Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
2. de naamloze vennootschap
3. de naamloze vennootschap
4. de naamloze vennootschap
5. de naamloze vennootschap
6. de naamloze vennootschap
7. de naamloze vennootschap
8. de naamloze vennootschap
9. de naamloze vennootschap
10. de naamloze vennootschap
11. de onderlinge waarborgmaatschappij
13. de onderlinge waarborgmaatschappij
14. de onderlinge waarborgmaatschappij
15. de naamloze vennootschap
16. de naamloze vennootschap
17. de naamloze vennootschap
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
- hoe het product gepresenteerd wordt (verwachtingen die gewekt worden, informatie die meegeleverd wordt, waarschuwingen die wel of niet gegeven zijn);
- hoe het product redelijkerwijs gebruikt zal worden (normaal of onjuist, onvoorzichtig gebruik);
- wanneer het product in het verkeer werd gebracht (welke veiligheidsnormen golden er op dat moment).
- het nut van het product;
- de kans op schadelijke bijwerkingen en de aard en ernst van die bijwerkingen;
- het bestaan van ongevaarlijke of minder gevaarlijke alternatieven voor het product;
- de kenbaarheid van het gevaar en de mate waarin de gebruiker over de risico’s wordt geïnformeerd en daarvoor wordt gewaarschuwd.
NJ1990/652).
- ontwerpgebreken: gebreken die zijn ontstaan bij het voorbereiden van de productie waardoor vaak een hele serie producten gebrekkig is;
- fabricagegebreken: gebreken die zijn ontstaan tijdens de productie zelf waardoor één of enkele exemplaren gebrekkig zijn; en
- instructiegebreken: gebreken die het gevolg zijn van ondeugdelijke informatie over hoe het product gebruikt moet worden en welke risico’s eraan verbonden zijn.
;IFU) voor de artsen (gynaecologen) ontbreken belangrijke bijwerkingen en complicaties. Hierdoor hebben de vrouwen geen weloverwogen keuze kunnen maken voor de implantatie van Essure en zijn zij blootgesteld aan de kans op (ernstige) klachten. Die kans heeft zich ook verwezenlijkt bij circa 4.000 tot 5.000 van de 30.000 vrouwen die Essure in Nederland geïmplanteerd hebben gekregen en Essure operatief hebben laten verwijderen.
informed consent). Bayer heeft de artsen (gynaecologen) in de betreffende IFU’s op juiste wijze geïnformeerd over het gebruik en de mogelijke risico’s van Essure. De website www.essure.nl en de brochure spelen in dat verband geen rol. Tot slot heeft Bayer in deze procedure gewezen op diverse medisch-wetenschappelijke onderzoeken die zijn verricht door anderen dan Bayer zelf en de veiligheid van Essure onderschrijven.
10 tot 17% van de vrouwen die Essure heeft laten implanteren, deze inmiddels ook weer heeft laten verwijderen. Met deze feitelijke vaststelling is nog niet gezegd dat Essure ook gebrekkig is en de klachten van de vrouwen veroorzaakt. Daarvoor ontbreekt het nog aan voldoende informatie.
"systematic review"van Maassen e.a. (2025b) van 18 eerdere verwijderingsonderzoeken. De rechtbank is van oordeel dat in deze onderzoeken en publicaties aanknopingspunten te vinden zijn voor het standpunt van de Stichting c.s. dat de klachten die de vrouwen hebben, te herleiden zijn tot de implantatie van Essure. In deze onderzoeken wordt namelijk een verband gelegd tussen de werking en samenstelling van Essure en de klachten van de vrouwen, evenals een afname daarvan bij verwijdering van Essure.
"ongezond beeld"aan in het lichaam van de vrouw op de plaats waar Essure is geïmplanteerd. Ook is zijn bevinding dat de vrouwen die geopereerd zijn daarna een aanzienlijke vermindering (of zelfs het verdwijnen) van hun klachten ervaren. De rechtbank vindt deze bevindingen uit de Nederlandse gynaecologenpraktijk ook relevant voor de vraag of een causaal verband in juridische zin kan worden aangenomen.
informed consent). Sterilisatie is tenslotte geen
must, omdat er alternatieven zijn om een zwangerschap te voorkomen. Een vrouw kan, als zij adequaat geïnformeerd is over de risico’s die daaraan verbonden zijn, een eigen afweging maken en besluiten om af te zien van haar wens tot permanente sterilisatie en kiezen voor alternatieve anticonceptiemiddelen (pil, spiraal, sterilisatie van de man en andere voorbehoedsmiddelen). De aanname zoals Bayer die doet, dat de vrouwen die voor Essure hebben gekozen anders gekozen zouden hebben voor een laparoscopische sterilisatie, volgt de rechtbank dan ook niet. Die veronderstelling laat zich ook niet rijmen, omdat Essure juist werd aangeprezen als hét minder invasieve alternatief voor laparoscopische sterilisatie, omdat daarvoor geen operatie via de onderbuik onder narcose nodig was en minder ingrijpend uitgevoerd kon worden. Bayer heeft dat verschil ook steeds benadrukt als de grote meerwaarde van Essure.
auditsdie plaatsvonden, waaronder de
global annual reportsdie Bayer volgens eigen zeggen opstelde voor de notified body in Europa en de FDA;
condicio sine qua non-verband tussen Essure en de gestelde schade (causaliteit) en of aan de overige voorwaarden voor aansprakelijkheid van Bayer is voldaan. Afhankelijk van de uitkomst daarvan zal daarna zo nodig ingegaan worden op onderwerpen als verval en verjaring en wie van de Bayer-entiteiten wel of niet als producent kan worden aangemerkt.
4.De beslissing
woensdag 22 april 2026voor het nemen van een akte door beide partijen zoals genoemd in punt 3.39 van dit vonnis,