ECLI:NL:RBMNE:2026:3793
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen aanslag riool- en afvalstoffenheffing en geen toekenning dwangsom of schadevergoeding
De heffingsambtenaar van de gemeente Baarn legde op 28 januari 2023 een aanslag riool- en afvalstoffenheffing op aan eiser voor het belastingjaar 2023. Eiser ging tegen deze beschikking in bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
Eiser voerde aan dat de afvalstoffenheffing willekeurig en discriminerend werd toegepast, omdat eigenaren van leegstaande panden niet werden aangeslagen, terwijl bewoners van woningen wel werden belast. Ook stelde eiser dat de gemeente niet voldeed aan de ophaal- en inzamelplicht, onder meer omdat de glascontainer 250 meter van zijn woning verwijderd zou zijn. De rechtbank oordeelde dat deze gronden reeds in eerdere procedures waren beoordeeld en geen aanleiding gaven tot een ander oordeel.
Verder stelde eiser dat het ontbreken van een verslag van de hoorzitting zijn rechten had geschaad en dat de heffingsambtenaar niet op alle gronden was ingegaan. De rechtbank stelde dat uit de uitspraak op bezwaar voldoende bleek dat op de argumenten was ingegaan en dat een apart verslag niet verplicht is.
Eiser stelde dat de heffingsambtenaar een dwangsom was verschuldigd wegens niet tijdig beslissen op bezwaar. De rechtbank stelde vast dat reeds een dwangsom van € 1.442,- was vastgesteld in een eerdere uitspraak en dat gezien de samenhang van de bezwaarschriften slechts één dwangsom toepasselijk was. Het verzoek om een nieuwe dwangsom werd daarom afgewezen.
Ten slotte verzocht eiser om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Hoewel de termijn met ruim anderhalf jaar was overschreden, was het financiële belang van de procedure ver onder de bagatelgrens van € 1.000,- en was er geen sprake van grote spanning of frustratie. Daarom volstond de rechtbank met de constatering van termijnoverschrijding en wees het verzoek af.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het griffierecht en de proceskosten toe aan de gemeente en sprak de uitspraak uit op 25 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag wordt ongegrond verklaard en verzoeken om dwangsom en immateriële schadevergoeding worden afgewezen.