Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Midden-Nederland
Eind september 2025 reageerden eiser sub 1 en eiser sub 2 op een huurwoning in Utrecht, waarbij gedaagde als vastgoedbemiddelaar namens de verhuurder optrad. De huurders betaalden voorafgaand aan de huurovereenkomst een borg van €1.800 aan gedaagde. Na ontvangst van de huurovereenkomst weigerden zij te tekenen vanwege onenigheid over enkele voorwaarden, waaronder de huurprijs, en beëindigden het proces.
De huurders vorderden terugbetaling van de borg, stellende dat de betaling onverschuldigd was omdat er geen rechtsgrond bestond zonder een tot stand gekomen huurovereenkomst. Gedaagde betwistte dit en stelde dat er wel een overeenkomst was, mede door de schriftelijke bevestiging en betaling. De kantonrechter oordeelde echter dat er geen overeenstemming was bereikt over de essentialia van de huurovereenkomst, waardoor geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand kwam.
Gedaagde voerde verder aan dat hij schade had geleden door het niet formeel opzeggen van de huurovereenkomst en dat hij de borg mocht verrekenen met die schade. Dit verweer faalde omdat er geen huurovereenkomst was en de huurders dus niet aansprakelijk waren voor eventuele schade.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot terugbetaling van de borg met wettelijke rente vanaf 21 november 2025. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen omdat deze kosten niet waren gemaakt. Ook de vordering tot verwijdering van persoonsgegevens werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vastgoedbemiddelaar is veroordeeld tot terugbetaling van de borg van €1.800 met wettelijke rente aan de huurders.