ECLI:NL:RBMNE:2026:3929

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
UTR 25/2050
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 131 Waterschapswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen uitspraak op bezwaar watersysteemheffing wegens geschil over WOZ-waarde

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag watersysteemheffing gebouwd, waarbij de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet op het bezwaar had mogen beslissen zolang het geschil over de WOZ-waarde nog niet definitief was. Dit volgt uit artikel 131 van Pro de Waterschapswet, dat bepaalt dat het bezwaar moet worden aangehouden totdat de WOZ-beschikking onherroepelijk is geworden.

De heffingsambtenaar heeft dit ook erkend in het verweerschrift. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en draagt de heffingsambtenaar op een nieuwe uitspraak te doen met inachtneming van artikel 131. Tevens moet het betaalde griffierecht aan eiser worden vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd vanwege het niet in acht nemen van artikel 131 Waterschapswet.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2050

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van het Waterschap Amstel, [gemeente] , verweerder

(gemachtigde: K. Verberne).

Procesverloop

1.1
In de beschikking van 24 september 2024 heeft de heffingsambtenaar aan eiser, als eigenaar van de woning op het adres [adres] in [plaats] , gemeente [gemeente] , onder meer een aanslag watersysteemheffing gebouwd opgelegd, waarbij de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
1.2
Eiser is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van
14 november 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.3
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 27 mei 2026. Eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar en hebben deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen

2. Eiser is het niet eens met de uitspraak op bezwaar omdat er nog een geschil is over de WOZ-waarde die als heffingsaanslag is gehanteerd. De heffingsambtenaar had daarom nog niet op zijn bezwaar inzake de waterschapsbelasting mogen beslissen. De heffingsambtenaar heeft dit ook erkend in het verweerschrift. Het bezwaar had op grond van artikel 131 Waterschapswet Pro moeten worden aangehouden tot het moment waarop de WOZ-beschikking onherroepelijk zou zijn geworden.
3. De rechtbank kan partijen hierin volgen. Het beroep is gegrond. De uitspraak op bezwaar van 14 november 2024 zal worden vernietigd en de rechtbank zal bepalen dat de heffingsambtenaar een nieuwe uitspraak op bezwaar zal moeten doen met inachtneming van artikel 131 van Pro de Waterschapswet. De heffingsambtenaar moet ook het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar op opnieuw uitspraak op het bezwaar te doen met inachtneming van artikel 131 van Pro de Waterschapswet;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026 door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.