ECLI:NL:RBMNE:2026:4164

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
12169994 \ UE VERZ 26-141
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 7:668 lid 3 BWArt. 7:671 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-rechtsgeldige opzegging arbeidsovereenkomst en toewijzing loon en transitievergoeding

De werknemer was sinds 1 september 2025 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 1 maart 2026. Op 19 januari 2026 zegde de werkgever de arbeidsovereenkomst op met ingang van 1 februari 2026, terwijl hiervoor geen instemming of toestemming van het UWV was verkregen.

De werknemer verzocht vernietiging van de opzegging, betaling van loon tot de oorspronkelijke einddatum, aanzegvergoeding en transitievergoeding. De werkgever betwistte de aanzegvergoeding en verzocht matiging van de wettelijke verhoging vanwege financiële problemen.

De kantonrechter oordeelde dat de opzegging niet rechtsgeldig was omdat geen instemming of toestemming was gegeven en geen dringende reden bestond. De arbeidsovereenkomst eindigde daarom pas op 1 maart 2026. De werknemer kreeg loon over februari 2026 met wettelijke verhoging toegewezen, evenals de transitievergoeding. De aanzegvergoeding werd afgewezen omdat de werknemer tijdig via Whatsapp was geïnformeerd over het niet voortzetten van het dienstverband.

De werkgever werd tevens veroordeeld tot het verstrekken van een correcte eindafrekening met specificaties en tot betaling van proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst is vernietigd en de werkgever is veroordeeld tot betaling van loon, wettelijke verhoging en transitievergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: 12169994 \ UE VERZ 26-141
Beschikking van 29 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. R. Timmer,
tegen
[verweerder],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
vertegenwoordigd door: de heer [gemachtigde] ..

1.De procedure

1.1
De kantonrechter beschikt over de volgende stukken:
  • het verzoekschrift van [verzoeker] ,
  • de e-mail van de heer [gemachtigde] (hierna: ‘ [gemachtigde] ’, indirect statutair bestuurder van [verweerder] ) namens [verweerder] van 1 juni 2026, en
  • de e-mail van [gemachtigde] namens [verweerder] van 12 juni 2026.
1.2
Op 15 juni 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoeker] was aanwezig met zijn gemachtigde. [verweerder] is niet verschenen, hoewel zij op correcte wijze is opgeroepen. [verzoeker] heeft vragen beantwoord van de kantonrechter. Vervolgens is de beschikking bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1
[verzoeker] , geboren [geboortedatum] 1980, is sinds 1 september 2025 in dienst bij [verweerder] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De functie van [verzoeker] is Leidinggevende Horeca Medewerker met een loon van € 2.762,39 bruto per maand.
2.2
Op 19 januari 2026 heeft [verweerder] de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 februari 2026, terwijl de arbeidsovereenkomst een looptijd had tot 1 maart 2026.
2.3
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen en [verweerder] te veroordelen tot betaling van loon tot 1 maart 2026 (de einddatum van de arbeidsovereenkomst). Volgens [verzoeker] is de opzegging niet rechtsgeldig, want in strijd met artikel 7:671 BW Pro. Daarnaast verzoekt [verzoeker] betaling van de aanzegvergoeding van één maandsalaris, omdat volgens [verzoeker] geen schriftelijke informatie is verschaft over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Ook verzoekt [verzoeker] betaling van de transitievergoeding van € 500,- bruto.
2.4
[verweerder] heeft in de e-mail van 1 juni 2026 onder andere de kantonrechter verzocht om de verzoeken van [verzoeker] inhoudelijk te beoordelen. In het bijzonder de verzochte aanzegvergoeding, want [verzoeker] zou in januari 2026 zijn geïnformeerd over het feit dat zijn arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet. Dat zou blijken uit de door [verzoeker] bij het verzoekschrift gevoegde Whatsappcorrespondentie. Daarnaast verzoekt [verweerder] matiging van de wettelijke verhoging vanwege een financiële (overmacht)situatie. [verweerder] heeft in de e-mail van 12 juni 2026 de kantonrechter geïnformeerd dat het faillissement van [verweerder] is aangevraagd. Daarvan is niets gebleken.
2.5
De kantonrechter oordeelt dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is. Voor opzegging van een arbeidsovereenkomst is namelijk instemming of toestemming vereist. [verweerder] had geen instemming van [verzoeker] of toestemming van UWV. [verweerder] had ook geen dringende reden voor een opzegging per direct (ontslag op staande voet). Dit betekent dat het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van de opzegging wordt toegewezen, waardoor de arbeidsovereenkomst niet op 1 februari 2026 is geëindigd.
2.6
Omdat de arbeidsovereenkomst een looptijd had tot 1 maart 2026, is de arbeidsovereenkomst wel per 1 maart 2026 geëindigd. [verzoeker] heeft recht op loon tot 1 maart 2026. De vordering van [verzoeker] tot betaling van loon over de maand februari 2026 wordt toegewezen. Het loon wordt, zoals verzocht, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% als bedoeld in artikel 7:625 BW Pro, want [verweerder] heeft het loon te laat betaald. Daarnaast zal [verweerder] worden veroordeeld om een correcte eindafrekening uit te betalen onder overlegging van deugdelijke specificaties, zoals verzocht door [verzoeker] .
2.7
Het verzoek van [verzoeker] tot betaling van de aanzegvergoeding zal worden afgewezen. [verzoeker] is op 19 januari 2026 per Whatsapp geïnformeerd dat zijn dienstverband bij [verweerder] zou stoppen. [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat het voor hem duidelijk was dat zijn arbeidsovereenkomst bij [verweerder] niet zou worden verlengd. Dat er mogelijk sprake zou zijn van indiensttreding bij een andere vennootschap van [gemachtigde] maakt dat niet anders. De arbeidsovereenkomst liep tot 1 maart 2026. [verzoeker] is dus (meer dan) een maand voordat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigde geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] heeft daarom geen recht op de aanzegvergoeding zoals bedoeld in artikel 7:668 lid 3 BW Pro.
2.8
[verzoeker] heeft wel recht op een transitievergoeding, want de arbeidsovereenkomst is geëindigd op initiatief van werkgever. [verzoeker] heeft verzocht om betaling van een bedrag van € 500,- bruto, wat door de kantonrechter zal worden toegewezen.
2.9
De verzochte wettelijke rente over het loon, de eindafrekening en de transitievergoeding zullen ook worden toegewezen, omdat [verweerder] te laat heeft betaald.
2.1
De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat [verweerder] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 986,00 (€ 265,00 aan griffierecht, € 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1
vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst,
3.2
veroordeelt [verweerder] tot betaling aan [verzoeker] van:
  • € 2.762,39 bruto aan loon,
  • € 1.381,20 bruto aan wettelijke verhoging,
  • de eindafrekening,
  • € 500,00 bruto aan transitievergoeding,
  • de hiervoor genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2026 tot aan de dag van de gehele betaling,
3.3
veroordeelt [verweerder] aan [verzoeker] deugdelijke specificaties te verstrekken van de hiervoor onder 3.2 genoemde betalingen,
3.4
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 986,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
3.5
verklaart deze beschikking wat betreft de onder 3.2 tot en met 3.4 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad [1] ,
3.6
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.F.A.van Buitenen en in het openbaar uitgesproken door N.A.J. Purcell op 29 juni 2026.
SB5790

Voetnoten

1.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.