ECLI:NL:RBMNE:2026:44

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
16/317494-24 (P)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het overtreden van de Opiumwet, de Wet Wapens en munitie, opzetheling, schuldheling en witwassen

Op 14 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van meerdere strafbare feiten, waaronder het overtreden van de Opiumwet en de Wet Wapens en Munitie. De verdachte, geboren in 1981 en wonende in Almere, werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van 1749,7 gram MDMA, opzetheling van gestolen goederen, en het bezit van een verboden vuurwapen en munitie. De rechtbank oordeelde dat de verdachte op 4 oktober 2024 in Almere samen met anderen MDMA had, en dat hij ook goederen had verworven waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze door een misdrijf verkregen waren. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 360 dagen, waarvan 212 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 180 uur. De vordering van de benadeelde partij werd volledig toegewezen, waarbij de verdachte € 8.000,- moest betalen. De rechtbank overwoog dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan opzet- en schuldheling van meerdere waardevolle goederen, en dat zijn handelen bijdroeg aan de in standhouding van een afzetmarkt voor gestolen goederen. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, maar oordeelde dat de ernst van de feiten een aanzienlijke straf rechtvaardigde.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/317494-24 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 14 januari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1981] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de verdachte.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 december 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N. Schapendonk en van hetgeen mr. S.V. Ramdihal, advocaat te Amsterdam, namens de verdachte, alsmede hetgeen de benadeelde partij [benadeelde] naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1:
op 4 oktober 2024 in Almere samen met anderen opzettelijk 1749,7 gram MDMA aanwezig heeft gehad;
Feit 2
in de periode van 2 tot en met 4 oktober 2024 in Almere samen met anderen goederen heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze goederen door een misdrijf verkregen zijn. De goederen betreffen: een of meerdere kentekenplaten ( [kenteken] en [kenteken] ), een Nissan Qashqai ( [kenteken] ), autosleutel van deze Nissan, auto-onderdelen van een Kia ( [kenteken] ), banden van die Kia, motorblok Kawasaki Z900 ( [kenteken] ), motorblok en frame van motor ( [kenteken] ), sleutel van BMW 530E ( [kenteken] ), onderdelen van Piaggio C38 en een fatbike en/of e-bike;
subsidiair is dit ten laste gelegd als witwassen;
Feit 3
op 4 oktober 2024 in Almere samen met anderen een wapen van categorie III onder 1 (gaspistool Ekol, Special 99 REV II, kaliber 9 mm P.A.K.) en munitie van categorie III (121 scherpe (knal)patronen) voorhanden heeft gehad;
Feit 4
op 4 oktober 2024 in [plaats] samen met anderen een zegel aan het pand aan de [adres] heeft verbroken, opgeheven, beschadigd of de afsluiting op andere wijze heeft verijdeld;
Feit 5
op 6 maart 2024 in Almere samen met anderen een goed heeft verworven, voorhanden gehad of overgedragen terwijl hij wist, of had moeten vermoeden, dat dit een door misdrijf verkregen goed betrof. Het goed betreft een Honda type ADV750;
subsidiair is dit ten laste gelegd als witwassen;
Feit 6
op 11 maart 2023 in Almere samen met anderen een goed heeft verworven, voorhanden gehad of overgedragen terwijl hij wist, of had moeten vermoeden, dat dit een door misdrijf verkregen goed betrof. Het goed betreft een motorblok van een Kawasaki ZR900 ( [kenteken] );
subsidiair is dit ten laste gelegd als witwassen.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van de verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder feit 1 tot en met 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, met uitzondering van de heling van de fatbike en het bestanddeel medeplegen in de feiten 1, 2, 5 en 6. De standpunten van de officier van justitie worden besproken in paragraaf 4.3, voor zover dat nodig is.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1, 4 en 6 ten laste gelegde. Ten aanzien van feit 2, 3 en 5 refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. De standpunten van de raadsman worden besproken in paragraaf 4.3, voor zover dat nodig is.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis zal worden gehecht.
Bewijsoverweging feit 1
Uit het dossier blijkt dat op 4 oktober 2024 1749,7 gram MDMA is aangetroffen in een pand aan de [adres] in [plaats] . Het pand, waarvan verdachte huurder was, was door de politie verzegeld. Nadat een zogenaamde ‘mobeye’ een signaal had gegeven, heeft de politie de verdachte in het pand aangetroffen. Naast de verdachte stond een koeltas op de grond. Daarin zijn de MDMA, een wapen en een aantal persoonlijke eigendommen van de verdachte aangetroffen, waaronder zijn telefoon. De koeltas stond er blijkens het dossier nog niet toen de politie het pand op 3 oktober 2024 had verzegeld. De verdachte heeft verklaard dat hij niets wist van de aanwezigheid van de koeltas en de MDMA. Volgens verdachte zou ná de verzegeling door de politie, maar vóórdat hij en de medeverdachten het pand betraden, door anderen in het pand zijn ingebroken.
De rechtbank is van oordeel dat dit inbraakscenario niet aannemelijk is geworden. Het dossier biedt voor dit scenario geen aanknopingspunten, maar wel indicaties van het tegendeel. De rechtbank verwijst hiervoor in het bijzonder naar het proces-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat ‘mobeye’ vóór het betreden van het pand door de verdachte en de medeverdachten niet was afgegaan. [1] Daarnaast valt niet in te zien waarom inbrekers zo’n grote en waardevolle hoeveelheid MDMA zouden hebben achtergelaten. [2] Gelet op de omstandigheden waaronder de MDMA is aangetroffen, in een tas met daarin ook een wapen en gestolen kentekenplaten, gaat de rechtbank ervan uit dat de verdachte die nacht het pand heeft betreden om deze goederen mee te nemen en verborgen te houden voor de politie. De rechtbank acht feit 1 daarom wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsoverweging feit 2
Kentekenplaten [kenteken]
De rechtbank acht de verdachte schuldig aan opzetheling van de kentekenplaten met kenteken [kenteken] . De kentekenplaten lagen in het door hem gehuurde pand aan de [adres] in [plaats] . Daarbij komt dat er een zeer kort tijdsbestek zit tussen de diefstal van de kentekenplaten op 1 of 2 oktober 2024 in Denemarken en het aantreffen van de kentekenplaten in het pand op 3 oktober 2024. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in de tussenliggende periode in het pand aanwezig is geweest. Verder heeft de verdachte verklaard dat er, voor zover hij het zich nog kan herinneren, in die periode geen andere personen aanwezig waren in het pand. De aanwezigheid van andere personen blijkt ook niet uit het dossier. De rechtbank komt derhalve tot de conclusie dat het niet anders kan dan dat de verdachte de kentekenplaten voorhanden heeft gehad.
De rechtbank moet vervolgens de vraag beantwoorden of de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de kentekenplaten wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van een misdrijf afkomstig waren. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2019 beoordelingscriteria gegeven. [3] Aan de hand hiervan merkt de rechtbank het volgende op. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor genoemde omstandigheden, in samenhang met de rest van het dossier, redengevend zijn voor het bewijs van de verdenking van heling jegens de verdachte. Desondanks ontkent de verdachte elke betrokkenheid bij de kentekenplaten en heeft hij dus voor deze redengevende omstandigheden geen aannemelijke, die redengevenheid ontzenuwende, verklaring gegeven. Daarbij komt dat het dossier geen aanwijzingen bevat waaruit blijkt dat de verdachte pas ná het voorhanden krijgen van de kentekenplaten op de hoogte is geraakt van het feit dat deze van een misdrijf afkomstig waren. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de kentekenplaten wist dat deze van een misdrijf afkomstig waren. De rechtbank acht derhalve opzetheling van de kentekenplaten wettig en overtuigend bewezen.
Kentekenplaten [kenteken]
Ten aanzien van deze kentekenplaten spreekt de rechtbank de verdachte vrij van de primair ten laste gelegde heling. De kentekenplaten zijn in juli 2022 als gestolen opgegeven. Het is onbekend onder welke omstandigheden deze diefstal heeft plaatsgevonden en hoe en wanneer de kentekenplaten vervolgens in het door de verdachte gehuurde pand terecht zijn gekomen, waar ze twee jaar later zijn aangetroffen. Dat betekent dat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de kentekenplaten wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat deze door een misdrijf verkregen waren.
De rechtbank acht hetgeen subsidiair ten laste is gelegd wel wettig en overtuigend bewezen. Vast staat dat de verdachte de kentekenplaten voorhanden had. De kentekenplaten zijn immers aangetroffen in de koeltas die in het pand naast de verdachte stond op het moment van zijn aanhouding op 4 oktober 2024. In deze koeltas zaten ook zijn wapen, zijn telefoon en de MDMA waarvan de rechtbank heeft vastgesteld dat die aan de verdachte toebehoorde. Gelet op de omstandigheden waaronder deze koeltas is aangetroffen, zoals omschreven bij feit 1, gaat de rechtbank ervan uit dat de verdachte deze tas met goederen aan het zicht van de politie wilde onttrekken. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het niet anders kan dan dat de verdachte wist dat de kentekenplaten van een misdrijf afkomstig waren.
KIA-onderdelen
In het pand zijn verder auto-onderdelen van een KIA aangetroffen, afkomstig van een auto die in april 2024 als gestolen is opgegeven. De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat de onderdelen van diefstal afkomstig waren. Hij zou de onderdelen van een schade-auto hebben gehaald die hij in opdracht van een klant heeft opgeknapt. De rechtbank is van oordeel dat dit scenario niet aannemelijk is geworden. De reden hiervoor is dat in het dossier een chatgesprek zit tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] . Het chatgesprek is gevoerd op 3 oktober 2024 en gaat over de politie-inval van die dag. In het gesprek geeft de verdachte aan dat hij hoopt dat de politie ‘nu ook niet tot de spullen van de kia blijven’. De rechtbank leidt uit dit bericht af dat de verdachte kennelijk niet wilde dat de politie de auto-onderdelen van de KIA zou vinden. Hieruit volgt dat het niet anders kan dan dat de verdachte wist dat de auto-onderdelen van misdrijf afkomstig waren.
Ook hier moet de rechtbank de vraag beantwoorden of de verdachte reeds ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto-onderdelen wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van een misdrijf afkomstig waren. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor genoemde omstandigheden, in samenhang met de rest van het dossier, redengevend zijn voor het bewijs van de verdenking van heling jegens de verdachte. Gelet erop dat het door de verdachte geschetste scenario over het verkrijgen van de auto-onderdelen niet aannemelijk is geworden, heeft hij dus voor deze redengevende omstandigheden geen aannemelijke, die redengevenheid ontzenuwende, verklaring gegeven. Daarbij komt dat het dossier geen aanwijzingen bevat waaruit blijkt dat de verdachte pas ná het voorhanden krijgen van de auto-onderdelen op de hoogte is geraakt van het feit dat deze van een misdrijf afkomstig waren. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto-onderdelen wist dat deze van een misdrijf afkomstig waren. De rechtbank acht derhalve opzetheling van de auto-onderdelen wettig en overtuigend bewezen.
Vrijspraak
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van heling dan wel het witwassen van de Nissan en de daarbij behorende autosleutel. De verdachte had de autosleutel in zijn bezit op het moment van aanhouding op 4 oktober 2024 en de auto stond op dat moment al geruime tijd voor zijn pand. Het dossier bevat echter onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen en het voorhanden hebben van de auto en de autosleutel wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze goederen van een misdrijf afkomstig waren.
Daarnaast spreekt de rechtbank de verdachte tevens vrij van heling dan wel witwassen van het motorblok dat hoort bij de motor van het merk Kawasaki met kenteken [kenteken] . Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat de verdachte ten tijde van het verkrijgen en het voorhanden hebben daarvan wist dat het motorblok van diefstal afkomstig was. De verdachte heeft verklaard dat het motorblok niet van hem was en het tegendeel kan op grond van het dossier niet worden vastgesteld.
Ook spreekt de rechtbank de verdachte vrij van heling dan wel witwassen van de onderdelen van de Piaggio C38. De Piaggio is aangetroffen in het door de verdachte gehuurde pand en daaronder zat een motorblok dat in het jaar 2016 als gestolen is opgegeven. De verdachte heeft verklaard dat de Piaggio eigendom is van een klant en dat hij in opdracht van die klant een servicebeurt aan het voertuig moest uitvoeren. Uit het dossier volgt dat de politie telefonisch contact heeft gehad met de klant, die deze verklaring heeft bevestigd. Verder heeft de verdachte verklaard dat de sleutel van de Piaggio in het voertuig zat en uit het dossier volgt niet dat die verklaring onjuist is. Onder deze omstandigheden kan heling dan wel witwassen niet bewezen worden.
Tot slot spreekt de rechtbank de verdachte vrij van heling dan wel het witwassen van de aangetroffen fatbike. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat dit voertuig door medeverdachte [medeverdachte 2] in het pand is gezet. Verder bevat het dossier geen aanwijzing dat de verdachte op enig moment wist of had moeten vermoeden dat dit voertuig van een misdrijf afkomstig was.
Bewijsoverweging feit 3
Het feit is door de verdachte begaan. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit.
Bewijsoverweging feit 4
De verdachte heeft ook voor dit feit aangevoerd dat er ná de verzegeling van het pand, maar vóórdat hij en de medeverdachten op 4 oktober 2024 het pand betraden, door anderen zou zijn ingebroken in het pand. Volgens de verdachte is hij daarom niet degene geweest die de verzegeling heeft verbroken. Zoals hiervoor toegelicht, is de rechtbank van oordeel dat dit inbraakscenario niet aannemelijk is geworden.
Bewijsoverweging feit 5
Op 6 maart 2024 is de Honda motor type ADV750 als gestolen opgegeven. De diefstal zou in de nacht van 5 op 6 maart 2024 hebben plaatsgevonden. De motor is op 7 maart 2024 door de politie aangetroffen in het door de verdachte gehuurde pand. Op camerabeelden is te zien dat de motor in de middag van 6 maart 2024, dus zeer kort na de diefstal, uit een busje is getild en in het pand is neergezet. Ook is te zien dat de motor tijdens het afleveren geen kentekenplaat had en dat de verdachte direct de kappen van de motor afgehaalde. De verdachte heeft hierover verklaard dat de motor in opdracht van een klant bij hem was afgeleverd met de opdracht om deze in een kist te plaatsen. De reden hiervoor zou zijn geweest dat de klant de motor naar het buitenland wilde laten vervoeren. De verdachte zou niets van de diefstal hebben geweten.
De rechtbank is van oordeel dat het door de verdachte geschetste scenario over de opdracht van de klant niet aannemelijk is geworden. Het dossier bevat hiervoor geen enkele aanwijzing. De rechtbank betrekt hierbij ook dat de verklaring van de verdachte, te weten dat in dit soort gevallen de klant de kentekenplaat vaak verwijdert zodat de monteur niet met de motor gaat rijden, ongeloofwaardig is.
Ook hier moet de rechtbank de vraag beantwoorden of de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de Honda wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van een misdrijf afkomstig was. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor genoemde omstandigheden, in samenhang met de rest van het dossier, redengevend zijn voor het bewijs van de verdenking van heling jegens de verdachte. Gelet erop dat het door de verdachte geschetste scenario over de opdracht van de klant niet aannemelijk is geworden, heeft hij dus voor deze redengevende omstandigheden geen aannemelijke, die redengevenheid ontzenuwende, verklaring gegeven. Daarbij komt dat het dossier geen aanwijzingen bevat waaruit blijkt dat de verdachte pas ná het voorhanden krijgen van de Honda op de hoogte is geraakt van het feit dat deze van een misdrijf afkomstig was. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de Honda wist dat deze van een misdrijf afkomstig was. De rechtbank acht derhalve opzetheling van de Honda wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit feit samen met anderen heeft gepleegd. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van medeplegen.
Bewijsoverweging feit 6
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van opzetheling van het motorblok dat afkomstig is van de Kawasaki motor met kenteken [kenteken] . Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van het motorblok wist dat dit goed uit een misdrijf afkomstig was.
Gelet op de omstandigheden waaronder de verdachte het motorblok heeft verkregen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte zich wel schuldig heeft gemaakt aan schuldheling. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat een klant een Kawasaki motor bij hem had gebracht ter reparatie, omdat het motorblok daarvan was ‘opgeblazen’. Volgens de verdachte heeft de klant toen een ander motorblok bij hem afgeleverd, waarna de verdachte dit motorblok onder de motor heeft gemonteerd. Het motorblok zou door de klant via internet zijn gekocht uit het buitenland. Nadat de motor (inclusief het nieuwe motorblok) vervolgens is verkocht aan [benadeelde] , is gebleken dat het door de klant geleverde motorblok toebehoort aan de Kawasaki motor met kenteken [kenteken] . Deze motor is in het jaar 2022 als gestolen opgegeven.
Gelet op de omstandigheden waaronder de verdachte van de klant het motorblok heeft verkregen, is de rechtbank van oordeel dat op hem een plicht rustte om (nader) onderzoek te doen naar de herkomst van het motorblok. Het is namelijk algemeen bekend dat bij dit soort aankopen via internet de mogelijkheid bestaat dat sprake is van gestolen goederen. De verdachte is echter in zijn onderzoeksplicht tekortgeschoten. De verdachte heeft aan de klant geen verdere vragen gesteld over de herkomst van het motorblok en ook niet gecontroleerd of deze van diefstal afkomstig was. Dat betekent dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld en dat hij ten tijde van de verkrijging van het motorblok redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het motorblok van een misdrijf afkomstig was.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit feit samen met anderen heeft gepleegd. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van medeplegen.

5.BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:
Feit 1
op 4 oktober 2024 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1749,7 gram MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Feit 2 primair
in de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 te Almere,
- kentekenplaten met het kentekennummer [kenteken] ,
- auto-onderdelen van een KIA (kenteken: [kenteken] ),
- banden van de KIA (kenteken: [kenteken] ),
- Motorblok en frame van motor (Kenteken: [kenteken] ),
- Sleutel van BMW 530E met kenteken [kenteken] ,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Feit 2 subsidiair
in de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 te Almere meerdere kentekenplaten met het kentekennummer [kenteken] voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
Feit 3
op 4 oktober 2024 te Almere,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Ekol, type Special 99 REV ll, kaliber 9 mm P.A.K. zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 121 scherpe knalpatronen van de merken OZK en/of Pobjeda en/of Umarex, kaliber 9 mm P.A.K., voorhanden heeft gehad;
Feit 4
op 4 oktober 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een zegel, waarmede een voorwerp, te weten het pand aan de [adres] door het bevoegd openbaar gezag, te weten hoofdagent [verbalisant] van de Eenheid Midden-Nederland, verzegeld was, heeft verbroken;
Feit 5
op 6 maart 2024 te Almere een Honda type ADV750 voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Feit 6
op 11 maart 2023 te Almere een motorblok afkomstig van een Kawasaki ZR900 met kenteken [kenteken] voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
Feit 1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Feit 2 primair: opzetheling, meermalen gepleegd
Feit 2 subsidiair: witwassen
Feit 3: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en munitie en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
Feit 4: medeplegen van opzettelijk zegels waarmede voorwerpen door of vanwege het bevoegd openbaar gezag verzegeld zijn, verbreken
Feit 5 primair: opzetheling
Feit 6 primair: schuldheling

7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

8.OPLEGGING VAN STRAF

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als voorwaarde dat de verdachte tijdens de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten pleegt.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte al veel gevolgen heeft ondervonden van de strafvervolging. Daarnaast is er geen sprake van recidive en heeft de verdachte veel spijt van zijn handelen dan wel nalaten. De verdediging verzoekt de rechtbank om een straf gelijk aan het voorarrest op te leggen, eventueel aangevuld met een (deels voorwaardelijke) werkstraf.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzet- en schuldheling van meerdere waardevolle goederen. Hierdoor heeft hij bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. Diefstal van voertuigen is een grootschalig probleem waardoor veel schade en overlast wordt veroorzaakt en het handelen van de verdachte bewerkstelligt dat het loont om dat misdrijf te plegen. Verder heeft de verdachte met zijn handelen ervan blijk gegeven zich niet te bekommeren om de eigendomsrechten van anderen.
Ook heeft de verdachte door het verbreken van de door de politie aangebrachte verzegeling blijk gegeven van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag.
Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van een verboden vuurwapen met munitie en een grote hoeveelheid verdovende middelen. De rechtbank overweegt dat het ongecontroleerde bezit van (vuur)wapens en munitie een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengt en bovendien de in de samenleving bestaande gevoelens van onveiligheid versterkt. Dat die risico’s zich ook realiseren blijkt uit de veelheid van geweldsincidenten waarbij vuurwapens worden gebruikt. Daarbij zijn ook (dodelijke) slachtoffers te betreuren. In deze context bezien moet tegen het ongecontroleerde bezig van vuurwapens streng worden opgetreden en dient strafoplegging in deze zaak mede aan dat doel bij te dragen. Datzelfde geldt voor het voorhanden hebben van harddrugs. Harddrugs vormen een bedreiging voor de volksgezondheid. De handel in drugs gaat veelal gepaard met verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit en illegale geldstromen, waardoor de samenleving ernstig ontwricht raakt. Het gebruik van drugs brengt veelal ook overlast met zich. Door harddrugs aanwezig te hebben heeft de verdachte deze ondermijning en overlast mede in stand gehouden.
De rechtbank rekent de verdachte dit alles aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van de verdachte van 1 november 2025. Ook heeft de rechtbank gekeken naar het reclasseringsadvies van 26 november 2025. Uit dat advies volgt dat de reclassering meent dat de verdachte de consequenties van zijn handelen niet altijd goed lijkt te overdenken. De reclassering ziet als risicofactoren ten aanzien van de recidive met name de financiële situatie van de verdachte, een deel van zijn sociale netwerk en in mindere mate het psychosociaal functioneren. Positief is dat de verdachte volgens de reclassering van een ander deel van zijn sociale netwerk steun ontvangt en dat hij met behulp van een bewindvoerder betalingsregelingen heeft getroffen voor zijn schulden. Dit afbetalingstraject verloopt goed. Volgens de reclassering heeft de verdachte zijn leven praktisch op orde en heeft de huidige vervolging impact op hem gehad. De reclassering schat het risico op recidive in op laag. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering is ten aanzien van de straf verder van mening dat contra-indicaties bestaan voor een gevangenisstraf, omdat hiermee de door de verdachte opgebouwde stabiliteit zou worden doorbroken. Verder is een geldboete ook onwenselijk vanwege de schulden die de verdachte aan het afbetalen is. De reclassering acht de verdachte in staat een werkstraf uit te voeren.
De op te leggen straf
Alles afwegende zal de rechtbank afwijken van de eis van de officier van justitie. De verdachte is namelijk voor een aantal van de ten laste gelegde feiten partieel vrijgesproken en de rechtbank oordeelt dat het – gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte – onwenselijk is dat hij nu terug zou moeten naar de gevangenis. Mede omdat onderbreking van de weg omhoog door detentie, op termijn het risico op recidive kan vergroten.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het passend en geboden is om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen van 360 dagen, waarvan 212 dagen voorwaardelijk. De tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht, wordt van deze straf afgetrokken. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf van 180 uur opleggen. De reden hiervoor is dat – gelet op de ernst en de hoeveelheid van de gepleegde feiten – er nog wel voldoende vergelding van de straf moet uitgaan. Als de verdachte deze taakstraf niet (goed) uitvoert, wordt de straf vervangen door 90 dagen hechtenis.
De voorlopige hechtenis
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het geschorste bevel van de voorlopige hechtenis opheffen.

9.BESLAG

9.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen gevorderd:
- onttrekking aan het verkeer van:
o 1 STK verdovende middelen (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3414043);
o 2 STK kentekenplaat (valse platen) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414045);
o 1 STK motor (Kawasaki) (Omschrijving: PL1700-2024423700-6417014);
- teruggave aan de rechthebbende van:
o 1 STK Frame (frame + motorblok zwart Kawasaki) (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416151;
o 1 STK gereedschap (doos met spullen om BMW-auto’s open te maken (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416145), verdachte is rechthebbende;
o 1 STK motorblok (Kawasaki) (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416146);
o 4 STK band (banden van gestolen voertuig Kia) (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416159);
o 1 STK gereedschap (onderdelen gestolen voertuig Kia [kenteken] ) Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416157
o 2 STK kentekenplaten ( [kenteken] vermoedelijk gestolen platen) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414046);
o 1 STK sleutel (afstandsbediening zwart Peugeot)( Omschrijving: PL0900-2024314219-3414049);
o 1 STK sleutel (sleutel auto BMW), (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414245);
o 1 STK sleutel (Nissan) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414246);
o 1 STK sleutel (Volkswagen) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414249);
o 2 STK handschoen (oranje en grijze bovenrand met rode rand Werckmann)( Omschrijving: PL0900-2024314219-3414736), verdachte is rechthebbende;
o 1 STK telefoontoestel (Omschrijving: PL0900-2024314219-3415860), verdachte is rechthebbende;
o 1 STK computer (HP 15s-Fq5451nd, inclusief oplader)( Omschrijving: PL0900-2024314219-3416102), verdachte is rechthebbende;
o 1 STK kluis (Omschrijving: PL0900-2024314219-3416150), verdachte is rechthebbende;
o 1 STK snorfiets (Piaggio) (Omschrijving: PL0900-2024314219-1793902);
9.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
9.3
Het oordeel van de rechtbank
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen onttrekken aan het verkeer, opgenomen op de beslaglijst van 2 december 2025. Met deze voorwerpen is een deel van de feiten begaan en deze zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang:
  • 1 STK verdovende middelen (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3414043);
  • 2 STK kentekenplaat (valse platen) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414045);
  • 1 STK motor (Kawasaki) (Omschrijving: PL1700-2024423700-6417014).
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal de teruggave gelasten aan de verdachte van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen, opgenomen op de beslaglijst van 2 december 2025:
  • 1 STK Frame (frame + motorblok zwart Kawasaki) (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416151;
  • 1 STK gereedschap (doos met spullen om BMW-auto’s open te maken (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416145), verdachte is rechthebbende;
  • 1 STK motorblok (Kawasaki) (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416146);
  • 4 STK band (banden van gestolen voertuig Kia) (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416159);
  • 1 STK gereedschap (onderdelen gestolen voertuig Kia [kenteken] ) Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416157
  • 2 STK kentekenplaten ( [kenteken] vermoedelijk gestolen platen) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414046);
  • 1 STK sleutel (afstandsbediening zwart Peugeot)( Omschrijving: PL0900-2024314219-3414049);
  • 1 STK sleutel (sleutel auto BMW), (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414245);
  • 1 STK sleutel (Nissan) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414246);
  • 1 STK sleutel (Volkswagen) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414249);
  • 2 STK handschoen (oranje en grijze bovenrand met rode rand Werckmann)( Omschrijving: PL0900-2024314219-3414736), verdachte is rechthebbende;
  • 1 STK telefoontoestel (Omschrijving: PL0900-2024314219-3415860), verdachte is rechthebbende;
  • 1 STK computer (HP 15s-Fq5451nd, inclusief oplader)( Omschrijving: PL0900-2024314219-3416102), verdachte is rechthebbende;
  • 1 STK kluis (Omschrijving: PL0900-2024314219-3416150), verdachte is rechthebbende;
  • 1 STK snorfiets (Piaggio) (Omschrijving: PL0900-2024314219-1793902).
De reden hiervoor is dat de goederen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

10.BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 8.000,- aan materiële schade, ten gevolge van het aan de verdachte onder 6 ten laste gelegde feit.
10.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het gehele schadebedrag toewijsbaar is. Zij vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de wettelijke rente.
10.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat behandeling van het verzoek om schadevergoeding een onevenredige belasting oplevert voor het strafprocesrecht en dat de vordering daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De desbetreffende motorfiets bestond uit meerdere afzonderlijk gestolen onderdelen. Daarnaast is de verdachte een tussenpersoon geweest bij de verkoop van de motorfiets en heeft hij zelf maar € 500,- verdiend aan de verkoop en is er geen bewijs dat hij wist van de gestolen herkomst. Subsidiair stelt de raadsman zich dan ook op het standpunt dat de vordering dient te worden afgewezen dan wel dat het schadebedrag dient te worden vastgesteld op € 500,-.
10.3
Het oordeel van de rechtbank
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 6 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De verdachte heeft namelijk in 2023 aan de benadeelde partij een motor verkocht, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het motorblok daarvan van diefstal afkomstig was. De verdachte heeft hierover echter niets medegedeeld aan de benadeelde partij. De benadeelde partij heeft voor de motor een bedrag betaald van € 8.000,-. In 2024 is de motor door de politie in beslag genomen, omdat was gebleken dat het motorblok daadwerkelijk van diefstal afkomstig was. Gelet op de stukken in het dossier en de mededelingen ter terechtzitting van de officier van justitie, kan ervan uit worden gegaan dat de motor niet zal worden teruggeven aan de benadeelde partij.
Dat verdachte slechts € 500,- zou hebben verdiend aan de verkoop van de motor doet aan voorgaande niet af. De schade van de benadeelde partij omvat immers het gehele bedrag dat zij voor de motor heeft betaald. De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding daarom geheel toe. De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 20 december 2024 (de datum van het ontstaan van de schade, omdat de politie toen de motor in beslag heeft genomen) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 8.000,- aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2024 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 65 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Veroordeling in de kosten
De verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen
  • 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 199, 416, 417bis en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en
  • 2 en 10 van de Opiumwet en
  • 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie;
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12.BESLISSING

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het onder feit 1, feit 2 primair, feit 2 subsidiair, feit 3, feit 4, feit 5 primair en feit 6 primair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het onder feit 1, feit 2 primair, feit 2 subsidiair, feit 3, feit 4, feit 5 primair en met 6 primair bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 360 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 212 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 180 uren;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;
Beslag
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
  • 1 STK verdovende middelen (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3414043);
  • 2 STK kentekenplaat (valse platen) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414045);
  • 1 STK motor (Kawasaki) (Omschrijving: PL1700-2024423700-6417014).
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende voorwerpen:
  • 1 STK Frame (frame + motorblok zwart Kawasaki) (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416151;
  • 1 STK gereedschap (doos met spullen om BMW-auto’s open te maken (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416145), verdachte is rechthebbende;
  • 1 STK motorblok (Kawasaki) (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416146);
  • 4 STK band (banden van gestolen voertuig Kia) (Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416159);
  • 1 STK gereedschap (onderdelen gestolen voertuig Kia [kenteken] ) Omschrijving: PL0900-2024314219-G3416157
  • 2 STK kentekenplaten ( [kenteken] vermoedelijk gestolen platen) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414046);
  • 1 STK sleutel (afstandsbediening zwart Peugeot)( Omschrijving: PL0900-2024314219-3414049);
  • 1 STK sleutel (sleutel auto BMW), (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414245);
  • 1 STK sleutel (Nissan) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414246);
  • 1 STK sleutel (Volkswagen) (Omschrijving: PL0900-2024314219-3414249);
  • 2 STK handschoen (oranje en grijze bovenrand met rode rand Werckmann)( Omschrijving: PL0900-2024314219-3414736), verdachte is rechthebbende;
  • 1 STK telefoontoestel (Omschrijving: PL0900-2024314219-3415860), verdachte is rechthebbende;
  • 1 STK computer (HP 15s-Fq5451nd, inclusief oplader)( Omschrijving: PL0900-2024314219-3416102), verdachte is rechthebbende;
  • 1 STK kluis (Omschrijving: PL0900-2024314219-3416150), verdachte is rechthebbende;
  • 1 STK snorfiets (Piaggio) (Omschrijving: PL0900-2024314219-1793902).
Vordering benadeelde partij [benadeelde] (feit 6)
  • wijst de vordering van [benadeelde] geheel toe tot een bedrag van € 8.000,-;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2023 tot de dag van volledige betaling;
  • veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat € 8.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 65 dagen gijzeling;
Dit vonnis is gewezen door mr. R.W. Nederveen, voorzitter, mrs. B.F. Hammerle en V.A. Groeneveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Lindeman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 januari 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
Feit 1
hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 1749,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Feit 2
hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een of meerdere kentekenplaten met het kentekennummer [kenteken] en/of [kenteken] ,
- een Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ),
- de autosleutel van de Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ),
- auto-onderdelen van een KIA (kenteken: [kenteken] ),
- banden van de KIA (kenteken: [kenteken] ),
- motorblok motor Kawasaki Z900 (kenteken: [kenteken] ),
- Motorblok en frame van motor (Kenteken: [kenteken] ),
- Sleutel van BMW 530E met kenteken [kenteken] ,
- een of meerdere onderdelen van de Piaggio C38 en/of
- een fatbike en/of e-bike,
althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed
wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van)
- een of meerdere kentekenplaten met het kentekennummer [kenteken] en/of [kenteken] ,
- een Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ),
- de autosleutel van de Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ),
- auto-onderdelen van een KIA (kenteken: [kenteken] ),
- banden van de KIA (kenteken: [kenteken] ),
- motorblok motor Kawasaki Z900 (kenteken: [kenteken] ),
- Motorblok en frame van motor (Kenteken: [kenteken] ),
- Sleutel van BMW 530E met kenteken [kenteken] ,
- een of meerdere onderdelen van de Piaggio C38 en/of
- een fatbike en/of e-bike,
althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)
vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig
misdrijf;
Feit 3
hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen/ gaspistool, van het merk Ekol, type Special 99 REV ll, kaliber 9mm P.A.K. zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
- munitie van categorie III van de wet wapens en munitie, te weten 121, althans een hoeveelheid, scherpe (knal)patronen van het merk 02K en/of Pobjeda en/of Umarex, kaliber 9 mm P.A.K., voorhanden heeft gehad;
Feit 4
hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een zegel, waarmede een voorwerp, te weten het pand aan de [adres] door of vanwege het bevoegd openbaar gezag, te weten hoofdagent [verbalisant] van de Eenheid Midden-Nederland, verzegeld was heeft verbroken, opgeheven, beschadigd en/of de door zodanig zegel bewerkte afsluiting op andere wijze heeft verijdeld;
Feit 5
hij op of omstreeks 6 maart 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Honda type ADV750, althans een motorrijtuig,
althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans
redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 maart 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een Honda type ADV750, althans een motorrijtuig, althans een of meer voorwerpen,
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig
misdrijf;
Feit 6
hij op of omstreeks 11 maart 2023 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motorblok afkomstig van een Kawasaki ZR900 met kenteken [kenteken] , althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 maart 2023 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een motorblok afkomstig van een Kawasaki ZR900 met kenteken [kenteken] , althans een of meer voorwerpen,
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)
vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig
misdrijf;

Voetnoten

1.Pagina 186.
2.Pagina 699.
3.Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97.