Uitspraak
Rechtbank MIDDEN-NEDERLAND
1.Procedure
2.Waar de procedure over gaat
3.Beoordeling
Beslissing
Rechtbank Midden-Nederland
De minderjarige heeft de rechtbank via een informele rechtsingang verzocht om haar hoofdverblijfplaats te wijzigen naar haar opa en oma (moederszijde). Na gesprekken met de kinderrechter en een zitting met gesloten deuren, waarbij ook de ouders en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig waren, bleek dat de thuissituatie bij zowel vader als moeder niet veilig is voor de minderjarige.
De rechtbank kan op grond van de wet geen machtiging tot uithuisplaatsing bij opa en oma verlenen via de informele rechtsingang, omdat opa en oma geen gezag hebben. Tijdens de zitting is geprobeerd tijdelijke afspraken te maken, maar met name de moeder werkte hier niet aan mee. De Raad voor de Kinderbescherming heeft daarop een verzoek ingediend voor een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing, welke door de kinderrechter zijn toegewezen.
De rechtbank neemt daarom geen ambtshalve beslissing op het verzoek van de minderjarige, omdat de zaak nu via de beschermingsprocedure wordt opgepakt. De minderjarige is hierover geïnformeerd met een persoonlijke brief waarin de situatie en de genomen beslissingen worden toegelicht. De beschikking is op 15 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter R.M. Maliepaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst geen ambtshalve beslissing toe op het verzoek van de minderjarige, maar kent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing toe vanwege onveilige thuissituatie.