ECLI:NL:RBMNE:2026:3465
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. Nadat verweerder in gebreke werd gesteld op 12 februari 2026 en meer dan twee weken verstreken waren, stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog geen nieuw besluit heeft genomen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn als realistisch beschouwt.
Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 21 januari 2027 een besluit op bezwaar moet nemen. De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier M.A.W.M. Engels en is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.