ECLI:NL:RBMNE:2026:403

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
11834520 \ ME VERZ 25-116
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:14 BWArt. 2:15 BWArt. 5:130 BWArt. 5:129 lid 1 BWArt. 18 lid 1 MR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vernietiging besluiten algemene ledenvergaderingen VvE

Verzoekster, eigenaar van een appartement binnen een VvE, verzocht de rechtbank om vernietiging en nietigverklaring van besluiten genomen tijdens de algemene ledenvergaderingen (ALV) van 11 juli 2024 en 11 juni 2025. Zij stelde onder meer dat de vergaderingen onwettig waren vanwege overschrijding van de vijfmaandentermijn en betwistte de rechtsgeldigheid van volmachten en diverse besluiten.

De rechtbank oordeelde dat een ALV geen besluit is in de zin van het Burgerlijk Wetboek en daarom niet vernietigd of nietig verklaard kan worden op grond van de aangevoerde artikelen. De overschrijding van de termijn was bovendien gering en zonder sanctie. De volmacht van de executeur was rechtsgeldig, en de overige aangevochten besluiten, waaronder goedkeuring van notulen, jaarrekening, onderhoudsbesluiten en begroting, werden niet vernietigd vanwege onvoldoende onderbouwing of omdat zij nog niet definitief waren.

De rechtbank wees ook verzoeken af die betrekking hadden op vermeende tekortkomingen in de bestuursmededelingen en de samenstelling van de kascommissie. Verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter gaf partijen in overweging mediation te overwegen om verdere conflicten te voorkomen.

Uitkomst: Verzoeken tot vernietiging en nietigverklaring van besluiten van de ALV van de VvE worden afgewezen en verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer / rekestnummer: 11834520 \ ME VERZ 25-116
Beschikking van16januari 2026
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: drs. [A] ,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [.] [straat] [nummeraanduiding 1] TE [plaats],
gevestigd te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. J.G.M. Scholte.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties (ingekomen op 12 augustus 2025);
  • de nadere bijlagen van [verzoekster] ;
  • de “akte verbetering | aanvulling” van [verzoekster] ;
  • het verweerschrift met producties (ingekomen op 24 oktober 2025).
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 december 2025. [verzoekster] is verschenen met haar gemachtigde, tevens partner, drs. [A] . Namens de VvE is verschenen gevolmachtigde de heer [B] , bijgestaan door mr. Scholte voornoemd. Verder zijn verschenen de (partners van de) stemgerechtigden: mevrouw [C] , mevrouw [D] , de heer [E] (hierna: [E] ) en mevrouw [F] . Beide partijen ( [verzoekster] aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen) hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord.
1.3.
Ten slotte is beschikking bepaald.

2.De kern van de zaak

[verzoekster] verzoekt om vernietiging dan wel nietigverklaring van (besluiten van) de algemene ledenvergaderingen van de VvE (hierna: ALV) van 11 juli 2024 en van 11 juni 2025.
De verzoeken worden afgewezen en [verzoekster] wordt veroordeeld in de proceskosten.

3.De achtergrond van het geschil

3.1.
[verzoekster] is eigenaar van het appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van een appartement in het appartementsgebouw aan de [straat] [nummeraanduiding 1] - [nummeraanduiding 2] in [plaats] .
3.2.
Dit appartementsgebouw is bij notariële akte van splitsing van 10 mei 1978 (hierna: de splitsingsakte) gesplitst in zeven appartementen met bijbehorende berging en parkeerplaats in de ondergrondse garage. In de splitsingsakte is het
Modelreglement van splitsing van eigendom, februari 1973,van toepassing verklaard met de in het splitsingsreglement opgenomen wijzigingen en aanvullingen (hierna ook te noemen: MR).
3.3.
De VvE is opgericht met de splitsingsakte. De appartementseigenaars zijn van rechtswege lid.
3.4.
Op 11 juni 2025 heeft een ALV plaatsgevonden, waar een aantal besluiten is genomen. Het verzoekschrift van [verzoekster] heeft betrekking op deze ALV en ook op de ALV die is gehouden op 11 juli 2024.
De verzoeken
3.5.
[verzoekster] verzoekt, kort samengevat, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
a. - vernietiging van de beslissing om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen op
de ALV van 11 juli 2024;
- nietigverklaring van de beslissing om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen
op de ALV van 11 juni 2025;
- vernietiging van de rechtsgeldigheid van beide vergaderingen en te gelasten
dat beide vergaderingen opnieuw moeten worden uitgeschreven vóór
31 (sic) april 2026;
subsidiair – ten aanzien van de op 11 juni 2025 genomen besluiten:
b. - vernietiging van de bij agendapunt 2 genomen beslissing dat 71,43% van de
leden rechtsgeldig vertegenwoordigd waren, en
- te bepalen dat 57,14% van de leden aanwezig waren;
c. nietigverklaring van de genomen beslissing om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen en te bepalen dat deze ALV moet worden overgedaan;
d. nietigverklaring van de bij agendapunt 4 genomen besluiten om de notulen van 11 juli 2024 goed te keuren als ongewijzigd vast te stellen;
e. nietigverklaring/vernietiging van de bij agendapunt 5 genomen besluiten m.b.t.:
 de goedkeuring van de jaarrekening 2024;
 de goedkeuring om de winst aan het reservefonds meerjarenonderhoudsplan (hierna: MJOP) toe te voegen;
 met de kascommissie in de huidige samenstelling doorgaan;
 het besluit om het batige stookkostensaldo van € 4.010,11 niet te restitueren, maar te doteren aan het MJOP;
f. vernietiging van het bij agendapunt 6 genoemde
- uitvoeringsbesluit met betrekking tot de vernieuwing van het dak en het
- voorbereidingsbesluit met betrekking tot het gehele pand;
g. vernietiging van het bij agendapunt 7 genoemde goedkeuringsbesluit van de begroting 2025 en het besluit om [G(-s)] volmacht te gebruiken;
(zowel primair als subsidiair:)
h. veroordeling van de VvE in de proceskosten, met vrijdom voor [verzoekster] van artikel 17 lid Pro e MR.
3.6.
De VvE voert verweer.
3.7.
De kantonrechter zal hierna – voor zover voor de beoordeling van belang – ingaan op de stellingen van partijen.

4.De beoordeling

Bevoegdheid
4.1.
Het verzoek van [verzoekster] strekt tot zowel vernietiging als nietigverklaring van (een aantal besluiten van) de ALV. In beginsel is de rechtbank bevoegd te oordelen over de nietigheid en de vernietigbaarheid van een besluit van een orgaan van een rechtspersoon (respectievelijk op grond van artikelen 2:14 en 2:15 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Bij een besluit van een orgaan van de vereniging van eigenaars geschiedt de vernietiging daarentegen – in afwijking van artikel 2:15 BW Pro – door de kantonrechter (artikel 5:130 BW Pro). Voor het laten vaststellen van de nietigheid hiervan ontbreekt een soortgelijke, afwijkende regeling.
4.2.
De Hoge Raad heeft echter bevestigd dat in een verzoekschriftprocedure tot vernietiging van een besluit op de voet van artikel 5:130 BW Pro ook de nietigheid van dat besluit aan de orde kan worden gesteld. [1] De kantonrechter acht zich dan ook bevoegd om kennis te nemen van zowel het verzoek tot vernietiging als tot nietigverklaring.
De primaire verzoeken
4.3.
De primaire verzoeken van [verzoekster] strekken ertoe om de ALV van 2024 nietig te verklaren en de ALV van 2025 te vernietigen. [2] Volgens [verzoekster] zijn beide jaarvergaderingen onwettig omdat die zijn gehouden buiten de vijfmaandentermijn, die wordt voorgeschreven door artikel 32 lid 2 MR Pro.
4.4.
Een ALV is echter geen besluit van een orgaan van een rechtspersoon in de zin van de artikelen 2:14, 2:15 en 5:130 BW en kan reeds daarom niet worden vernietigd of nietig worden verklaard op grond van die artikelen. Bovendien staat er geen sanctie op een overschrijding van de vijfmaandentermijn en gaat het slechts om een beperkte overschrijding (van nog geen twee weken). Daarnaast kan de reeds overschreden vijfmaandentermijn niet alsnog worden gehaald: een eventuele nieuwe ALV zal ook buiten die vijfmaandentermijn zijn. [verzoekster] heeft dan ook geen belang bij haar verzoeken tot nietigverklaring en vernietiging van de ALV’s.
4.5.
Verder is de beslissing dat rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen geen besluit, maar een feitelijke vaststelling ter voorbereiding op het nemen van besluiten: niet deze beslissing, maar de besluiten die vervolgens worden genomen hebben rechtsgevolgen voor de VvE. Beslissingen zonder rechtsgevolg voor de rechtspersoon (zoals beslissingen die intern werkende rechtshandelingen voorbereiden) zijn geen besluiten in de zin van de hiervoor genoemde artikelen en komen ook daarom niet voor vernietiging/nietigverklaring in aanmerking.
4.6.
Het voorgaande betekent dat primaire verzoeken moeten worden afgewezen.
De subsidiaire verzoeken
Agendapunt 2 (vaststelling aanwezig stemmen)
4.7.
In de notulen van de ALV van 11 juni 2025 is bij agendapunt 2 vastgesteld dat
5 van de 7 leden (71,43%) zijn vertegenwoordigd door aanwezigheid of bij volmacht.
[verzoekster] vraagt om vernietiging van deze beslissing en te bepalen dat maar 4 van de 7 leden (57,14%) aanwezig waren, omdat de volmacht van wijlen de heer [G] (hierna: [G] ) volgens haar niet rechtsgeldig is.
4.8.
[G] is overleden op [overlijdensdatum] 2025, dus enkele maanden vóór de ALV.
De VvE heeft echter een ondertekende volmacht overgelegd van [H] (executeur in de nalatenschap van [G] , tevens zijn zoon en erfgenaam). Deze volmacht is verstrekt aan [E] en voor de ALV overhandigd aan de voorzitter. [3] Dat op de volmacht puntjes staan tussen de [eerste letter van de voornaam van H] en de [tweede letter van de voornaam van H] (
“ [eerste letter van de voornaam van H] . [tweede letter van de voornaam van H] . [overige letters van de voornaam van H] [achternaam van G en H] ”) en dat de datum is gecorrigeerd (“
31oktobermei 2025”) is opvallend, maar onvoldoende gesteld of gebleken is dat de volmacht gefalsificeerd is. Het kon overigens op dat moment ook geen 31 oktober 2025 zijn, aangezien het verweerschrift op 24 oktober 2025 is ingediend. Bovendien volgt uit de eveneens overgelegde erfrechtverklaring van 25 augustus 2025 [4] dat [H] daadwerkelijk bevoegd is om de volmacht af te geven. [E] was op basis van die volmacht dan ook bevoegd om het stemrecht uit te oefenen voor de erfgenamen van [G] .
Dat de beheerder kennelijk niet over een kopie van de volmacht beschikt, doet hier niet aan af. Dit geldt ook voor de omstandigheid dat de erfrechtverklaring van latere datum is dan de ALV. Dit zou anders zijn als zou zijn gebleken dat [H] onbevoegd zou zijn, hetgeen niet het geval is. De erfrechtverklaring bevestigt immers de bevoegdheid van [H] : de notaris schrijft in zijn conclusie dat hij, op grond van zijn onderzoek en de ontvangen gegevens, constateert dat [H] volledig bevoegd is.
4.9.
Het voorgaande betekent dat de volmacht die is afgegeven door [H] rechtsgeldig is. Het verzoek tot vernietiging moet reeds hierom worden afgewezen.
Agendapunt 3 (mededelingen van het bestuur)
4.10.
[verzoekster] verzoekt verder om nietigverklaring van de beslissing om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen en te bepalen dat de ALV moet worden overgedaan. Bij agendapunt 3 staat namelijk dat er geen mededelingen zijn vanuit het bestuur van de VvE. [verzoekster] vindt dat het bestuur wel belangrijke mededelingen had moeten verstrekken naar aanleiding van de uitkomsten van rechtszaken.
4.11.
De kantonrechter overweegt het volgende. Op de ALV waren meer dan de helft van het maximaal aantal stemmen vertegenwoordigd (namelijk 5/7): dit betekent dat rechtsgeldige besluiten konden worden genomen. [5] Dat het bestuur volgens [verzoekster] heeft nagelaten om bepaalde mededelingen te doen, doet hier – wat daar verder ook van zij – niet aan af en levert geen grond op voor nietigheid. De verzoeken van [verzoekster] met betrekking tot agendapunt 3 moeten reeds hierom worden afgewezen.
Agendapunt 4 (goedkeuring notulen vorige vergadering)
4.12.
[verzoekster] verzoekt om nietigverklaring van het bij agendapunt 4 genomen besluit om de notulen van 11 juli 2024 goed te keuren en ongewijzigd vast te stellen.
Dit omdat in die notulen besluiten zijn goedgekeurd, terwijl die inmiddels door de kantonrechter zijn vernietigd. Ook staat in de notulen dat alle aanwezige leden (5 van de 5) hebben ingestemd, terwijl maar vier leden vertegenwoordigd waren.
4.13.
Ook dit verzoek moet worden afgewezen. De notulen zijn een waarheidsgetrouwe weergave van wat op de ALV is besproken. Dat bepaalde op die ALV genomen besluiten inmiddels zijn vernietigd, is dus geen reden om de notulen aan te passen. Deze toekomstige omstandigheden waren immers niet aan de orde en horen dan ook niet in de notulen van de ALV. Het aantal vertegenwoordigde leden is al aan bod gekomen bij de behandeling van agendapunt 2.
Agendapunt 5 (jaarrekening 2024)
4.14.
Verder verzoekt [verzoekster] om vernietiging dan wel nietigverklaring van de besluiten bij agendapunt 5:
  • de jaarrekening 2024 wordt onder voorbehoud goedgekeurd;
  • het exploitatieresultaat van € 639,62 wordt toegevoegd aan het reservefonds Grootonderhoud (MJOP);
  • de kascommissie gaat verder in ongewijzigde samenstelling.
4.15.
Uit de notulen volgt – zo heeft de VvE ook nader toegelicht – dat de definitieve jaarrekening nog ter goedkeuring aan de ALV zal worden voorgelegd na ontvangst van de uitspraak in de nog lopende procedure in hoger beroep. Zo staat in de notulen:
“De Hoge Raad
[kantonrechter: het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden]heeft in haar vonnis [
kantonrechter: beschikking] van 4 maart 2025 het besluit genomen dat er wijzigingen
dienen te worden aangebracht in de jaarrekeningen 2022, 2023, alsmede in de begroting 2024.
Uiteraard zal hierdoor ook de jaarrekening 2024 aangepast moeten worden.
Op 21 oktober 2025 vindt een nieuwe zitting plaats bij de Hoge Raad
[kantonrechter: het gerechtshof]. (…)
Na deze uitspraak zullen de ook eerder opgelegde correcties plaatsvinden, ook met betrekking tot de begroting 2025. Hierdoor wordt voorkomen dat er veel extra (en mogelijk onnodig) werk moet worden uitgevoerd door de Beheerder.
Na aanpassing van de genoemde jaarrekeningen (ook rekening houdend met de nog komende uitspraak van de Hoge Raad
[kantonrechter: het gerechtshof]in bovengenoemde zaak) zullen de aangepaste jaarrekeningen aan de leden ter definitieve goedkeuring worden voorgelegd. Hiermee zijn ook alle aanwezige leden akkoord. (5 van de 5)
(…)
Na aanpassing van de genoemde jaarrekeningen zullen deze in een nader te plannen Algemene Ledenvergadering aan de orde worden gesteld, incl. de bijbehorende Kascommissie verslagen.”
4.16.
De definitieve jaarrekening 2024 zal dus nog ter goedkeuring worden voorgelegd aan de ALV. De discussie hierover moet dan worden gevoerd. Dit geldt ook voor het door [verzoekster] genoemde “
batige stookkostensaldo” van € 4.010,11. Hierover is bovendien geen zelfstandig besluit genomen: dit maakt onderdeel uit van de (nog ter goedkeuring voor te leggen) definitieve jaarrekening. Het verzoek van [verzoekster] is dan ook voorbarig en zal, bij gebrek aan belang, worden afgewezen.
4.17.
Over het besluit om het exploitatieresultaat van € 639,62 aan de reserve grootonderhoud toe te voegen, geldt het volgende. Artikel 18 lid 4 MR Pro bepaalt dat overschotten op de exploitatierekening aan de eigenaars worden gerestitueerd,
tenzijde ALV anders beslist. De ALV mag dus beslissen het exploitatieresultaat toe te voegen aan de reserves. Mocht blijken dat dit bedrag anders is of wordt, dan moet de ALV opnieuw hierover beslissen. [6] Het verzoek met betrekking tot dit besluit moet dan ook worden afgewezen.
4.18.
Ook het verzoek met betrekking tot het besluit tot (her)benoeming van de leden van de kascommissie moet worden afgewezen. Dat de kascommissie niet in staat is om een onafhankelijke controle te verrichten heeft [verzoekster] wel gesteld, maar onvoldoende onderbouwd. Verder zijn de jaarstukken nog niet definitief en moet de kascommissie daarvoor nog verslag uitbrengen. Vooralsnog kan niet voldoende worden geconcludeerd dat de kascommissie zodanig slecht functioneert dat de ALV niet in redelijkheid tot dit besluit heeft mogen komen.
Agendapunt 6 (onderhoud en verduurzaming)
4.19.
[verzoekster] verzoekt vernietiging van het bij agendapunt 6 genoemde besluiten met betrekking tot het vernieuwen van het dak van de garageboxen en tot het schilderen van het pand.
4.20.
Ten aanzien van de garageboxen stelt [verzoekster] dat dit besluit moet worden vernietigd omdat het vereiste quorum ontbrak. Daargelaten dat reeds hiervoor is geoordeeld dat dit niet het geval is (omdat [G] wél rechtsgeldig is vertegenwoordigd), zou het niet voldoen aan een quorumeis slechts kunnen leiden tot nietigheid, hetgeen niet is verzocht.
4.21.
Verder stelt [verzoekster] dat dit besluit moet worden vernietigd, omdat dit niet conform de bespreking is vervat. Weliswaar staat in de besluitenlijst slechts dat offertes worden opgevraagd, maar uit de notulen volgt dat is besproken en vervolgens ook na een stemming is besloten om de werkzaamheden “
bij voldoende liquide middelen in gang te zetten.” [7] Zo heeft [verzoekster] dit besluit ook opgevat, aangezien zij spreekt over het “
uitvoeringsbesluit” en het
“vernieuwingsbesluit.”
4.22.
De VvE heeft met een rapportage onderbouwd dat het dak moet worden vernieuwd. Dit wordt op zichzelf ook niet (voldoende) door [verzoekster] betwist. Dat [verzoekster] vindt dat eerst goed naar (de financiële keuzes in) het MJOP moet worden gekeken en dat dit eerst moet worden geactualiseerd, is onvoldoende grond voor vernietiging van dit besluit.
4.23.
Ten aanzien van het schilderwerk geldt dat alleen is besloten dat offertes worden opgevraagd. Dit heeft [verzoekster] ook zo opgevat, aangezien zij spreekt over een “
voorbereidingsbesluit.” Dit besluit heeft dus geen rechtsgevolgen voor de VvE en komt reeds daarom niet voor vernietiging in aanmerking.
4.24.
Het voorgaande betekent dat ook verzoeken met betrekking tot agendapunt 6 moeten worden afgewezen.
Agendapunt 7 (begroting 2025)
4.25.
[verzoekster] verzoekt om vernietiging van het goedkeuringsbesluit van de begroting van 2025 en van de beslissing om [G(-s)] volmacht bij de stemming te gebruiken.
4.26.
Allereerst stelt [verzoekster] zich op het standpunt dat aanvankelijk geen (voorschotten op de) stookkosten in de begroting waren opgenomen. De beheerder heeft tijdens de ALV echter aangegeven dat per abuis was verzuimd om de stookkosten in de begroting op te nemen. Na de toelichting door de beheerder is voorgesteld om de begroting aan te vullen met de stookkosten van in totaal € 25.200,00 (= 7 leden x 12 x voorschot € 300,00) en vervolgens goed te keuren. Alle aanwezige en vertegenwoordigde leden hebben hiermee ingestemd. Anders dan [verzoekster] lijkt te menen, kon bij deze stemming met de volmachten naar eigen inzicht het stemrecht worden uitgeoefend. Er zijn immers geen steminstructies gegeven. Ook de volmacht van [G] is rechtsgeldig, zoals onder agendapunt 2 al is geoordeeld. De ALV heeft dit besluit dus rechtsgeldig kunnen nemen. Dat de aangepaste begroting pas na de ALV naar alle leden is verzonden, doet hier niet aan af. Voornoemde omissie in de begroting is immers op de ALV besproken en hersteld.
4.27.
Verder stelt [verzoekster] dat in de begroting geen stookkosten zijn opgenomen bij de kosten. De VvE heeft toegelicht dat de stookkosten voor 2025 op basis van voorgaande jaren zijn geschat op € 25.200,00 en dat dit bedrag daarom onder de post “
Ledenbijdrage - periodieke bijdrage eigenaars - stook” is opgenomen. [8] De (begrote) kosten verbonden aan het leveren van warmte zijn echter niet (volledig) in de begroting opgenomen onder de nutsvoorzieningen in tegenstelling tot de kosten voor water en elektra, die wel (expliciet) zijn begroot. [9] Omdat de stookkosten niet (onder de post nutsvoorzieningen) in de begroting zijn opgenomen, voldoet de begroting niet aan artikel 18 lid 1 MR Pro. Hier heeft [verzoekster] een punt. Een besluit dat in strijd is met de wet, statuten of het MR is echter in beginsel niet vernietigbaar, maar nietig. [10] [verzoekster] heeft echter niet verzocht om nietigverklaring, maar vernietiging. In het kader van de verzochte vernietiging heeft zij onvoldoende gemotiveerd gesteld en onderbouwd waarom dit besluit moet worden vernietigd. Daarnaast heeft [verzoekster] gesteld dat niet in een lopend boekjaar mag worden begroot, maar dit kan niet worden gevolgd. Uit artikel 32 lid 2 MR Pro volgt namelijk dat ook “
voor het aangevangen of het komende jaar” een begroting kan worden opgesteld.
4.28.
De conclusie is dat ook de verzoeken met betrekking tot dit agendapunt moeten worden afgewezen.
Proceskosten
4.29.
[verzoekster] zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van de VvE worden begroot op:
  • salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten x € 271,00)
  • nakosten € 135,00 +(plus eventuele betekeningskosten)
    totaal € 677,00
Mediation
4.30.
Op de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] aangegeven dat zij nog steeds open staat voor mediation. De VvE staat hier niet per se afwijzend tegenover mits het zakelijk wordt gehouden. De kantonrechter geeft partijen daarom in overweging om mediation te starten, temeer omdat er tussen partijen meer speelt dan wat in deze procedure aan de orde is gekomen. Zowel [verzoekster] als (alle overige leden van) de VvE hebben immers baat bij een goed functionerende VvE en het voorkomen van nog meer rechtszaken (en alle tijd, energie en kosten die daarmee gemoeid zijn).

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken van [verzoekster] af;
5.2.
veroordeelt [verzoekster] tot betaling van de proceskosten van de VvE, tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 677,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verzoekster] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet zij ook de betekeningskosten betalen;
5.3.
verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.
1298

Voetnoten

1.HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1275
2.Zoals [verzoekster] nader heeft toegelicht op de mondelinge behandeling (zie ook p. 2 van haar pleitnota).
3.Productie 9 bij verweerschrift.
4.Productie 10 bij verweerschrift.
5.Artikel 36 MR Pro.
6.en als blijkt dat sprake is van een tekort dan moeten de eigenaars dit tekort aanzuiveren op grond van artikel 18 lid 5 MR Pro.
7.Zie blz. 2 van de notulen.
8.Zie paginanummer 213 van de producties van [verzoekster] .
9.Zie paginanummer 211 van de producties van [verzoekster] .
10.Hierbij geldt dat bij de toepassing van artikel 2:14 BW Pro in het appartementsrecht het (model)reglement van splitsing wordt gelijkgesteld met de statuten (artikel 5:129 lid 1 BW Pro).