Op 3 mei 2025 parkeerde de gedaagde met zijn motor in een parkeergarage van Q-Park. Gedaagde stelde aanspraak te maken op een regeling voor gratis parkeren bij boodschappen doen, maar het systeem weigerde. Omdat hij niemand van Q-Park kon bereiken, reed hij achter een andere auto uit de parkeergarage, een zogenoemd 'treintje rijden'.
Q-Park vorderde de kosten van een verloren parkeerkaart, een schadevergoeding voor treintje rijden en buitengerechtelijke incassokosten, allen met rente. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op gratis parkeren, gezien het betaalbewijs van de Jumbo en de korte parkeertijd, waardoor de kosten voor de verloren kaart werden afgewezen.
De schadevergoeding voor treintje rijden werd wel toegewezen, omdat dit in de algemene voorwaarden van Q-Park is geregeld en niet onredelijk bezwarend werd geacht. Gedaagde had zonder overleg met Q-Park niet direct achter iemand mogen uitrijden. De buitengerechtelijke incassokosten werden gematigd toegewezen conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.
De wettelijke rente werd toegewezen vanaf respectievelijk 3 mei 2025 voor de hoofdsom en 14 augustus 2025 voor de incassokosten. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd op 21 januari 2026 uitgesproken door de kantonrechter.