ECLI:NL:RBMNE:2026:3928

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
UTR 26/2776
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Verzoeker diende op 9 april 2026 een verzoek om voorlopige voorziening in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum van 17 maart 2026. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat het griffierecht van € 200,- niet tijdig door verzoeker is betaald, wat een vereiste is volgens artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank stuurde op 15 april 2026 een aangetekende brief aan verzoeker met het verzoek het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Deze brief werd op 17 april 2026 bezorgd, maar betaling bleef uit. Hierdoor is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en wordt het niet inhoudelijk behandeld.

Er is geen sprake van een geldige reden voor het niet betalen van het griffierecht en er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Wolbrink op 27 mei 2026 en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 26/2776

uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum (het college),verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om voorlopige voorziening dat verzoeker op 9 april 2026 heeft ingediend tegen het besluit van het college van 17 maart 2026.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoeker heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 200,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft verzoeker op 15 april 2026 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoeker het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. De aangetekend verzonden brief is op 17 april 2026 bij verzoeker bezorgd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.