ECLI:NL:RBMNE:2026:3791
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde twee-onder-één-kap woning in Utrecht
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, vastgesteld op €694.000 voor het belastingjaar 2025 met waardepeildatum 1 januari 2024. De heffingsambtenaar handhaaft deze waarde na bezwaar en onderbouwt dit met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met vier referentiewoningen in de omgeving.
De rechtbank beoordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in staat van onderhoud en voorzieningenniveau, die als matig zijn gekwalificeerd. De m²-prijs van de woning ligt aanzienlijk lager dan die van de referentiewoningen, wat de waardering ondersteunt. Eiser heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de waarde lager zou moeten zijn, bijvoorbeeld door het ontbreken van bewijs zoals foto’s.
De rechtbank wijst erop dat de WOZ-waarde jaarlijks wordt vastgesteld op basis van actuele verkoopcijfers en dat een vergelijking met eerdere WOZ-waarden niet passend is. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €694.000 wordt ongegrond verklaard.