ECLI:NL:RBMNE:2026:4385

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
UTR 26/2873 en 26/2527
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbJeugdwetWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening toegekend voor begeleiding op grond van Jeugdwet en Wmo

Verzoekster, geboren in 2008 en gediagnosticeerd met autisme en een ernstige depressie, heeft meerdere aanvragen ingediend voor individuele en specialistische begeleiding op grond van de Jeugdwet (Jw) en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

Het college van burgemeester en wethouders van De Bilt kende haar verschillende uren begeleiding toe, maar verzoekster maakte bezwaar tegen de besluiten van 9 en 25 maart 2026 en verzocht om voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter behandelde deze verzoeken op 20 mei 2026 en constateerde dat het college het voorgeschreven stappenplan van de Centrale Raad van Beroep niet had gevolgd, waardoor de besluitvorming niet zorgvuldig was.

Gezien de ernst van de situatie en de professionele adviezen dat verzoekster 11 uur begeleiding per week nodig heeft, achtte de voorzieningenrechter spoedeisend belang aanwezig. De rechter besloot het college te verplichten om voorlopig 8 uur per week begeleiding op grond van de Wmo en 3 uur per week op grond van de Jeugdwet toe te kennen.

Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster, omdat de verzoeken werden toegewezen. De voorlopige voorziening geldt tot zes weken na de besluiten op de bezwaren.

Uitkomst: Het college wordt verplicht om voorlopig 8 uur per week begeleiding op grond van de Wmo en 3 uur per week op grond van de Jeugdwet toe te kennen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 26/2873 en UTR 26/2527

uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 mei 2026 in de zaken tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: D.C.J. Woltering),
en

het college van burgemeester en wethouders van De Bilt

(gemachtigden: C.C. Treurniet en D. Heuvelman).

Inleiding

1. Bij besluit van 10 juni 2025 heeft het college aan verzoekster individuele en specialistische begeleiding toegekend voor hulp door [instelling] ( [instelling] ) voor 156 uren (gemiddeld 3 uur per week) op grond van de Jeugdwet (Jw), voor de periode van 1 maart 2025 tot en met 28 februari 2026.
2. Verzoekster heeft op 9 maart 2026 een (nieuwe) aanvraag ingediend voor begeleiding op grond van de Jw.
3. Bij besluit van 9 maart 2026 heeft het college aan verzoekster individuele en specialistische begeleiding toegekend voor hulp door [bedrijf] B.V. voor 84 uren (gemiddeld 2 uur per week) op grond van de Jw voor de periode van 1 oktober 2025 tot en met 21 juli 2026. Bij besluit van 4 mei 2026 heeft het college het besluit van 9 maart 2026 voorzien van een nadere motivering.
4. Verzoekster heeft op 23 maart 2026 een aanvraag ingediend voor begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
5. Bij besluit van 25 maart 2026 heeft het college aan verzoekster individuele en specialistische begeleiding toegekend voor hulp door [instelling] voor 104 uren (gemiddeld 2 uur per week) op grond van de Wmo voor de periode van 21 januari 2026 tot en met 20 januari 2027.
6. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 9 en 25 maart 2026 en verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
7. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 20 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van verzoekster, de vader van verzoekster en de gemachtigden van het college deelgenomen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

8. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechter in een (eventueel) bodemgeding niet.
9. Verzoekster is geboren op [geboortedatum] 2008 en woont bij haar ouders. Zij heeft de diagnose autisme gekregen. Ook is volgens informatie van de kinder- en jeugdpsychiater sprake van een ernstige depressie met heftige angsten. Verzoekster is hierdoor uitgevallen op de middelbare school. Zij brengt veel tijd door in bed en komt niet of nauwelijks buiten.
Spoedeisend belang
10. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval spoedeisend belang bestaat bij de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening, gelet op de ernst van de situatie zoals die tot uitdrukking komt in met name de stukken van de kinder- en jeugdpsychiater en de professionele begeleiders van verzoekster.
Inhoudelijke beoordeling
11. Verzoekster voert aan dat het college onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar haar hulpvraag. Het college heeft ten onrechte niet het stappenplan doorlopen dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in zijn rechtspraak heeft voorgeschreven. [1] Het besluit is daarom in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) genomen. Verzoekster heeft in het verzoekschrift van 17 april 2026 en ter zitting verzocht om 8 uur per week begeleiding toe te kennen op grond van de Wmo en 5 uur per week op grond van de Jw. Ter onderbouwing hiervan heeft zij onder meer verwezen naar een weekschema en een evaluatieverslag en doelenplan van [instelling] .
12. Ter zitting heeft het college erkend dat de besluiten niet zorgvuldig zijn voorbereid omdat het stappenplan van de CRvB niet is gevolgd. Volgens het college is het aantal van
(in totaal) 4 toegekende uren per week niet goed onderbouwd. Het college zal daarom nader onderzoek (laten) doen naar de zorgbehoefte van verzoekster. De uitkomst van dit onderzoek wordt niet op korte termijn verwacht.
13. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat er twijfels bestaan of de besluiten in de bezwaarprocedure in stand kunnen blijven. Van belang is dat de professionele begeleiders van verzoekster tot de conclusie komen dat verzoekster 11 uur per week aan begeleiding nodig heeft en dat zij dit hebben toegelicht. Het college heeft ter zitting weliswaar naar voren gebracht dat 4 uur begeleiding per week moet volstaan, maar de voorzieningenrechter vindt dit onvoldoende om niet uit te gaan van de toelichting van de professionele begeleiders. Zeker nu het college erkent dat de besluitvorming niet goed is verlopen omdat het stappenplan niet correct is doorlopen, had het op de weg van het college gelegen om de stukken die de professionele begeleiders van verzoekster hebben opgesteld aan een deskundige voor te leggen voor een reactie, maar dit is niet gebeurd. Gelet hierop en in aanmerking genomen de over en weer bestaande belangen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat (in totaal) 11 uur per week aan begeleiding wordt toegekend. Dit sluit aan bij het weekschema en het evaluatieverslag en doelenplan van [instelling] .

Conclusie en gevolgen

14. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken toe, in die zin dat het college 8 uur per week begeleiding toekent op grond van de Wmo en 3 uur per week op grond van de Jw.
15. Omdat de voorzieningenrechter de verzoeken toewijst, moet het college het griffierecht aan verzoekster vergoeden en krijgt verzoekster ook een vergoeding van haar proceskosten. De gemachtigde van verzoekster heeft twee verzoekschriften ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. Dit leidt tot een totaalbedrag van € 2.802,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening toe;
- schorst de bestreden primaire besluiten tot zes weken na de besluiten op de bezwaren;
- treft de voorlopige voorziening dat het college 8 uur per week begeleiding toekent op grond van de Wmo en 3 uur per week op grond van de Jw;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 2.802,-;
- bepaalt dat het college het griffierecht van (totaal) € 254,- aan verzoekster vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
27 mei 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.