Uitspraak
1.[verzoeker sub 1] ,
[verzoeker sub 2],
1.[verweerder sub 1] ,
[verweerder sub 2],
Rechtbank Midden-Nederland
Twee werknemers, beiden maatschappelijk werksters, hebben de kantonrechter verzocht hun arbeidsovereenkomsten met hun werkgever te ontbinden vanwege ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De werkgever betaalde sinds november 2025 het loon niet en ondernam geen re-integratie-inspanningen, ondanks een eerdere kortgedingvonnis. De werknemers zijn sinds september en oktober 2025 ziek.
De werkgever is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, hoewel zij de oproeping ontvingen. De kantonrechter gaat daarom uit van de onweerlegde stellingen van de werknemers. De arbeidsovereenkomsten worden ontbonden per direct vanwege de ernstige tekortkomingen van de werkgever, waaronder het niet betalen van loon en het nalaten van re-integratie.
De kantonrechter kent aan beide werknemers een billijke vergoeding toe vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, waarbij rekening is gehouden met de ziekte en de problematische werksituatie. Daarnaast worden transitievergoedingen toegekend. De werkgever wordt veroordeeld binnen 14 dagen een financiële eindafrekening te maken en achterstallige vakantiedagen, verlofuren en vakantiegeld te betalen, vermeerderd met wettelijke rente. Ook worden de proceskosten aan de zijde van de werknemers toegewezen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomsten van de zieke werknemers worden ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, met toekenning van billijke en transitievergoedingen en betaling van achterstallig loon.