3.19.De verhuurder vordert - samengevat - :
Huurder te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, en de bedrijfsruimte op te leveren in de staat waarin het zich bevond bij aanvang van de huur, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag(deel) dat gedaagden in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 100.000,-;
De bestuurder, in zijn hoedanigheid van bestuurder van huurder, te veroordelen om zijn volledige medewerking te verlenen aan de ontruiming van het gehuurde en om ervoor te zorgen dat de huurder het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis zal ontruimen en ontruimd zal houden en het gehuurde in de staat zal opleveren waarin het zich bevond bij aanvang van de huur, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag(deel) dat gedaagden in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 100.000,-;
Huurder en bestuurder hoofdelijk, in ieder geval huurder of de bestuurder, te veroordelen tot betaling binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis van de huurachterstand van € 29.796,24 inclusief btw, te vermeerderen met de huurpenningen die tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst niet worden voldaan, te vermeerderen met de contractuele boeterente, althans de wettelijke handelsrente, althans de wettelijk rente vanaf de vervaldagen tot aan de dag van algehele voldoening;
Indien huurder en/of bestuurder de verplichtingen uit vordering sub iii) niet of niet tijdig nakomt, de garant te veroordelen tot betaling aan verhuurder van een bedrag gelijk aan drie maanden huur, overeenkomstig de door haar afgegeven concerngarantie, € 26.771,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening;
Huurder en de bestuurder hoofdelijk, in ieder geval huurder of de bestuurder, te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis om
primairte voldoen een voorschot op de schadevergoeding van € 902.357,96, gelijk aan de derving van huurpenningen vanaf 1 februari 2026 tot en met 14 april 2035, of
subsidiairin ieder geval tot het moment dat het gehuurde op tenminste dezelfde voorwaarden aan een derde is verhuurd, een schadevergoeding gelijk aan negen maanden huur, exclusief voorschot servicekosten, inclusief 21% btw, van € 58.875,03;
vi) De garant en de bestuurder hoofdelijk, en in ieder geval de garant of de bestuurder, te veroordelen tot betaling aan verhuurder van € 85.000,- voor het uitstaande bedrag van de verstrekte geldlening, te vermeerderen met de wettelijke rente, telkens vanaf de datum van verzuim tot de dag van algehele voldoening;
vii) Huurder en de bestuurder hoofdelijk, en in ieder geval huurder of de bestuurder, te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, tot betaling aan eisende partij van de contractuele boeterente van € 1.800,-, berekend vanaf 1 september 2025 tot de dag van voltooiing van de resterende huurtermijnen tot aan de datum van ontbinding, of tot en met 1 maart 2026;
viii) Huurder en de bestuurder hoofdelijk, in ieder geval huurder of de bestuurder, binnen drie dagen na dit vonnis, te veroordelen tot betaling van € 15.000,- ex artikel 30.1 van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst, althans de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel buitengerechtelijke incassokosten behorende bij het Besluit buitengerechtelijke incassokosten; van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst, althans de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel buitengerechtelijke incassokosten behorende bij het Besluit buitengerechtelijke incassokosten;