Eiseres heeft op 29 september 2025 een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het UWV. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn een beslissing genomen, wat onbetwist is. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 25 november 2025 verstreken twee weken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen twee weken een besluit moet nemen, maar gezien het tekort aan verzekeringsartsen stelt zij een termijn van twee maanden vast. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 53,-. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.