ECLI:NL:RBMNE:2026:376

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
11920999 \ UE VERZ 25-306
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 7:652 lid 4 BWArt. 7:676 BWArt. 7:677 lid 1 BWArt. 7:678 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontslag op staande voet wegens ontbreken dringende reden en doorbetaling loon

Werknemer was sinds 2 augustus 2025 in dienst bij werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden, lopende tot 2 februari 2026. Op 15 september 2025 ontving zij via WhatsApp bericht dat zij op staande voet was ontslagen wegens herhaald verzoek om salarisbetaling.

De kantonrechter oordeelde dat er geen dringende reden was voor het ontslag op staande voet, aangezien het herhaald vragen om salarisbetaling dit niet rechtvaardigt. Tevens was er geen geldige proeftijd overeengekomen, omdat de arbeidsovereenkomst korter dan zes maanden duurde, waardoor een proeftijd niet rechtsgeldig kon zijn.

Het ontslag op staande voet werd vernietigd en de arbeidsovereenkomst bleef van kracht totdat deze rechtsgeldig wordt beëindigd. Werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf de aanvang van het dienstverband tot de dag van rechtsgeldige beëindiging, waarbij het loon werd vastgesteld op het wettelijke minimumloon van €11,52 bruto per uur in plaats van het overeengekomen lagere bedrag.

Daarnaast werd werkgever veroordeeld tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het te laat betaalde loon en de wettelijke rente vanaf het moment van verschuldigdheid tot volledige betaling. De proceskosten van €768,00 en eventuele kosten van betekening kwamen eveneens voor rekening van de werkgever.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon inclusief wettelijke verhoging en rente.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: 11920999 \ UE VERZ 25-306 BJvd/61169
Beschikking van 14 januari 2026
in de zaak van
[verzoekster],
wonend in [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. F. Boukich,
tegen
[verweerder] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- de mondelinge behandeling van 17 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De kern van de zaak

2.1.
[verzoekster] is sinds 2 augustus 2025 in dienst bij [verweerder] als allround medewerker met een loon van € 11,20 bruto per uur. De arbeidsovereenkomst van [verzoekster] is gesloten voor de bepaalde tijd van zes maanden en loopt tot 2 februari 2026. Op 15 september 2025 ontving [verzoekster] namens [verweerder] via Whatsapp een bericht dat zij ontslagen is omdat zij regelmatig vroeg om uitbetaling van haar salaris. [verzoekster] verzoekt in deze procedure vernietiging van het ontslag op staande voet en doorbetaling van loon. De verzoeken van [verzoekster] zullen worden toegewezen omdat [verweerder] geen dringende reden had voor een ontslag op staande voet en [verzoekster] niet in de proeftijd ontslagen is.

3.De beoordeling

[verweerder] heeft geen verweer gevoerd
3.1.
[verweerder] heeft geen verweer gevoerd tegen de stellingen van [verzoekster] . De verzoeken van [verzoekster] zullen daarom worden toegewezen voor zover deze de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen.
Er is een arbeidsovereenkomst gesloten voor zes maanden
3.2.
[verzoekster] heeft voldoende onderbouwd dat zij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden heeft gesloten met [verweerder] die loopt tot in ieder geval 2 februari 2026. Tussen 2 augustus 2025 en 15 september 2025 heeft [verzoekster] ruim 138 uur voor [verweerder] werkzaamheden verricht. [verzoekster] heeft ook een arbeidsovereenkomst overgelegd. Die is door beide partijen niet ondertekend, maar de kantonrechter zal uitgaan van deze arbeidsovereenkomst omdat niet is gebleken dat deze arbeidsovereenkomst niet van toepassing is.
Er geldt geen proeftijd
3.3.
[verweerder] heeft in een bericht aan [verzoekster] geschreven dat [verzoekster] rechtsgeldig is ontslagen, omdat zij enkel een proefperiode met haar zou hebben afgesproken en [verzoekster] tijdens deze proefperiode is ontslagen. Tijdens de proeftijd kunnen zowel werkgever als werknemer zonder opzegtermijn of dringende reden de arbeidsovereenkomst opzeggen. [1] Op grond van de wet kan bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd alleen een proeftijd worden afgesproken als de arbeidsovereenkomst langer dan zes maanden duurt. [2] Aangezien hierboven is vastgesteld dat er een arbeidsovereenkomst van zes maanden tussen [verzoekster] en [verweerder] is overeengekomen, kan hierbij geen proeftijd worden afgesproken. Voor zover dat wel is gebeurd, is deze afspraak nietig. Dat betekent dat [verzoekster] niet in de proeftijd ontslagen is.
Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig
3.4.
Volgens de wet is voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet (buiten de proeftijd) nodig dat sprake is van een dringende reden en de dringende reden moet onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer. [3] Een dringende reden is een gedraging van de werknemer die zo ernstig is dat van een werkgever niet meer kan worden verwacht dat deze het dienstverband laat voortduren. [4] [verweerder] heeft [verzoekster] ontslagen omdat zij herhaaldelijk heeft gevraagd om uitbetaling van haar salaris. Dit kan niet worden gezien als dringende reden voor een ontslag op staande voet.
De verzoeken van [verzoekster] zullen worden toegewezen
3.5.
Het verzoek van [verzoekster] tot vernietiging van het ontslag wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag niet rechtsgeldig is. De verzochte verklaring van recht dat [verweerder] de arbeidsovereenkomst ontregelmatig en onrechtmatig heeft opgezegd en dat dat arbeidsovereenkomst voortduurt totdat deze rechtsgeldig is beëindigd zullen ook worden toegewezen. [verzoekster] heeft recht op loon, omdat het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst dus voortduurt. De vordering van [verzoekster] tot loonbetaling zal daarom eveneens worden toegewezen. Het overeengekomen salaris van € 11,20 bruto per uur is minder dan het minimumloon waar [verzoekster] als 20-jarige recht op heeft. Bij de uitbetaling van het loon moet daarom worden uitgegaan van het minimumloon van € 11,52 bruto per uur. De kantonrechter begrijpt uit het verzoekschrift dat [verzoekster] de wettelijke rente over het loon en de wettelijke verhoging verzoekt. De gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen worden toegewezen, omdat [verweerder] te laat heeft betaald.
[verweerder] moet de proceskosten betalen
3.6.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat [verweerder] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op € 768,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verklaart voor recht dat [verweerder] de arbeidsovereenkomst onregelmatig en onrechtmatig heeft opgezegd;
4.2.
vernietigt het ontslag op staande voet;
4.3.
verklaart voor recht dat de arbeidsovereenkomst voortduurt totdat deze rechtsgeldig is beëindigd;
4.4.
veroordeelt [verweerder] tot doorbetaling van het loon vanaf 2 augustus 2025 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd;
4.5.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW Pro van 50% over het te laat betaalde loon,
4.6.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de wettelijke rente over de posten genoemd in 4.4 en 4.5, vanaf het moment dat het bedrag betaald moet zijn tot aan de dag van de gehele betaling,
4.7.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 768,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
4.8.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [5] ,
4.9.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:676 BW Pro.
2.Artikel 7:652 lid 4 BW Pro.
3.Artikel 7:677 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
4.Artikel 7:678 lid 1 BW Pro.
5.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.