Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek.
Rechtbank Midden-Nederland
Vitens heeft in 2022 een wateraansluiting gerealiseerd in Apeldoorn en stelt dat deze werkzaamheden in opdracht van gedaagde zijn verricht. Gedaagde betwist opdrachtgever te zijn en weigert betaling van de kosten van €1.025,69. Vitens vordert daarom betaling van deze kosten, vermeerderd met rente en incassokosten.
De kantonrechter beoordeelt de stukken en constateert dat gedaagde geen tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de orderbevestiging en dat de bevoegdheid tot opdrachtverstrekking niet beperkt is tot de eigenaar van de grond. De aanvullende stukken van gedaagde zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze niet aan Vitens zijn verstrekt, waardoor Vitens geen reactie kon geven.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde als opdrachtgever moet worden beschouwd en veroordeelt haar tot betaling van de hoofdsom, rente en incassokosten, tezamen €1.377,32. Tevens worden de proceskosten van €1.021,15 aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek op 8 juli 2026.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.377,32 en proceskosten van €1.021,15 aan Vitens.