ECLI:NL:RBMNE:2026:368

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
16.248759.18
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging wegens onmogelijkheid tot klinische behandeling

Betrokkene is ter beschikking gesteld (tbs) met voorwaarden, maar heeft herhaaldelijk de behandeling gestaakt en vertoont grensoverschrijdend gedrag. De rechtbank heeft betrokkene een laatste kans geboden om de behandeling voort te zetten in een passende kliniek. De reclassering heeft uitgebreid onderzoek gedaan en vastgesteld dat geen enkele forensische kliniek bereid is betrokkene op te nemen voor een nieuwe behandelpoging vanwege eerdere mislukte behandelingen en gebrek aan motivatie.

De officier van justitie vordert omzetting van de tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging, wat de verdediging betwist vanwege het risico op een negatieve spiraal bij betrokkene. De rechtbank weegt mee dat betrokkene niet meewerkt aan klinische behandeling en dat eerdere begeleid wonen trajecten zijn mislukt door terugval in middelengebruik.

Gezien het hoge recidiverisico en het ontbreken van een passende behandelplek binnen de tbs met voorwaarden, acht de rechtbank omzetting naar tbs met dwangverpleging noodzakelijk om de veiligheid van personen te waarborgen. De rechtbank beveelt daarom dat betrokkene alsnog van overheidswege wordt verpleegd.

Uitkomst: De rechtbank gelast omzetting van tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging wegens onmogelijkheid tot klinische behandeling en hoog recidiverisico.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.248759.18
(vordering omzetting tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 10 februari 2026
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in P.I. [plaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak over de vordering tot omzetting van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging van betrokkene is op de zitting van 16 oktober 2025 behandeld. De rechtbank heeft bij beslissing van 30 oktober 2025 het onderzoek in de zaak heropend en vervolgens voor onbepaalde tijd geschorst. De rechtbank heeft bij voornoemde beslissing -kort gezegd- aanleiding gezien om betrokkene nog een laatste kans te bieden om de tbs met voorwaarden in een passende setting te vervolgen. De reclassering is daarom verzocht om nader onderzoek te verrichten naar de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van plaatsing van betrokkene in een kliniek voor een klinische behandeling.
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting van 27 januari 2026 hervat. Daarbij zijn gehoord:
  • de officier van justitie, mr. G.A. Hoppenbrouwer;
  • de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Doorn;
  • de aan de GGZ Tactus verbonden deskundige, M.C.T. Koenders, reclasseringswerker.

2.De stukken

De rechtbank heeft in haar tussenbeslissing van 30 oktober 2025 de op dat moment in het procesdossier bevindende stukken opgenomen. Na de beslissing van de rechtbank van 30 oktober 2025 is aan het dossier het volgende stuk toegevoegd:
- een aanvullend advies van GGZ Tactus Zutphen van 22 januari 2026, opgemaakt door mw. M.C.T. Koenders, reclasseringswerker.

3.Het standpunt van de reclassering

Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 2 genoemde advies, die door de deskundige op de zitting nader is toegelicht.
De reclassering adviseert (de officier van justitie) om de vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden naar tbs met verpleging van overheidswege te handhaven. Zij ziet geen mogelijkheden meer om toezicht te houden in het kader van de tbs met voorwaarden, nu betrokkene niet plaatsbaar blijkt in een passende forensische kliniek. Alle door de reclassering benaderde forensische klinieken hebben betrokkene afgewezen.
Op zitting heeft de deskundige benadrukt dat het incident in januari 2026 in de penitentiaire inrichting (P.I), waarbij betrokkene een confrontatie heeft gehad met een medegedetineerde niet door de forensische klinieken betrokken is bij hun beoordeling.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot omzetting van de terbeschikkingstelling naar dwangverpleging gehandhaafd.

5.Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de vordering van de officier van justitie tot omzetting van de tbs-maatregel van betrokkene af te wijzen. Volgens de raadsman is de rode draad in de tbs van betrokkene tot dusver geweest dat sprake is van het keer op keer staken van de behandeling van betrokkene nadat is geconstateerd dat hij zich niet op de juiste plek bevindt. Dat hij nooit op de juiste plek heeft gezeten vindt bevestiging in de incidenten waarbij hij in de P.I. betrokken is geraakt. Betrokkene heeft jarenlang stappen gezet, maar blijft nu aan het einde van zijn behandeling steken omdat er geen goede plek voor hem gevonden is. Betrokkene heeft niettemin recht op een juiste behandelplek waar hij door kan gaan met zijn resocialisatietraject om zo binnen het kader van de opgelegde tbs met voorwaarden de tbs tot een goed einde te brengen. Bij omzetting van de tbs naar dwangverpleging zal hij weer opnieuw moeten beginnen en daardoor in een negatieve spiraal terecht komen.

6.Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft in haar tussenbeslissing van 30 oktober 2025 overwogen dat betrokkene nog een laatste kans moet worden geboden om zijn tbs met voorwaarden in een passende setting te vervolgen. De rechtbank heeft - via de officier van justitie - de reclassering verzocht nader onderzoek te doen naar de haalbaarheid, uitvoerbaarheid en mogelijkheden van plaatsing van betrokkene in een kliniek ten behoeve van een klinische behandeling. Voor het geval het niet lukt om een passende kliniek te vinden, heeft de rechtbank de reclassering verzocht om uitgebreid verslag te doen van haar inspanningen, onder meer bij welke klinieken een aanvraag voor plaatsing is gedaan en op basis waarvan betrokkene voor deze klinieken is afgewezen. De rechtbank heeft daarbij opgemerkt dat als blijkt dat geen kliniek bereid is om betrokkene op te nemen, de rechtbank aan die weigering gebonden is. De rechtbank heeft aan betrokkene meegegeven dat de kans van slagen mede afhangt van zijn bereidheid om mee te werken aan een nieuwe behandelpoging.
Reclasseringsadvies
De reclassering schrijft in haar advies van 22 januari 2026 het volgende.
Op 2 december 2025 heeft betrokkene een online intakegesprek gehad met de forensische trainingsunit (ftu) van De Rooyse Wissel. Betrokkene is afgewezen omdat in de ftu geen meerwaarde wordt gezien; het is een klinische afdeling waarbij een behandelvraag voorop dient te staan. Het wordt niet passend gezien om de ftu oneigenlijk te gebruiken als verblijfszorg. Geadviseerd wordt om betrokkene wellicht direct toe te leiden naar begeleid wonen.
Naar aanleiding van dit advies heeft intercollegiaal overleg plaatsgevonden en daarnaast is er overleg geweest met de Divisie Individuele Zaken (DIZ) van het ministerie van Justitie en Veiligheid en het Openbaar Ministerie. Voor het direct toeleiden naar begeleid wonen is een andere indicatie nodig. Gezien het risico op recidive, de eerdere ervaring met het afschalen van het beveiligingsniveau (naar Sofiazorg), de aanbeveling van FVK Piet Roorda om de afschaling van het beveiligingsniveau stapsgewijs te doen om overbevraging te voorkomen en gelet op de opdracht van de rechtbank heeft de reclassering besloten om geen indicatie voor de toeleiding naar een woonsetting aan te vragen. Er is bij IFZ een nieuwe indicatie aangevraagd. Op basis van het dossier werd geconcludeerd dat betrokkene toegeleid zou moeten worden naar een forensisch psychiatrische kliniek.
Betrokkene is op basis van deze nieuwe indicatie aangemeld bij de volgende klinieken:
FPK Fivoor, FPK Transfore, FPK Assen en De Rooyse Wissel. Betrokkene is voor al deze kliniek afgewezen.
FPK Fivoor schrijft dat betrokkene al diverse behandelpogingen heeft ondergaan, waarbij werd toegewerkt naar resocialisatie/afschaling. Nu blijkt dat deze eerdere behandelingen niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd, is de vraag of een nieuwe behandelpoging binnen de FPK vernieuwend zou zijn. Dit in combinatie met de twijfelachtige motivatie voor een nieuwe behandelpoging op FPK-niveau maakt dat FPK Fivoor geen mogelijkheid ziet voor het bieden van een nieuwe behandelpoging.
FPK Transfore schrijft dat betrokkene niet passend wordt geacht. Vanwege de eerdere voorwaardenschendingen is de inschatting dat de tbs met voorwaarden onvoldoende holding en juridische mogelijkheden biedt om tot een adequaat risicomanagement te komen.
FPK Assen motiveert de afwijzing als volgt. Betrokkene is in 2021 al bij FPK Assen in behandeling geweest. De eerste weken liet hij nauwelijks motivatie voor behandeling zien, hij was van mening dat hij vooral begeleiding en resocialisatie nodig had. In contact met zijn regiebehandelaar liet hij meer weerstand zien en voerden regiekwesties gemakkelijk de boventoon. Als rekening wordt gehouden met de totale behandelgeschiedenis, waarin betrokkene veelvuldig grensoverschrijdend en ontregelend gedrag heeft laten zien en meerdere incidenten heeft veroorzaakt, wordt soortgelijk gedrag verwacht als hij voor een derde keer in de kliniek wordt opgenomen. Daarnaast was de motivatie al minimaal, maar door de vele klinieken en behandelpogingen die betrokkene heeft gehad, zal de intrinsieke motivatie nu nog verder zijn afgenomen. Op basis van eerdere ervaringen in de FPK en de afgelopen behandelervaring bij andere klinieken wordt geen opening voor behandeling gezien.
De Rooyse Wissel motiveert haar afwijzing als volgt. Betrokkene heeft al vier klinische opnamen doorlopen zonder gewenst resultaat. Ondanks al deze inspanningen is er nog steeds geen sprake van gedragsverandering en verminderde recidive. Betrokkene heeft nooit een ambulant reclasseringscontact positief afgerond. Betrokkene lijkt complexe problematiek te hebben, die niet in een FPK-periode van ongeveer 12 maanden behandeld kan worden. Betrokkene blijft in alle settingen de voorwaarden van klinische behandelverplichting overtreden door grensoverschrijdend gedrag en het veroorzaken van incidenten. Betrokkene werkt niet mee aan een klinische behandeling en de toeleiding naar een vervolgsetting, hij vindt dat hij uitbehandeld is. Deze commitment is in FPK nodig om de behandeling een kans van slagen te geven.
Plaatsing in een forensische kliniek niet mogelijk
De rechtbank overweegt dat de reclassering voldaan heeft aan de opdracht van de rechtbank, zoals gegeven in de tussenbeslissing van 30 oktober 2025. De reclassering heeft uitgebreid vastgelegd bij welke klinieken betrokkene is aangemeld en om welke redenen plaatsing is afgewezen. Vastgesteld moet worden dat geen van de door de reclassering benaderde forensische klinieken bereid is om betrokkene in het kader van tbs met voorwaarden op te nemen voor een nieuwe behandelpoging. Daarmee heeft de reclassering naar het oordeel van de rechtbank alles gedaan wat in haar vermogen ligt om een plaatsing in een forensische kliniek mogelijk te maken.
De rechtbank kan zich ook vinden in de motivatie van de reclassering om geen indicatie aan te vragen om betrokkene direct te kunnen toeleiden naar begeleid wonen. Betrokkene is in het kader van zijn eerdere behandeling/resocialisatie op 14 december 2023 begeleid gaan wonen. Betrokkene heeft vrij kort daarna een terugval gehad in het gebruik van cocaïne en hij heeft zich onttrokken aan het toezicht. Betrokkene is op 16 februari 2024 teruggeplaatst naar de Piet Roorda Kliniek voor verdere behandeling. De rechtbank heeft in haar eerdere verlengingsbeslissingen onder meer overwogen dat de proefplaatsing een te grote stap is geweest, dat er nog behandeldoelen zijn waarvoor betrokkene klinisch behandeld dient te worden en dat de overgang naar begeleid wonen geleidelijk dient te verlopen om te voorkomen dat betrokkene opnieuw wordt overvraagd en overgaat tot middelengebruik. Daar komt bij dat zowel de rechtbank als het gerechtshof de voorwaarden betreffende de klinische behandeling in duur verlengd hebben, omdat de behandeling van betrokkene niet klaar was.
Vastgesteld moet worden dat de benodigde klinische behandeling van betrokkene, met als doel te voorkomen dat hij opnieuw terugvalt in middelengebruik, (nog) niet van de grond gekomen is, mede door de niet-meewerkende houding van betrokkene. Op zitting bevestigt betrokkene het beeld van het niet langer mee willen werken aan enige klinische behandeling. Deze houding is voor meerdere klinieken een van de redenen geweest om betrokkene voor een nieuwe behandelpoging af te wijzen.
Omzetting van de tbs naar dwangverpleging
In de tussenbeslissing van 30 oktober 2025 heeft de rechtbank overwogen dat uit de stukken blijkt dat bij betrokkene sprake is van een stoornis en dat het recidiverisico hoog is. Dat is sindsdien niet veranderd. Nu in het kader van tbs met voorwaarden geen forensische kliniek bereid is om betrokkene nog verder te behandelen, terwijl betrokkene klinisch behandeld moet worden voordat verdere stappen gezet kunnen worden in het resocialisatietraject, ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dan de tbs met voorwaarden van betrokkene om te zetten naar een tbs met dwangverpleging.
De rechtbank is zich ervan bewust dat omzetting van de tbs met voorwaarden met zich brengt dat betrokkene weer opnieuw aan zijn behandeling zal moeten gaan beginnen, maar ook dat betrokkene eerste enige tijd in detentie zal moeten wachten op een geschikte behandelplek. Die omstandigheden nemen echter niet weg dat er voor de reclassering geen mogelijkheden meer zijn om op verantwoorde wijze binnen het kader van een tbs met voorwaarden uitvoering te geven aan het toezicht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de veiligheid van personen alsnog de verpleging van overheidswege van betrokkene eist, als in de hierna te vermelden beslissing is vervat.

7.De beslissing

De rechtbank:
- wijst toe de vordering tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in terbeschikkingstelling met dwangverpleging;
- beveelt dat
[betrokkene]alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Deze beslissing is genomen door mr. N.M.H. van Ek, voorzitter, mr. J. Edgar en mr. C. Van Wambeke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.