ECLI:NL:RBMNE:2026:3824
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Stijnen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling WIA-uitkering
Eiseres heeft een verzoek tot herbeoordeling van haar WIA-uitkering ingediend bij het UWV op 3 juni 2025. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, waarna eiseres een ingebrekestelling stuurde op 12 februari 2026. Na het verstrijken van de wettelijke termijn stelde eiseres op 12 mei 2026 beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in gebreke is gebleven en stelt een nieuwe beslistermijn van vier maanden vast, gelet op het tekort aan verzekeringsartsen dat verweerder heeft aangevoerd. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht van € 397 en een proceskostenvergoeding van € 467 aan eiseres, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en het beperkte onderwerp van het geschil.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen. De uitspraak is gedaan door rechter R. Stijnen en griffier L. El Kabch op 25 juni 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een beslistermijn van vier maanden en een dwangsom op aan het UWV.