ECLI:NL:RBMNE:2026:4222

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
K/4204/12058220
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.W. Zwart
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:228 lid 1 onder b BWArt. 6:230 BWArt. 6:230l BWArt. 7:5 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding koopovereenkomst Maserati wegens ontbreken non-conformiteit

Eiser sloot op 1 februari 2025 een koopovereenkomst voor een nieuwe Maserati Grecale met gedaagde, de toenmalige enige officiële Maserati-dealer in Nederland. Eiser wilde de auto slechts tijdelijk gebruiken en in de zomer van 2025 inruilen. Na berichtgeving dat gedaagde per 31 december 2025 stopt als officiële dealer, vordert eiser primair ontbinding van de koop wegens non-conformiteit, subsidiair vernietiging wegens dwaling en meer subsidiair opheffing van nadeel.

De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst een consumentenkoop betreft en dat de informatieplichten niet zijn geschonden. De Algemene Voorwaarden Bovag bevatten geen oneerlijke bedingen. De door eiser aangevoerde gebreken, zoals het wegvallen van volwaardige aftersalesservice en onzekerheid over merkondersteuning, leiden niet tot non-conformiteit. Na 31 december 2025 is de aftersalesservice onafgebroken gewaarborgd via een andere officiële dealer en een servicepunt.

Ook de onzekerheid over de merkondersteuning in de periode augustus-december 2025 vormt geen gebrek, omdat een koper geen zekerheid mag verwachten over het behoud van een officiële dealer. Het beroep op dwaling faalt omdat gedaagde niet wist of behoorde te weten dat zij zou stoppen als dealer. De voorwaardelijke eis in reconventie wordt niet behandeld. Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en vernietiging van de koopovereenkomst worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12058220 \ UC EXPL 26-476
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende in [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.W.R. Hoogstraten,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. D.A. Molier.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:
- de dagvaarding;
- de incidentele vordering tot verwijzing, tevens conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in voorwaardelijke reconventie;
- de conclusie van antwoord in incident;
- het vonnis in incident van 7 januari 2026;
- de akte overleggen producties en conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie;
- de nader toegezonden productie 3.
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 8 juni 2026. [eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens [gedaagde] is verschenen mr. [A] , bedrijfsjurist bij [gedaagde] , en [B] , salesvertegenwoordiger bij [gedaagde] , bijgestaan door de gemachtigde. Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Na sluiting van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter beslist dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiser] wil primair met deze procedure bereiken dat een door hem gesloten koopovereenkomst voor een Maserati Grecale (hierna: de Maserati) wordt ontbonden, het door hem betaalde bedrag door [gedaagde] wordt terugbetaald en zijn ingeruilde auto wordt teruggegeven. Er zou namelijk sprake zijn van non-conformiteit. Subsidiair wil [eiser] de koopovereenkomst vanwege dwaling vernietigen en meer subsidiair doet [eiser] een beroep op opheffing van nadeel op grond van artikel 6:230 BW Pro, waarbij hij ook aanspraak maakt op de betaling van een maandelijks bedrag om de (extra) afschrijving van de Maserati te compenseren. [gedaagde] heeft tegen deze vorderingen verweer gevoerd en een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld. De kantonrechter zal de vorderingen van [eiser] afwijzen. Daardoor wordt niet toegekomen aan de beoordeling van de voorwaardelijke eis in reconventie. De kantonrechter zal dit hieronder toelichten.

3.De achtergrond van de zaak

3.1.
[eiser] heeft op 1 februari 2025 een koopovereenkomst gesloten met [gedaagde] voor een (nieuwe) Maserati. Destijds was [gedaagde] de enige officiële Maserati-dealer in Nederland. Naar eigen zeggen heeft [eiser] deze koop gesloten met de intentie om slechts een paar maanden in de Maserati te rijden en deze in de zomer van 2025 weer in te ruilen voor een Range Rover. [eiser] zegt dit ook aan [gedaagde] bij de verkoop te hebben meegedeeld. Op 31 juli 2025 heeft [gedaagde] vervolgens aan haar klanten, waaronder [eiser] , bericht dat zij vanaf 31 december 2025 gaat stoppen als officiële merkdealer van Maserati in Nederland. [eiser] stelt dat door die beslissing sprake is van een gebrek, waardoor de door hem gekochte Maserati niet langer aan de koopovereenkomst beantwoordt (non-conformiteit) en hij schade lijdt. Bij een poging om zijn Maserati in de zomer van 2025 in te ruilen, was deze namelijk naar eigen zeggen fors minder waard geworden en vertegenwoordigde deze niet langer een marktconforme inruilwaarde. [eiser] is daarom deze procedure begonnen, met als inzet om de koop ongedaan te maken.

4.De beoordeling

Er is sprake van een consumentenovereenkomst
4.1.
Vooropgesteld wordt dat de overeenkomst tussen partijen met betrekking tot de koop van de Maserati een consumentenkoop is als bedoeld in artikel 7:5, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW). [gedaagde] handelde immers in het kader van haar bedrijfsactiviteit en [eiser] is een natuurlijk persoon, die handelt voor doeleinden buiten een bedrijfsactiviteit. Dit betekent dat de kantonrechter (zo nodig ambtshalve, dus ook als de consument daar niet om vraagt), moet toetsen of een aantal belangrijke consumentenbeschermende bepalingen uit het Europese en Nederlandse recht is nageleefd. In dit geval gaat het om de bepalingen over informatieplichten en oneerlijke bedingen.
De informatieplichten zijn niet geschonden
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat in dit geval de informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing zijn. Uit de processtukken leidt de kantonrechter af dat [eiser] bij het sluiten van de koopovereenkomst moet hebben beschikt over alle essentiële informatie, omdat die uit de context bleek, dan wel op duidelijke en begrijpelijke wijze door [gedaagde] aan [eiser] was verstrekt. [1]
Er zijn geen oneerlijke bedingen
4.3.
De kantonrechter constateert dat in dit geval de Algemene Voorwaarden Bovag van toepassing zijn op de koopovereenkomst. Er zijn daarin geen bedingen opgenomen die als oneerlijk worden beoordeeld.
Er is geen sprake van non-conformiteit
4.4.
In deze procedure vordert [eiser] primair de ontbinding van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst voor de Maserati, omdat deze niet aan de overeenkomst zou beantwoorden (non-conformiteit). Hieruit volgt dan een ongedaanmakingsverplichting, op grond waarvan [eiser] terugbetaling van het aankoopbedrag van de Maserati en de teruggave van zijn ingeruilde auto vordert.
4.5.
De kantonrechter zal deze vorderingen van [eiser] afwijzen. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat de door [eiser] aangevoerde gebreken niet tot de conclusie leiden dat de Maserati niet aan de koopovereenkomst beantwoordt. Een geldige reden voor ontbinding ontbreekt daardoor; [gedaagde] hoeft de Maserati dus niet terug te nemen en de aankoopprijs niet terug te betalen. Ook hoeft [gedaagde] de inruilauto niet terug te geven. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.6.
Op de mondelinge behandeling heeft [eiser] toegelicht dat de beslissing van [gedaagde] om als officiële merkdealer van Maserati in Nederland te stoppen – samengevat – heeft geleid tot een tweetal gebreken:
I. Het
ontbrekenvan een
volwaardige aftersalesservicein Nederland in de periode na 31 december 2025. [eiser] heeft de Maserati namelijk gekocht in de redelijke verwachting dat deze inclusief volwaardige aftersalesservice – garantie, onderhoud, onderdelenvoorziening en merkvertegenwoordiging – via een officiële Maseratidealer in Nederland zou worden geleverd. Doordat die volwaardige aftersalesservice door de beslissing van [gedaagde] na 31 december 2025 wegviel, is volgens [eiser] sprake van een gebrek.
II. Na het bericht van 31 juli 2025 van [gedaagde] ontstond er
onzekerheidover de
merkondersteuning en -vertegenwoordigingvan Maserati in Nederland na 31 december 2025. Gelet op het segment waarin Maserati zich begeeft, moet volgens [eiser] gegarandeerde merkondersteuning en -vertegenwoordiging als onderdeel van de auto worden gezien. Doordat daar niet langer sprake van was, is volgens [eiser] eveneens sprake van een gebrek.
[eiser] heeft onafgebrokeneen
volwaardige aftersalesservice kunnen benutten
4.7.
Los van de vraag of het ontbreken van een volwaardige aftersalesservice in het hier voorliggende geval tot non-conformiteit kan leiden, stelt de kantonrechter vast dat [eiser] altijd – onafgebroken – de mogelijkheid heeft gehad om een volwaardige aftersalesservice te benutten. Vaststaat dat [gedaagde] in 2025 – ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst – de enige officiële Maserati-dealer in Nederland was en dat zij daar vanaf 31 december 2025 mee ophield. Op 29 december 2025 werd echter bekend dat Maserati en [bedrijfsnaam 1] (hierna: [bedrijfsnaam 1] ) een overeenkomst hebben getekend waarmee [bedrijfsnaam 1] vanaf 29 december 2025 het officiële dealership van Maserati in Nederland voortzet. Met die overeenkomst is een volwaardige aftersalesservice voor de Maserati van [eiser] onafgebroken gewaarborgd gebleven. Daarbij komt dat er ook altijd sprake is geweest van een officieel Maserati servicepunt waar [eiser] voor zijn aftersalesservice terecht kon: [bedrijfsnaam 2] in [plaats 3] (hierna: [bedrijfsnaam 2] ). Dat [bedrijfsnaam 2] die aftersalesservice slechts gedeeltelijk – en dus niet volledig – zou kunnen leveren, zoals door [eiser] is gesteld, is niet komen vast te staan. Dat is door [gedaagde] weersproken en heeft [eiser] verder niet onderbouwd. Gelet op het voorgaande, is van een gebrek geen sprake.
De onzekerheid over de merkondersteuning en -vertegenwoordiging leidt evenmin tot een gebrek
4.8.
[eiser] heeft verder aangevoerd dat er in de periode augustus tot en met december 2025 sprake was van grote onzekerheid over de merkondersteuning en -vertegenwoordiging voor Maserati’s in Nederland voor de periode na 31 december 2025. Die onzekerheid leidt volgens [eiser] – zo begrijpt de kantonrechter – ook op zichzelf tot een gebrek, omdat een volwaardige merkondersteuning en -vertegenwoordiging in Nederland bij een auto in dit hoge segment altijd gegarandeerd moet zijn. Doordat daarvan geen sprake zou zijn geweest, is volgens [eiser] sprake van een gebrek die tot non-conformiteit leidt. De kantonrechter volgt [eiser] niet in dit betoog.
4.9.
De kantonrechter stelt voorop, zoals zij hiervoor onder 4.7 heeft overwogen, dat een volwaardige aftersalesservice voor Maserati’s in Nederland altijd gewaarborgd is gebleven. Dat geldt dus ook voor de Maserati van [eiser] . De kantonrechter begrijpt echter dat er een periode van onzekerheid heeft bestaan, waarin niet duidelijk was bij welke officiële Maserati-dealer in Nederland [eiser] na 31 december 2025 terecht kon voor volwaardige merkondersteuning en -vertegenwoordiging, volgens [eiser] een onderdeel van de aftersalesservice van zijn Maserati. Die onzekerheid kan op zichzelf echter geen gebrek in de zin van artikel 7:17 BW Pro opleveren. Een koper van een auto mag namelijk niet redelijkerwijs verwachten dat er voor onbepaalde tijd zekerheid bestaat over het behoud van een officiële merkdealer in het land waar de auto is gekocht, in dit geval Nederland. Er kunnen zich namelijk altijd omstandigheden voordoen die maken dat een autofabrikant ingrijpende strategische marktkeuzes moet (kunnen) maken. Zo’n marktkeuze betekent dan echter niet dat daarmee gelijk de aftersalesservice van een gekochte auto komt te vervallen. Verplichtingen met betrekking tot bijvoorbeeld fabrieksgarantie en onderdelenvoorziening blijven voor een fabrikant gewoon bestaan. Met betrekking tot de door [eiser] ervaren onzekerheid hieromtrent, overweegt de kantonrechter dat Maserati zich in een segment begeeft waarin auto’s worden verkocht aan een kleine doelgroep. Het maken van ingrijpende strategische marktkeuzes ligt dan des te meer voor de hand. Dat is een omstandigheid waar [eiser] ook rekening mee had kunnen houden. [eiser] was er zich op het moment van de koop namelijk ook van bewust dat er zich maar één officiële Maserati-dealer in Nederland bevond: [gedaagde] . Daarmee was de kwetsbaarheid van het behoud van volwaardige merkondersteuning en -vertegenwoordiging ook gegeven.
Er is geen sprake van dwaling en er bestaat geen aanleiding om enig nadeel op te heffen
4.10.
Voor zover [eiser] een beroep heeft gedaan op dwaling en de opheffing van enig nadeel, slaagt ook dit niet. Specifiek zou hierbij sprake moeten zijn van een situatie zoals genoemd in artikel 6:228 lid 1 onder Pro b BW: een overeenkomst is vernietigbaar indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten. Hiervan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Niet is gebleken dat [gedaagde] op 1 februari 2025 – het moment van het sluiten van de koopovereenkomst – wist of behoorde te weten dat zij per 31 december 2025 (definitief) geen officiële Maserati-dealer in Nederland meer zou zijn. Zij kon [eiser] daar dus ook niet over inlichten. Dat [eiser] vermoedt dat [gedaagde] ten tijde van de verkoop al wist of behoorde te weten dat zij met het merkdealership van Maserati zou gaan stoppen, omdat aan dergelijke keuzes uitvoerige onderhandelingen voorafgaan, maakt het voorgaande niet anders. Dit wordt door [gedaagde] betwist en hiervan heeft [eiser] ook geen (begin van) onderbouwing gegeven. Dat geldt ook voor de mededeling die [eiser] aan [gedaagde] ten tijde van de koop zegt te hebben gedaan, dat hij op korte termijn de Maserati weer zou inruilen voor een Range Rover. Ook dat maakt de voorgaande conclusie dus niet anders.
4.11.
Met deze uitkomst bestaat er evenmin aanleiding om het door [eiser] gestelde nadeel op te heffen ingevolge artikel 6:230 BW Pro.
Voorwaardelijke eis in reconventie wordt niet behandeld
4.12.
[gedaagde] heeft tot slot een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld, inhoudende dat bij ontbinding of vernietiging van de koopovereenkomst [eiser] de Maserati binnen 12 uur na betekening aan [gedaagde] moet overhandigen, op straffe van een dwangsom, en [eiser] een gebruiksvergoeding verschuldigd is, vast te stellen door een nader te benoemen onafhankelijke deskundige. Omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor deze eis in reconventie, zal hierop niet worden beslist.
[eiser] moet de proceskosten betalen
4.13.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.732,00
(2 punten × € 866,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.876,00
De wettelijke rente over de proceskosten
4.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt ook toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard
4.15.
De kantonrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.876,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.W. Zwart en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
LHJ/63796

Voetnoten

1.Vergelijk in dit verband de Hoge Raad (HR) 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677 (het arrest heeft betrekking op een overeenkomst waarop de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v BW van toepassing zijn, maar algemeen wordt aangenomen dat het analoog kan worden toegepast op een overeenkomst waarop de informatieplichten van artikel 6:230l BW van toepassing zijn).