ECLI:NL:RBMNE:2026:4049
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, maar de Dienst Toeslagen heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist. Na ingebrekestelling op 7 februari 2025 en het verstrijken van meer dan zestig weken na de beslistermijn, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn door verweerder is overschreden. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn als realistisch beschouwt. Omdat deze termijn is verstreken, moet verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder te laat is met het nemen van het besluit. De rechtbank acht een hogere dwangsom niet nodig gezien het ontbreken van weigerachtigheid en het belang van eiseres.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 467,-) en het betaalde griffierecht (€ 54,-).
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.