ECLI:NL:RBMNE:2026:4466
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op compensatie vooringenomenheid kinderopvangtoeslag 2006-2007
Eiser verzocht op 25 januari 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2006-2008. Verweerder stelde in oktober 2023 een definitieve vergoeding vast van €1.885,- als compensatie vooringenomenheid, lager dan het eerder toegekende bedrag van €30.000,-. Na bezwaar werd dit bedrag in december 2025 licht aangepast naar €1.886,- vanwege correctie van rente.
Eiser stelde dat hij kinderopvang had afgenomen van september tot en met december 2006 en in 2007, en dat hij daarom recht had op hogere compensatie. Verweerder betoogde dat uit jaaropgaven en het KOI-systeem bleek dat opvang alleen tot augustus 2006 was genoten. De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat de aanvraag en correspondentie met de gemeente niet aantonen dat daadwerkelijk opvang is genoten in de betwiste periode.
De rechtbank overwoog dat voor compensatie op basis van vooringenomenheid eerst moet worden vastgesteld dat er toeslag is ontvangen die terugbetaald moest worden, wat niet uit de stukken bleek. Ook was er geen aanleiding voor aanvullend onderzoek naar 2007. De overige door eiser aangevoerde punten, waaronder het niet ontvangen van het persoonlijke dossier, werden niet als beroepsgronden beschouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de beslissing van verweerder in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag wordt ongegrond verklaard en de beslissing van verweerder blijft in stand.