Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
STICHTING [gedaagde sub 3],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met 15 producties,
- de mondelinge behandeling van 11 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van het geschil
6.1.Het Verkochte is bestemd om door [gedaagden] te worden gebruikt voor de realisatie van bedrijfsgebouwen ten behoeve van de autobranche, passende binnen het ontwerp-bestemmingsplan "Liesbosch" de dato tien juni negentienhonderdnegenennegentig .
4.De beoordeling
casu quo het Verkochte niet zal (doen) aanwenden voor de realisering van de sub 6.1 bedoelde bebouwing”bedoeld dat in de situatie dat het Perceel niet wordt aangewend voor de realisering van kort gezegd een autogarage, dat [gedaagden] het Perceel dan al te koop zou moeten aanbieden aan [eiseres] (voor de oorspronkelijke koopprijs). Volgens [eiseres] betekenen de woorden ‘casu quo’ in dit geval dan ook ‘en’ of ‘of”. [gedaagden] is het hier niet mee eens. Ter zitting heeft [gedaagden] toegelicht dat ‘casu quo’ in dit geval moet worden gelezen als ‘in het zich voordoende geval’. Volgens [gedaagden] vindt het artikel pas toepassing voorzover [gedaagden] het Perceel aan een derde wil overdragen die het Perceel vervolgens niet wil bebouwen met inachtneming van artikel 6.1 van de koopovereenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank biedt een puur letterlijke, taalkundige uitleg in dit geval geen uitkomst. De woorden ‘casu quo’ kunnen in het algemeen namelijk zowel ‘en’, ‘of’ als ‘in het zich voordoende geval’ betekenen. Deze betekenissen zouden bovendien kunnen worden toegepast op de plek van ‘casu quo’ in artikel 27, zonder dat dit afbreuk doet aan de leesbaarheid van de bepaling.