passerende weggebruikers. Als verweerder de werkzaamheden doorzet, wordt zij rechtstreeks en onvoorzienbaar in haar persoonlijke fysieke veiligheid aangetast.
3. Verweerder stelt dat verzoekster niet aan te merken is als belanghebbende omdat verzoekster niet een bijzonder, individueel en rechtstreeks bij het verkeersbesluit betrokken belang heeft.
4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat niet iedereen kan opkomen tegen een verkeersbesluit. Om belanghebbende te zijn bij een verkeersbesluit, moet sprake zijn van een objectief bepaalbaar, eigen (persoonlijk, individualiseerbaar) en voldoende actueel belang, dat bovendien rechtstreeks bij het desbetreffende besluit is betrokken. Iemand is slechts belanghebbende bij een verkeersbesluit indien dit belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. [1]
5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit. Uit het dossier volgt dat de woning van verzoekster 1,8 kilometer is verwijderd van hectometerpaal 9.5 van de N234. Verzoekster woont dus niet in onmiddellijke nabijheid van hectometerpaal 9.5 van de N234. De omstandigheden die verzoekster heeft aangevoerd maken niet zij zich onderscheidt van andere weggebruikers. Verzoekster is daarom geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van Pro de Awb.
6. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3908.