ECLI:NL:RBMNE:2026:4034
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College komt tegemoet aan bezwaar en rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Na een tussenuitspraak van de rechtbank op 31 maart 2026, waarin het college werd verzocht een passend bedrag vast te stellen voor de kosten van werkzaamheden, nam het college op 29 april 2026 een nieuw besluit. In dit besluit kende het college een bedrag van €9.265,- inclusief BTW toe, waarmee het tegemoet kwam aan de bezwaren van eiseres.
Eiseres reageerde op 31 mei 2026 en gaf aan zich te kunnen vinden in het nieuwe besluit, maar verzocht tevens om een proceskostenveroordeling. De rechtbank stelde vast dat het beroep van eiseres van rechtswege niet meer betrekking had op het besluit van 29 april 2026, omdat partijen onvoldoende belang hadden. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten van €1.868,- en het betaalde griffierecht van €53,-. Hiermee kon eiseres de situatie met brede ondersteuning afsluiten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.A. Braeken op 1 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het college aan het bezwaar tegemoet is gekomen; het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.