ECLI:NL:RBMNE:2026:417

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
11851739 \ UC EXPL 25-6880
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding voor treintje rijden bij uitrijden parkeergarage toegewezen

Op 3 mei 2025 parkeerde de gedaagde met zijn motor in een parkeergarage van Q-Park. Gedaagde stelde aanspraak te maken op een regeling voor gratis parkeren bij boodschappen doen, maar het systeem weigerde. Omdat hij niemand van Q-Park kon bereiken, reed hij achter een andere auto uit de parkeergarage, een zogenoemd 'treintje rijden'.

Q-Park vorderde de kosten van een verloren parkeerkaart, een schadevergoeding voor treintje rijden en buitengerechtelijke incassokosten, allen met rente. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op gratis parkeren, gezien het betaalbewijs van de Jumbo en de korte parkeertijd, waardoor de kosten voor de verloren kaart werden afgewezen.

De schadevergoeding voor treintje rijden werd wel toegewezen, omdat dit in de algemene voorwaarden van Q-Park is geregeld en niet onredelijk bezwarend werd geacht. Gedaagde had zonder overleg met Q-Park niet direct achter iemand mogen uitrijden. De buitengerechtelijke incassokosten werden gematigd toegewezen conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.

De wettelijke rente werd toegewezen vanaf respectievelijk 3 mei 2025 voor de hoofdsom en 14 augustus 2025 voor de incassokosten. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd op 21 januari 2026 uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en incassokosten wegens treintje rijden, met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11851739 \ UC EXPL 25-6880
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,
in Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Q-Park,
gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,
tegen
[gedaagde],
in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord, mondeling gegeven op de rolzitting van 3 september 2025, waarna schriftelijk nog producties zijn ingediend,
- de conclusie van repliek, en deponering van een USB-stick met beeldmateriaal door Q-Park,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] heeft op 3 mei 2025 met zijn motor geparkeerd in een parkeergarage van Q-Park. Volgens [gedaagde] kon hij aanspraak maken op een regeling voor gratis parkeren. Maar dat systeem (zo voert [gedaagde] aan) weigerde. Omdat (nog steeds volgens [gedaagde] ) hij niemand van Q-Park kon bereiken, is [gedaagde] vlak achter iemand aan de parkeergarage uitgereden (‘treintje rijden’). Q-Park vordert de kosten ‘verloren kaart’ (€ 34,00), schadevergoeding (€ 382,41) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 62,41), alles met rente. De kantonrechter wijst de schadevergoeding en de incassokosten (gematigd) toe, met rente.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vrij kon parkeren. Bij de betreffende parkeergarage geldt een regeling dat een uur gratis kan worden geparkeerd, wanneer de parkeerder boodschappen doet bij de Jumbo. Volgens [gedaagde] heeft hij niet meer dan tien minuten geparkeerd gestaan, wat Q-Park niet betwist. [gedaagde] heeft een betaalbewijs overgelegd van de Jumbo van 3 mei 2025 om 19:24 uur, en hij is de parkeergarage uitgereden om 19¶27 uur. De kosten ‘verloren kaart’ worden daarom afgewezen.
3.2.
Dat geldt niet voor de schadevergoeding voor ‘treintje rijden’. In de algemene voorwaarden van Q-Park is daarover een regeling opgenomen, die Q-Park in dat geval recht geeft op een schadevergoeding van € 382,41. Gezien het belang wat Q-Park heeft bij het tegengaan van dat fenomeen, acht de kantonrechter dat beding niet onredelijk bezwarend of oneerlijk voor [gedaagde] . Q-Park heeft voldoende aangevoerd waaruit de redelijkheid van dat bedrag blijkt. Onder geen beding had [gedaagde] direct achter iemand aan de parkeergarage mogen verlaten, zonder voorafgaand overleg met een medewerker van Q-Park. Dat dit onmogelijk zou zijn geweest, is gezien het tijdstip van betaling bij de Jumbo en het tijdstip van wegrijden uit de parkeergarage (3 minuten) volstrekt onaannemelijk. De gevorderde schadevergoeding wordt daarom toegewezen.
3.3.
De vordering voor de buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan die eisen is voldaan, behalve voor de hoogte van de vergoeding omdat een deel van de hoofdsom wordt afgewezen. Op grond van de staffel van het Besluit zal op dit punt € 57,36 worden toegewezen.
3.4.
De wettelijke rente over de hoofdsom zal worden toegewezen vanaf 3 mei 2025 tot de betaling. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding, 14 augustus 2025. Niet gesteld en ook niet gebleken is dat Q-Park die kosten eerder aan haar gemachtigde heeft voldaan.
3.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
460,78

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 382,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover met ingang van 3 mei 2025 tot de betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 57,36 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover met ingang van 14 augustus 2025 tot de betaling,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 460,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
RW1368