ECLI:NL:RBMNE:2026:4367

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
11995613 \ UC EXPL 25-9736
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsverplichting ondanks afspraak over verminderd bedrag voor websitewerkzaamheden

In deze civiele zaak vordert eiser betaling van openstaande facturen voor het bouwen en onderhouden van websites. Gedaagde stelt dat slechts de helft van het totaalbedrag betaald hoefde te worden vanwege een afspraak en dat de websites niet goed functioneren.

De kantonrechter oordeelt dat partijen inderdaad een afspraak hebben gemaakt dat gedaagde nog €426,06 verschuldigd is. Er is echter geen waarschuwing gegeven dat deze regeling zou vervallen bij niet-tijdige betaling, waardoor gedaagde erop mocht vertrouwen dat het bedrag ook bij uitblijven van betaling bleef gelden.

Gedaagde kon niet aantonen dat hij het bedrag al had voldaan. De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, maar op basis van het lagere bedrag van €426,06. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag, de rente, incassokosten en proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €426,06 met rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11995613 \ UC EXPL 25-9736 BJvd/61169
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam 1],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: E.A.P. van Lith,
tegen
[gedaagde] , HANDELEND ONDER DE NAAM [handelsnaam 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 maart 2026
- de akte van [eiser] .
1.2
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] heeft namens zijn bedrijf opdracht gegeven aan [eiser] voor het bouwen van twee websites. Ook heeft [gedaagde] een abonnement gehad bij [eiser] voor het onderhoud van deze websites. [gedaagde] heeft een deel van de facturen van [eiser] die zien op deze werkzaamheden niet betaald. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] de werkzaamheden niet goed uitgevoerd, omdat de website niet werkt. Ook is volgens [gedaagde] afgesproken dat hij maar de helft van het totaalbedrag van de facturen hoefde te betalen. De kantonrechter bepaalt dat [gedaagde] de helft van het bedrag moet betalen aan [eiser] .

3.De beoordeling

[gedaagde] mocht erop vertrouwen dat hij nog € 426,06 aan [eiser] moest betalen
3.1
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 548,37, vermeerderd met rente en kosten. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter [eiser] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de tussen partijen gemaakte afspraak dat [gedaagde] enkel nog een bedrag van € 426,06 moet betalen. Volgens [eiser] heeft zij aan [gedaagde] toestemming verleend om 50% van het totaalbedrag binnen een termijn van drie maanden te voldoen. Daarbij is volgens [eiser] uitdrukkelijk overeengekomen dat indien enige betaling uitblijft of niet tijdig wordt verricht, de volledige vordering zal worden overgedragen aan het incassobureau.
3.2
[eiser] heeft zich in haar akte niet uitgelaten over de berekening van het afgesproken bedrag van 50% van de facturen. Wat daar ook van zij, de kantonrechter begrijpt dat op enig moment de afspraak is gemaakt dat [gedaagde] slechts nog een bedrag van € 426,06 aan [eiser] zou moeten betalen. Daarbij is niet vermeld of gewaarschuwd dat bij niet (tijdige) betaling van [gedaagde] de volledige vordering alsnog moet worden betaald, zoals [eiser] stelt. Dit staat namelijk niet op die manier vermeld in de e-mail die daarover naar [gedaagde] is gestuurd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [gedaagde] erop mocht vertrouwen dat partijen de afspraak hebben gemaakt dat hij nog een bedrag van € 426,06 aan [eiser] moest betalen, ook als hij de termijnbetalingen niet of niet tijdig zou verrichten. [eiser] had dit duidelijk moeten vermelden in de e-mail naar [gedaagde] en dat heeft zij niet gedaan.
3.3
[gedaagde] stelt dat hij het bedrag van € 426,06 al zou hebben betaald, maar hij heeft hiervan geen stukken overgelegd. Dat het bedrag al is betaald is daarom niet gebleken. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] daarom toe tot de hoogte van het hiervoor genoemde bedrag.
[gedaagde] moet de contractuele rente van 2% per maand betalen
3.4
De gevorderde contractuele rente van 2% per maand over de factuur zal ook worden toegewezen. Op grond van artikel 14 van Pro de algemene voorwaarden is [gedaagde] dit verschuldigd vanaf de vervaldatum van de factuur. Omdat partijen op 3 december 2021 de afspraak hebben gemaakt dat [gedaagde] nog een bedrag van € 426,06 moet betalen, gaat de contractuele rente lopen vanaf die datum.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.5
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 82,25. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. [eiser] is voor de berekening van de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten uitgegaan van een vordering van € 548,37, maar in dit vonnis wordt een bedrag van € 426,06 toegewezen. De berekening van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden gedaan op basis van het toegewezen bedrag. Daarom zal een bedrag van € 63,91 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.6
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
123,73
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
360,00
(2,5 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
895,73

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 426,06, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 2% per maand over het toegewezen bedrag, vanaf 3 december 2021 tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 63,91 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 895,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.