Uitspraak
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Heeft het college in strijd gehandeld met het gelijkheidsbeginsel?
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, handelend onder de handelsnaam van een vennootschap onder firma, maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Utrecht had opgelegd wegens overtreding van de Nadere regeling uitstallingen. Het college handhaafde de last onder dwangsom na bezwaar. De rechtbank behandelde het beroep op 30 juni 2026 en deed direct uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat eiseres belanghebbende is omdat zij als onderdeel van de v.o.f. direct belang heeft bij het besluit. De rechtbank stelde vast dat een last onder dwangsom een herstelsanctie is die ook kan worden opgelegd ter voorkoming van herhaling, waardoor geen actuele overtreding vereist is. De dwangsom van € 500 per dag tot maximaal € 5.000 werd niet als onevenredig beschouwd, mede vanwege het financiële voordeel dat eiseres behaalt door het gebruik van het trottoir als extra bedrijfsruimte.
Verder oordeelde de rechtbank dat het college niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel handhavend optreedt, omdat vergelijkbare gevallen van andere fietsenzaken wel worden aangepakt en de voorbeelden van eiseres niet vergelijkbaar zijn. Ten slotte wees de rechtbank erop dat de vraag naar maatwerk en vergunningverlening niet in deze procedure aan de orde is en dat daarvoor een aparte aanvraag moet worden ingediend. Het beroep werd ongegrond verklaard, de last onder dwangsom blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de last onder dwangsom.