ECLI:NL:RBMNE:2026:362
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur indienen tegen WOZ-beschikking
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, welke was vastgesteld op €479.000,- per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar van de gemeente had eerder een beschikking gegeven en een aanslag opgelegd op basis van deze waarde. Eiser maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Eiser diende echter het beroepschrift in op 22 februari 2024, terwijl de uitspraak op bezwaar pas op 21 mei 2024 werd gedaan. Hierdoor was het beroep prematuur ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is en komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de WOZ-waarde.
De rechtbank wijst erop dat op grond van artikel 6:10, eerste lid, Awb het niet-ontvankelijk verklaren achterwege kan blijven als de uitspraak op bezwaar al tot stand was gekomen of als de indiener redelijkerwijs kon menen dat dit het geval was, maar dat dit hier niet is gebleken. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak is mondeling gedaan op 20 januari 2026, waarbij eiser niet aanwezig was. De rechtbank wijst erop dat hoger beroep mogelijk is bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.