Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3559

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
12108806 \ UC EXPL 26-1479
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 BWArtikel 233 lid 1 RvRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand en herhaalde wanprestatie

Woongroen vordert ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst met [gedaagden] vanwege een huurachterstand van ruim zeven maanden en herhaalde wanprestatie. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, mede gezien eerdere veroordelingen en betalingsregelingen.

De huurovereenkomst is gesloten met een consument en is getoetst aan consumentenrecht, waarbij geen oneerlijke bedingen zijn vastgesteld. Woongroen heeft voldaan aan haar informatie- en meldplicht, waaronder een melding vroegsignalering bij de gemeente.

De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten toe. De gevorderde ontbinding en ontruiming worden toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening. Tevens wordt een gebruiksvergoeding voor de periode na ontbinding opgelegd.

De persoonlijke omstandigheden van [gedaagden], zoals werkloosheid en schuldhulpverlening, kunnen de ontbinding niet voorkomen. De proceskosten worden aan [gedaagden] opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming bevolen wegens een huurachterstand van ruim zeven maanden en herhaalde wanprestatie.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12108806 \ UC EXPL 26-1479 BJvd/61169
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
STICHTING WOONGROEN,
gevestigd te Zeist,
eisende partij,
hierna te noemen: Woongroen,
gemachtigde: mr. S.P.J. Visser, DKV Deurwaarderskantoor Visser,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

wonend in [woonplaats] ,
2.
[gedaagde sub 2],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden]
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5,
- de brief van [gedaagden] met zijn antwoord en bijlagen 1 tot en met 6,
- de akte van Woongroen met de actuele huurachterstand.
1.2
Op 13 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij is namens Woongroen verschenen haar gemachtigde, mr. D.M. van Ralen. Verder is de heer [gedaagde sub 1] verschenen, mede namens mevrouw [gedaagde sub 2] . De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
1.3
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagden] huurt een woning van Woongroen. Woongroen vordert in deze procedure ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst die zij met [gedaagden] heeft, omdat [gedaagden] een huurachterstand heeft. Woongroen wil ook dat [gedaagden] de huurachterstand aan haar betaalt. De kantonrechter wijst de vorderingen van Woongroen toe, omdat [gedaagden] een huurachterstand van ruim zeven maanden heeft en omdat sprake is van een herhaalde wanprestatie aan de zijde van [gedaagden] .

3.De beoordeling

Ambtshalve toetsing van de huurovereenkomst en de algemene huurvoorwaarden
3.1
Woongroen verhuurt met ingang van 17 februari 2011 aan [gedaagden] de woning aan het adres [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 993,98 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
3.2
De huurovereenkomst is gesloten met een consument (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). De voor de vordering relevante bedingen in de huurovereenkomst en algemene voorwaarden zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden. De toepasselijke consumentenbeschermende voorschriften zijn nageleefd.
Woongroen heeft de vereiste melding vroegsignalering gedaan
3.3
De kantonrechter stelt vast dat Woongroen heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Woongroen heeft op 25 augustus 2025 bij de gemeente een melding vroegsignalering gedaan.
[gedaagden] moet de huurachterstand betalen
3.4
Woongroen vordert betaling van de huurachterstand, die volgens haar tot en met 31 mei 2026 is opgelopen tot een bedrag van € 7.801,84. [gedaagden] heeft erkend dat er een huurachterstand is, maar hij stelt dat het bedrag niet klopt. Volgens [gedaagden] is Woongroen er ten onrechte vanuit gegaan dat de huur van november 2025 tot en met februari 2026 niet betaald is. Ook stelt [gedaagden] dat er vanuit Woongroen nooit contact is gelegd of een aanmaning is gestuurd.
3.5
De kantonrechter wijst de vordering van Woongroen tot betaling van de huurachterstand toe. Op het overzicht met de actuele huurachterstand van Woongroen is te zien dat de betalingen die [gedaagden] heeft gedaan tussen november 2025 en februari 2026 zijn verwerkt en van de huurachterstand zijn afgehaald, waarna het gevorderde bedrag overblijft. Dat het bedrag na verwerking van deze betalingen niet zou kloppen is niet gesteld of gebleken. Dat er nooit een aanmaning is gestuurd of contact is gelegd is ook niet gebleken. Woongroen heeft in ieder geval op 6 oktober 2025 een aanmaning gestuurd voor de huurachterstand tot die datum. Bovendien is [gedaagden] op grond van de huurovereenkomst verplicht de huur op tijd te betalen en ligt het daarom op zijn weg om contact te zoeken met Woongroen als er problemen ontstaan bij de huurbetalingen.
3.6
[gedaagden] heeft laten weten dat hij graag een betalingsregeling wil treffen voor de betaling van de huurachterstand, maar partijen kunnen alleen samen in overleg een betalingsregeling afspreken. De kantonrechter kan daar niet over beslissen.
3.7
[gedaagden] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal ook de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen. Woongroen vordert in de dagvaarding de wettelijke rente over € 10.783,87 (de huurachterstand op dat moment) en heeft over dit bedrag de wettelijke rente berekend tot 5 februari 2026. Omdat in de tussentijd betalingen zijn gedaan en de actuele huurschuld € 7.801,84 is, zal de wettelijke rente over dit bedrag worden toegewezen vanaf de respectievelijke vervaldata van de niet op tijd betaalde huurtermijnen.
[gedaagden] moet ook de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.8
Woongroen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Omdat [gedaagden] een consument is, moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Woongroen heeft aan [gedaagden] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 856,62 worden toegewezen.
De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden toegewezen
3.9
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
3.1
De hoogte van de huurachterstand staat gelijk aan ruim zeven maanden huur. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. [gedaagden] heeft nog persoonlijke omstandigheden aangevoerd en gevraagd of de kantonrechter de vordering van Woongroen op grond daarvan wil afwijzen. Zo heeft de heer [gedaagde sub 1] uitgelegd dat de huurachterstand is ontstaan omdat hij een tijdje geen baan had en alleen een WW-uitkering. Inmiddels heeft hij weer een vaste baan en loopt hij bij schuldhulpverlening. Bij een ontruiming zou [gedaagden] mogelijk zijn baan verliezen en op straat komen te staan. Ook wordt de huur inmiddels weer betaald door [gedaagden] , zodat de huurachterstand volgens hem niet verder op zal lopen.
3.11
De door [gedaagden] geschetste omstandigheden kunnen binnen het hiervoor genoemde toetsingskader de ontbinding van de huurovereenkomst niet voorkomen. Daarbij weegt niet alleen de hoogte van de huurachterstand mee, maar ook het volgende. [gedaagden] is al twee keer eerder in een procedure betrokken door Woongroen, waarbij hij is veroordeeld tot betaling van de huurachterstand. [gedaagden] heeft met betrekking tot die huurachterstand een betalingsregeling met Woongroen. In één van de eerdere procedures is bovendien de huurovereenkomst ontbonden en [gedaagden] veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde. Gelet op de eerdere veroordelingen is sprake van een herhaalde wanprestatie. Dit alles maakt dat het belang van Woongroen voorgaat op het belang van [gedaagden] .
3.12
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagden] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen. Bovendien is vastgesteld dat geen minderjarige kinderen in de woning wonen, zodat ook daarom geen langere ontruimingstermijn gerechtvaardigd is.
[gedaagden] moet een gebruiksvergoeding aan Woongroen betalen in de periode tussen de ontbinding en ontruiming
3.13
Woongroen vordert dat [gedaagden] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 993,98, te rekenen vanaf 1 juni 2026 tot het moment dat [gedaagden] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagden] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
[gedaagden] moet de proceskosten betalen
3.14
[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woongroen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
154,09
- griffierecht
559,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.721,09
Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad
3.15
Woongroen heeft gevorderd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en [gedaagden] heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Er is ook niet gebleken van feiten en/of omstandigheden die deze vordering in de weg staan. Op grond de wet wordt deze vordering toegewezen. [3] Dit betekent dat [gedaagden] moet voldoen aan de veroordelingen en dat Woongroen het vonnis ten uitvoer kan leggen, ongeacht of hiertegen hoger beroep wordt ingesteld.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in [plaats] ,
4.2
veroordeelt [gedaagden] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woongroen zijn, en de sleutels af te geven aan Woongroen,
4.3
veroordeelt [gedaagden] om te betalen aan Woongroen:
- € 7.801,84 aan achterstallige huur tot en met 31 mei 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
- € 993,98 per maand vanaf 1 juni 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
4.4
veroordeelt [gedaagden] om aan Woongroen te betalen een bedrag van € 856,62 aan buitengerechtelijke kosten,
4.5
veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 1.721,09, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in zijn afwezigheid in het openbaar uitgesproken door mr. F.H. Charbon op 10 juni 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.
3.Artikel 233 lid 1 Rv Pro.