ECLI:NL:RBMNE:2026:365

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
UTR 26/1026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19.15 OmgevingswetOnderhoudsverordening Waterschap Zuiderzeeland 2023
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing last onder bestuursdwang wegens onderhoudsplicht watergangen in afwachting ecologisch onderzoek

Deze zaak betreft een last onder bestuursdwang die het waterschap Zuiderzeeland op 3 december 2025 aan Staatsbosbeheer heeft opgelegd wegens overtreding van de onderhoudsplicht aan watergangen. Staatsbosbeheer werd gelast de watergangen binnen drie werkdagen te maaien en te schonen, maar maakte bezwaar tegen deze bestuursdwang.

Tijdens de bezwaarprocedure zijn afspraken gemaakt over ecologisch onderzoek, waarna het waterschap uitstel verleende tot 3 februari 2026 voor het uitvoeren van het onderhoud. Staatsbosbeheer verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de bestuursdwang te schorsen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat ondanks het belang van het waterschap bij snelle uitvoering vanwege waterveiligheid, niet is gebleken dat de situatie zodanig urgent is dat bestuursdwang direct moet worden uitgevoerd. Bovendien kan uitvoering leiden tot onomkeerbare schade aan beschermde soorten. Daarom werd de last onder bestuursdwang als ordemaatregel geschorst in afwachting van verdere behandeling.

De voorzieningenrechter benadrukte dat deze schorsing niet langdurig kan duren en dat spoedig een zitting zal plaatsvinden om de zaak inhoudelijk te behandelen en te beslissen over eventuele opheffing of wijziging van de schorsing, alsmede over proceskosten en griffierecht.

Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de last onder bestuursdwang en verbiedt het waterschap de onderhoudswerkzaamheden uit te voeren totdat de zaak inhoudelijk is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/1026

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 februari 2026 in de zaak tussen

Staatsbosbeheer, uit Amersfoort, verzoekster

en
het college van Dijkgraaf en Heemraden van Waterschap Zuiderzeeland, verweerder

Inleiding

1. Deze zaak gaat over de last onder bestuursdwang die het waterschap op 3 december 2025 aan Staatsbosbeheer heeft opgelegd vanwege overtreding van de onderhoudsplicht uit de Onderhoudsverordening Waterschap Zuiderzeeland 2023. Het waterschap heeft Staatsbosbeheer gelast om de omschreven watergangen zelf te maaien en te schonen. Daarvoor is een begunstigingstermijn gegeven van 3 keer 24 uur, dus 3 werkdagen.
2. Staatsbosbeheer heeft bezwaar gemaakt tegen de last onder bestuursdwang. Tijdens de bezwaarprocedure heeft overleg plaatsgevonden tussen Staatsbosbeheer en het waterschap en zijn er afspraken gemaakt over het uitvoeren van ecologisch onderzoek. Op basis van de uitkomsten van dit ecologisch onderzoek heeft het waterschap Staatsbosbeheer tot 3 februari 2026 de tijd gegeven om het onderhoud aan de watergangen uit te voeren. Staatsbosbeheer heeft vervolgens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Staatsbosbeheer beheert de natuur op de betreffende percelen en de watergangen. Het belang van Staatsbosbeheer is dat de bestuursdwang niet wordt uitgevoerd. De werkzaamheden leiden volgens Staatsbosbeheer tot onomkeerbare schade aan (het leefgebied van) beschermde soorten en aan haar percelen.
4. Het verzoek om voorlopige voorziening is op vrijdag 30 januari 2026 om 17.52 uur ingediend, maar vanwege het weekend pas op 2 februari 2026 in handen gekomen van de voorzieningenrechter. Omdat de uitvoering van de bestuursdwang op 3 februari 2026 gepland staat, is de voorzieningenrechter niet in staat om voor die tijd het verzoek inhoudelijk te behandelen. Uit telefonisch contact met het waterschap is gebleken dat er geen bereidheid is om de uitvoering van de bestuursdwang met een korte termijn uit te stellen. Het waterschap heeft aangegeven dat de werkzaamheden vanwege de waterveiligheid snel uitgevoerd moeten worden. Het is van belang dat het water in de watergangen goed kan doorstromen. Vanwege het stormseizoen bestaat het risico dat het waterpeil te hoog wordt met als mogelijk gevolg een faalmechanisme van de dijk. Verder heeft het waterschap telefonisch toegelicht dat de weersomstandigheden op 3 februari 2026 gunstig zijn.
5. Hoewel de voorzieningenrechter zich bewust is van de belangen van het waterschap, is niet gebleken dat de situatie op dit moment dusdanig bedreigend is dat direct tot de uitvoering van bestuursdwang moet worden overgegaan. Bij een concrete gevaarsituatie heeft het waterschap bovendien gewezen op de mogelijkheid uit artikel 19.15 van de Omgevingswet. Alle belangen afwegend ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de last onder bestuursdwang als ordemaatregel te schorsen, in afwachting van de verdere behandeling van deze zaak door de voorzieningenrechter. Dat betekent dat het waterschap de onderhoudswerkzaamheden niet mag uitvoeren.
6. De aard van deze beslissing als ordemaatregel, maakt dat die niet voor langere tijd kan voortduren. De voorzieningenrechter vindt het noodzakelijk dat het verzoek om een voorlopige voorziening spoedig op een zitting wordt behandeld. De zitting zal naar alle waarschijnlijkheid plaatsvinden op
dinsdag 10 februari 2026in het gerechtsgebouw in Utrecht (Vrouwe Justitiaplein 1). Naar aanleiding daarvan zal worden beoordeeld of er aanleiding bestaat om de nu getroffen voorziening op te heffen of te wijzigen. In die procedure zal ook beslist worden over de proceskosten en het griffierecht.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst de op 3 december 2025 opgelegde last onder bestuursdwang.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2026.
(de griffier is verhinderd de (de voorzieningenrechter is verhinderd
uitspraak te ondertekenen) de uitspraak te ondertekenen)
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.