ECLI:NL:RBMNE:2026:4025
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om de AOW-uitkering van een overledene te beëindigen en een bedrag terug te vorderen. Na afwijzing van het bezwaar stelde verzoekster beroep in, maar de Svb kwam haar tegemoet door de terugvordering te laten vallen nadat verzoekster de nalatenschap had verworpen.
Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling van de Svb. De Svb stelde dat zij niet gehouden was tot vergoeding omdat verzoekster zelf nalatig was geweest in het tijdig melden van de verwerping van de nalatenschap. De rechtbank oordeelde echter dat de noodzaak tot beroep niet uitsluitend aan verzoekster te wijten was, mede omdat de Svb onvoldoende onderzoek had gedaan.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe voor de beroepsfase, maar niet voor de bezwaarfase, omdat het primaire besluit niet onrechtmatig was. De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van € 934,- aan proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.