ECLI:NL:RBMNE:2026:4506

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
19 juli 2026
Zaaknummer
12070779 \ UC EXPL 26-718
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.21 Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling wateraansluiting door opdrachtgever ondanks geen eigendom grond

Vitens heeft in 2022 een wateraansluiting gerealiseerd in Apeldoorn en stelt dat deze werkzaamheden in opdracht van gedaagde zijn verricht. Gedaagde betwist opdrachtgever te zijn en weigert betaling van de kosten van €1.025,69. Vitens vordert daarom betaling van deze kosten, vermeerderd met rente en incassokosten.

De kantonrechter beoordeelt de stukken en constateert dat gedaagde geen tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de orderbevestiging en dat de bevoegdheid tot opdrachtverstrekking niet beperkt is tot de eigenaar van de grond. De aanvullende stukken van gedaagde zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze niet aan Vitens zijn verstrekt, waardoor Vitens geen reactie kon geven.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde als opdrachtgever moet worden beschouwd en veroordeelt haar tot betaling van de hoofdsom, rente en incassokosten, tezamen €1.377,32. Tevens worden de proceskosten van €1.021,15 aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek op 8 juli 2026.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.377,32 en proceskosten van €1.021,15 aan Vitens.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12070779 \ UC EXPL 26-718
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
VITENS N.V.,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Vitens,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon bij haar bestuurder, [gemachtigde] .

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek.
1.2
[gedaagde] heeft niet op de conclusie van repliek gereageerd, hoewel zij daartoe naar behoren de gelegenheid heeft gehad. Vervolgens is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
Vitens heeft in 2022 een wateraansluiting gerealiseerd in Apeldoorn. Volgens Vitens heeft zij die werkzaamheden verricht [1] in opdracht van [gedaagde] en moet [gedaagde] dus de kosten daarvan betalen (€ 1.025,69). Omdat [gedaagde] dat niet heeft gedaan, vordert Vitens nu betaling, met rente en incassokosten. Volgens [gedaagde] is zij geen opdrachtgever geweest en hoeft zij niets te betalen. De kantonrechter geeft Vitens gelijk en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 1.377,32 (inclusief rente en incassokosten). Ook moet [gedaagde] de proceskosten betalen.

3.De beoordeling

De na de conclusie van antwoord door [gedaagde] ingediende stukken
3.1
[gedaagde] heeft in eerste instantie mondeling op de dagvaarding gereageerd, namelijk op de rolzitting van 4 februari 2026. [gedaagde] heeft daarna nog de gelegenheid gekregen om nadere stukken (schriftelijk) in te dienen. Bij e-mail van 18 februari 2026 heeft [gedaagde] een ‘aanvullende conclusie van antwoord en producties’ ingediend bij de rechtbank. Producties zaten daar overigens niet bij. De kantonrechter maakt uit de conclusie van repliek van Vitens op dat Vitens geen enkel nader schriftelijk stuk heeft ontvangen. [gedaagde] was echter wel verplicht die stukken behalve aan de rechtbank ook aan Vitens te sturen [2] .
3.2
Vitens heeft dus niet op de aanvullende stukken van [gedaagde] kunnen reageren. De kantonrechter ziet geen aanleiding om [gedaagde] in staat te stellen om de stukken alsnog naar Vitens te sturen en/of om alsnog de gelegenheid te geven de bij de aanvullende conclusie van antwoord horende producties in te dienen. De stellingen die [gedaagde] met de stukken nader onderbouwd, worden voldoende tegengesproken door Vitens in haar conclusie van repliek. En omdat [gedaagde] niet meer op de conclusie van dupliek heeft gereageerd, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van wat Vitens stelt. De na de conclusie van antwoord door [gedaagde] ingediende stukken heeft de kantonrechter daarom buiten beschouwing gelaten.
[gedaagde] is opdrachtgever en moet de werkzaamheden plus kosten betalen
3.3
Zoals Vitens stelt, blijkt uit de aanvraag en de orderbevestiging [3] dat [gedaagde] de opdrachtgever van de werkzaamheden is. Dat [gedaagde] geen eigenaar van de grond is waar de wateraansluiting is gerealiseerd, zegt niets. De bevoegdheid tot het geven van een opdracht tot het plaatsen van een wateraansluiting is niet uitsluitend voorbehouden aan de eigenaar van de grond, maar kan door iedereen worden gegeven. In de orderbevestiging staat dat [gedaagde] bij onjuistheden binnen 10 werkdagen moet reageren. Dat heeft [gedaagde] kennelijk niet gedaan. Omdat [gedaagde] de opdrachtgever is, moet zij de werkzaamheden betalen. [gedaagde] betwist de hoogte van de kosten daarvan niet. De hoofdsom van € 1.025,69 zal daarom worden toegewezen.
3.4
Als onweersproken zal ook de gevorderde verschenen rente over de hoofdsom worden toegewezen, € 197,78. Vitens heeft voldoende aangetoond dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het bedrag dat Vitens vordert (€ 153,85) is in overeenstemming met de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en wordt toegewezen. In totaal moet [gedaagde] dus (€ 1.025,69 + € 197,78 + € 153,85 =) € 1.377,32 betalen.
[gedaagde] moet ook de proceskosten betalen
3.5
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vitens worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
128,65
- griffierecht
350,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.021,15

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Vitens te betalen een bedrag van € 1.377,32,
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.021,15, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
RW1368

Voetnoten

1.De feitelijke werkzaamheden zijn verricht door een aannemer van Vitens, maar in het kader van de leesbaarheid van dit vonnis zal over Vitens als uitvoerder worden gesproken.
2.Zie artikel 2.21 van het ‘Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken handel en kanton’
3.Respectievelijk productie 1 en 2 van Vitens