ECLI:NL:RVS:2025:1175
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen tuinberging zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem legde op 7 oktober 2020 een last onder dwangsom op aan appellant vanwege het zonder omgevingsvergunning bouwen van een tuinberging met overkapping, in strijd met het bestemmingsplan. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen concreet zicht op legalisatie bestond en handhaving niet onevenredig was.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij voerde aan dat er wel concreet zicht op legalisatie was, dat het handhavend optreden onevenredig was vanwege financiële gevolgen en dat het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel waren geschonden.
De Afdeling oordeelde dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zoals die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. De Afdeling bevestigde dat het enkele feit dat het college niet bereid is een vergunning te verlenen, voldoende is om te concluderen dat er geen concreet zicht op legalisatie is. Ook achtte zij de financiële gevolgen niet zwaarwegend genoeg om handhaving achterwege te laten. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat het uitblijven van een bouwstop en reactie niet leidt tot gerechtvaardigd vertrouwen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er geen gelijke gevallen waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit tot verwijdering van de tuinberging bevestigd.